Archeologische fietstocht Aalter: Een Romeins castellum en andere bijzondere archeologische sites

De ondergrond van Aalter verbergt bijzonder veel boeiende archeologische sites. De fietstocht van ongeveer 33 km vertrekt in het centrum van Aalter. Daar toonden opgravingen aan dat er een belangrijke Romeinse nederzetting in de ondergrond verborgen is, inclusief een militair kamp. Vervolgens leidt de tocht je over Bellem naar Ursel, met haltes aan het prehistorisch grafveld van Rozestraat/Konijntje en de Romeinse nederzetting in Onderdale. Tenslotte is ook een stop voorzien aan de site van Aalter-Woestijne, waar het agentschap Onroerend Erfgoed tussen 2010 en 2012 een grote opgraving uitvoerde.

De route is gebaseerd op het netwerk van fietsknooppunten in Vlaanderen. Per stop lees je hieronder een beschrijving van wat je kan ontdekken. Omdat niet alle archeologische bezienswaardigheden langs knooppunten liggen, zal je af en toe moeten afwijken van die knooppuntenroute. Download de folder met de route en een overzichtskaartje en ga op ontdekking.

In samenwerking met IOED Meetjesland en Vlaanderen Fietsland.

Afbeelding: Een detail van een vondst in terra sigillata (Romeins luxeaardewerk) van de opgraving Oostmolenstraat, waarop twee vechtende gladiatoren zijn afgebeeld. Gladiatoren hoef je niet te verwachten in Aalter, maar het stuk duidt wel op welstand en handelsconnecties met de mediterrane wereld. Foto: De Logi & Hoorne bvba

Stationsomgeving Aalter

De stationsomgeving van Aalter onderging sinds 2010 grondige transformaties. Archeologisch onderzoek in het kader van een verkaveling in de Oostmolenstraat bracht in 2013 een bijzonder boeiende archeologische site aan het licht.

Op een terrein van zowat 1,2 hectare groot troffen archeologen sporen aan van een brede Romeinse weg. Aan de noordzijde van deze weg bevond zich een erf. Binnen een omgracht gebied lagen een groot tweeschepig houten gebouw, enkele bijgebouwen, twee waterputten en een drenkpoel. Dendrochronologisch onderzoek leert ons dat het hout van deze waterputten in, of vrij kort na, 176 na christus was gekapt. Dit dateert het erf op het einde van de tweede eeuw.

Op het eerste zicht gaat het om een min of meer klassieke Gallo-Romeinse boerderij, maar er blijkt meer aan de hand. Het feit dat er twee gelijktijdige waterputten én een drinkpoel op één erf liggen, doet vragen rijzen. Ook werden opvallend veel resten van metaalbewerking aangetroffen, waaruit blijkt dat er een smid aan het werk was. De ligging aan de Romeinse weg maakt dat het hier wellicht gaat om een herberg of baanpost, waar reizigers konden overnachten of van dier wisselen.

Sfeervolle reconstructietekening van de opgegraven baanpost in de Oostmolenstraat. Copyright: Yannick De Smet, in opdracht van De Logi & Hoorne bvba

Afbeelding: Sfeervolle reconstructietekening van de opgegraven baanpost in de Oostmolenstraat. Copyright: Yannick De Smet, in opdracht van De Logi & Hoorne bvba

Meer weten?

Het Romeinse wegennet kent nog veel geheimen. Het is gekend dat er een aantal hoofdwegen waren die belangrijke dorpen en steden met elkaar verbonden, wat deze wegen een erg grote economische en sociale betekenis gaf. Sommige wegen hadden ook een belangrijke militaire rol en waren aangelegd voor transport en bevoorrading van de Romeinse legioenen. Naast hoofdwegen was er ook nog een dicht netwerk van regionale en lokale wegen: lang niet elke Romeinse weg is een zogenaamde heirweg (een hoofdweg).

De traditie wil dat Romeinse wegen geplaveid zijn, maar dat geldt niet voor onze gewesten door de afwezigheid van natuursteen. Ook de belangrijke Romeinse wegen waren hoofdzakelijk aarden wegen. Het belangrijkste kenmerk is de aanwezigheid van langsgrachten en de vaak opvallende breedte. Een wegdek van 10 meter breed is geen uitzondering.

Het is ook een fabeltje dat Romeinse wegen kaarsrecht zijn. Hoofdwegen zoals de weg van Boulogne naar Keulen hebben inderdaad een behoorlijk rechtlijnig tracé. Wie inzoomt ziet dat er toch veel bochtjes zijn die rekening houden met de lokale topografie, zoals de aanwezigheid van doorwaadbare plekken door beken en rivieren. Vele wegtracés zijn bovendien ouder: ook in Aalter werd aangetoond dat de weg, of althans toch dit deeltje, al sinds de late Ijzertijd in gebruik was.

