Archeologisch onderzoek bij vergunningsaanvragen

Een bouwheer is in bepaalde gevallen verplicht om een bekrachtigde archeologienota toe te voegen aan een vergunningsaanvraag. Hij stelt daarvoor een erkend archeoloog aan om een archeologisch vooronderzoek uit te voeren en een archeologienota op te stellen.

De archeologienota

Je voert het archeologisch onderzoek uit volgens de richtlijnen uit de Code van Goede Praktijk. Een vooronderzoek start met een bureauonderzoek van bestaande bronnen. Op basis daarvan bepaal je over er bijkomend onderzoek op terrein nodig is:

  • een vooronderzoek zonder ingreep in de bodem
  • een vooronderzoek met ingreep in de bodem

Een vooronderzoek met ingreep in de bodem meldt je via het Archeologieportaal aan het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente. Voor je van start gaat op het terrein, meld je via dezelfde weg ook de aanvang van het onderzoek. Op basis van het vooronderzoek maak je vervolgens een archeologienota op.

Je bepaalt de impact van de geplande werken op het aanwezige archeologische erfgoed. In sommige gevallen is geen verdere actie nodig omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, omdat het erfgoed onvoldoende kennispotentieel bevat of omdat de werken een erfgoed niet zullen schaden. In andere gevallen is behoud van het erfgoed mogelijk, bijvoorbeeld door aangepaste bouwplannen of uitvoeringswijze. Wanneer dat echter niet kan, zal een opgraving moeten volgen. Je bepaalt dan de uitvoeringswijze van die opgraving en maakt een inschatting van de benodigde tijd en kosten.

Je dient de archeologienota ter bekrachtiging in via het Archeologieportaal. Het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente behandelt de aanvraag. Hebben de werken betrekking op percelen die op het grondgebied van meerdere gemeenten liggen, dan behandelt het agentschap het dossier.

Het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente neemt binnen 21 dagen een beslissing en brengt de bouwheer en archeoloog op de hoogte van de bekrachtiging, al dan niet met voorwaarden, of weigering van de archeologienota. Valt de beslissing buiten deze termijn van 21 dagen, dan is de archeologienota automatisch bekrachtigd. De bouwheer voegt het bekrachtigde document bij de vergunningsaanvraag. Wil hij de bekrachtigingstermijn niet afwachten, dan kan hij ervoor kiezen de niet bekrachtigde archeologienota bij de aanvraag te voegen. Hij moet dan wel voor het einde van de behandelingstermijn van de vergunningsaanvraag een bekrachtigd exemplaar aan de vergunningverlener bezorgen. Tegen een weigering of bekrachtiging met voorwaarden kan je een beroep indienen bij de minister.

Uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de bodem

Soms is het niet mogelijk of wenselijk om vóór de vergunningsaanvraag het volledige vooronderzoek uit te voeren. Je neemt dan in de archeologienota op dat er na het verlenen van de vergunning een uitgesteld vooronderzoek met ingreep in de bodem zal plaatsvinden.

Het uitgestelde vooronderzoek met ingreep in de bodem voer je dan uit na het verkrijgen van de omgevingsvergunning, maar vóór de start van de vergunde werken. Je meldt de aanvang van het terreinwerk op voorhand via het Archeologieportaal. Nadien maak je een nota op met daarin de maatregelen die bij de uitvoering van de al vergunde werken nodig zijn voor een goede omgang met het archeologisch erfgoed.

De opgraving

De opgraving mag pas gestart worden na het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Je hoeft hier geen toelating voor te vragen, maar je meldt de aanvang van de opgraving wel via het Archeologieportaal aan het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente.

Na afronding van het veldwerk breng je de bouwheer op de hoogte zodat hij met de bouw- of verkavelingswerken kan starten. Je bundelt je eerste bevindingen binnen twee maanden in een archeologierapport dat je indient via het Archeologieportaal. Na de verdere verwerking stel je een eindverslag op dat je opnieuw indient via het Archeologieportaal. Het agentschap ontsluit alle eindverslagen, met uitzondering van de privacygegevens, zodat iedereen de resultaten digitaal kan raadplegen. 

Afwijkende vergunde werken

Soms wijzigen de bouw- of verkavelingswerken door bepaalde vergunningsvoorwaarden waardoor ze verschillen van de werken opgenomen in de bekrachtigde archeologienota. De bekrachtigde archeologienota geldt dan niet meer als toelating voor de voorgestelde maatregelen. De impact van de werken is immers anders dan voorzien. De stedenbouwkundig ambtenaar zal dan in de vergunning als voorwaarde opnemen dat er een nota met aangepaste maatregelen opgesteld en bekrachtigd moet worden. Het vooronderzoek zelf moet uiteraard niet meer opnieuw uitgevoerd worden. De procedure is verder dezelfde als bij een uitgesteld vooronderzoek.

De bouwheer

We zijn ons ervan bewust dat het voor een bouwheer niet evident is om het archeologisch traject bij zijn vergunningsaanvraag op te volgen. Je kan de bouwheer doorverwijzen naar de pagina's over archeologie bij vergunningsaanvragen onze website of hem onze folder over de archeologieregelgeving bezorgen. 

In principe worden de kosten voor het archeologisch onderzoek gedragen door de bouwheer. Occasionele bouwers kunnen hiervoor een premie voor buitensporige opgravingskosten aanvragen. De premie kan niet aangevraagd worden bij een verkavelingsvergunning. De premie kan aangevraagd worden zodra je het archeologierapport hebt ingediend. Voor meer informatie kan je de bouwheer doorverwijzen naar de pagina's over financiële ondersteuning op onze website.