De weg aan de Oostmolenstraat loopt van noord naar zuid. Het is verleidelijk om deze weg te verbinden met de militaire forten in Aardenburg en Maldegem in het noorden, en met Kruishoutem, Kerkhove en Bavay in het zuiden. Zekerheid hierover is er echter niet.

Afbeelding: Een Romeinse waterput zoals deze werd opgegraven in 2013. Copyright: De Logi & Hoorne bvba

Romeinse villa

In 2012 werd een opgraving uitgevoerd in de Lostraat, in het kader van de nieuwbouw van het Woonzorgcentrum Veilige Have. De archeologische sporen die werden aangetroffen omvatten drie perioden.

De oudste sporen dateren uit de vroege ijzertijd (7de-6de eeuw voor Chr). Het gaat om een kleine landbouwersnederzetting die bestond uit een aantal gebouwen, kuilen, greppels en waterputten. Deze nederzetting werd na enkele decennia weer verlaten.

Omstreeks 120 na Christus breekt een twee bewoningsfase aan. Het gaat aanvankelijk om een soort boerderij, maar de zware omheining met een palissade en een gracht laten toch een ongewone functie vermoeden. Rond het midden van de 2de eeuw wordt het hoofdgebouw van deze boerderij vervangen door een gebouw waarvan de fundering in natuursteen is uitgevoerd (veldsteen). Het gebouw was van een pannendak voorzien en wellicht in vakwerkbouw opgetrokken (hout en leem).

Het geheel heeft alle kenmerken van een landelijke villa. De vondst van enkele hypocausttegels (elementen van Romeinse vloerverwarming) maakt de aanwezigheid van een badhuis niet onwaarschijnlijk. De vondst van zo’n gebouw is in de regio bijzonder zeldzaam en getuigt van een hoge status. Net buiten het omheind terrein zijn bovendien zes brandrestengraven opgegraven die dateren uit de 2de eeuw. Deze villa heeft zeker tot in het begin van de 3de eeuw gefunctioneerd. 

Afbeelding: Bij nieuwbouwwerken in 2012 werden belangrijke archeologische sporen aangetroffen, waaronder een Romeins gebouw dat op een sokkel van natuursteen was opgetrokken. Copyright Onroerend Erfgoed

Romeins castellum

Vlaanderen telt slechts een handvol beschermde archeologische sites, en daarvan ligt er eentje in Aalter. Op de plaats waar je je nu bevindt, liggen de resten van een Romeins kamp of castellum verscholen. 

Archeologisch onderzoek in onder meer 2006 en 2008 leverde het bewijs voor de aanwezigheid van een Romeins legerkamp. Dit lag op een opvallende en strategische hoogte, omgeven door laaggelegen gronden en moeras. Tijdens de opgraving werd een dubbele kampgracht aangesneden waarin drie belangrijke militaire occupatiefases te herkennen zijn. Naast de dubbele kampgracht werden ook de funderingen van een torengebouw onderzocht en een gedeelte van de vermoedelijke westelijke kampgracht. De vondsten wijzen op een occupatie vanaf de vroege keizertijd (rond het begin van onze jaartelling) tot en met de 2de eeuw. Daarna volgt een burgerlijke bewoningsfase, geïllustreerd door het voorkomen van een gebouwplattegrond.

De contouren of afmetingen van het kamp zijn vandaag niet exact gekend. Op basis van de opgraving van 2008 en de opvallende topografie vermoeden we dat het in grote lijnen een rechthoek vormt van circa 150 bij 250 meter. De afmetingen doen zo denken aan het Romeins castellum van Aardenburg. 

Afbeelding: Van de archeologische bescherming of het Romeinse kamp op de top van een kleine heuvel is weinig te bemerken in het hedendaagse straatbeeld. Copyright Onroerend Erfgoed

Meer weten?

De bouw van het castellum van Aalter kadert wellicht in de annexatie van onze streken bij het Romeinse rijk en in de uitrol van een militair apparaat. Net zoals ook het geval is in Velzeke zijn er aanwijzingen dat de controle van het wegennet hierbij een belangrijke rol speelde. Zo werden sporen van een brede weg in kaart gebracht bij het onderzoek in Loveld, ook op andere plaatsen in Aalter werden de laatste jaren duidelijke sporen gevonden van belangrijke hoofdwegen (zie Oostmolenstraat).

Door de vroege datering en de situering in het binnenland, is dit kamp van Aalter van een geheel andere aard dan de castella van Aardenburg, Oudenburg en Maldegem, die gekoppeld zijn aan de kustverdediging en waarvan de bouw gelinkt wordt aan Germaanse invallen.

Door de goede bewaringstoestand bevat het bodemarchief van het castellum op het Loveld in Aalter waardevolle informatie over de oprichting, inrichting en organisatie van een Romeins castellum. Dat bodemarchief kan enkel via archeologisch onderzoek ontsloten worden. De meerwaarde van het castellum op het Loveld in Aalter zit vooral in de aanwezigheid van een relatief langdurige militaire bezetting binnen de regio. Het vertegenwoordigt van de 1ste tot en met de 3de eeuw de aanwezigheid van Rome in het gebied en kan als motor hebben gediend voor de economische en culturele ontwikkelingen binnen dit gebied.

Afbeelding: Op deze hoogtekaart is goed te zien dat het Romeinse kamp op een opvallende hoogte werd gebouwd. Bron: Geopunt Vlaanderen

Kanaal Gent-Brugge: fort Louis XIV

We houden even halt op de brug over het kanaal Gent-Brugge, een waterweg met een bijzonder boeiende geschiedenis.

In 1613 gaf de Spaanse hertog van Parma het startsein voor het graven van dit kanaal, onder het bewind van de landvoogden Albrecht en Isabella. Dat gebeurde in een rustpauze in de Tachtigjarige Oorlog tussen de Spaanse en de Staatse Nederlanden, het zogenaamde Twaalfjarig bestand. Beide partijen maakten van de tijdelijke vrede gebruik om hun posities te versterken en uit te bouwen.

Het eerste doel van het nieuwe kanaal was de economische slagkracht veiligstellen. Antwerpen was in 1585 dan wel definitief in Spaanse handen gekomen, maar zolang de Staatsen de Westerschelde controleerden kon men weinig aanvangen met de Antwerpse haven. Daarnaast was Oostende in 1604 na een beleg van vier jaar in Spaanse handen gevallen, wat maakte dat het merendeel van de Vlaamse steden stevig in Spaanse handen was. Met de bouw van dit kanaal wilden de Spanjaarden dus kost wat kost de Vlaamse steden met elkaar en met de zee verbinden.

Het nieuwe kanaal had ook een militaire functie. Het front zat nog steeds muurvast in Zeeuws-Vlaanderen, waar lang en intens was gevochten rond steden als Aardenburg en Sluis. De controle van de Scheldemonding was de inzet. De Spanjaarden vreesden dat het Vlaamse platteland open zou liggen, mochten de Staatsen erin slagen om een doorbraak te forceren. Daarom vonden ze het nuttig om een reservelinie te bouwen, een breed kanaal met aan de zuidzijde een heuse batterij van forten, schansen en redouten. Eén van de belangrijkste forten was fort St-Filips, ter hoogte van de huidige hoeve Spildoorn. Je ziet de hoeve in de verte liggen langs het kanaal, in de richting van Gent.

De linie verloor haar betekenis na de Tachtigjarige oorlog, maar werd goed 50 jaar later hersteld door de Fransen, in het kader van de Frans-Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Volgens historische bronnen zou Louis XIV in eigen persoon even in fort St-Filips in Bellem verbleven hebben.

Meer weten?

Het Kanaal Gent-Brugge werd grotendeels gegraven in beddingen van bestaande waterlopen. Zo bevond zich tussen Aalter en Gent de Hoogkale, net als de Poekebeek één van de bovenlopen van de (Oude) Kale. Ooit was dit een grote en machtige rivier, maar vandaag is ze op de meeste plaatsen uit het landschap verdwenen. De Kale liep verder richting Vinderhoute en boog daar noordoostwaarts, naar Mendonk en Moerbeke, en zo verder naar Lokeren. De benedenloop van de Kale is vandaag gekend als de Durme. 

Tussen Brugge en Aalter bevond zich dan weer de Leie, een riviertje dat uiteindelijk uitmondt in Brugge en er de Brugse reien voedt. Restanten van de Leie zijn nog te zien in Beernem en Oostkamp, ten zuiden van het Kanaal Gent-Brugge.

Afbeelding: De brug van Bellem overspant de vaart Gent-Brugge, gegraven in het begin van de 17de eeuw. Langs dit kanaal werden meerdere forten en versterkingen gebouwd, waaronder fort St-Filips. Het fort gaat schuil in de nevels aan de zuidzijde van het kanaal, even voorbij de bochtverbreding. Copyright Onroerend Erfgoed

Grafveld Ursel Rozestraat/Konijntje

Het grafveld van Ursel Rozestraat werd archeologisch onderzocht in de tweede helft van de jaren ’80 door de Universiteit Gent, en is sindsdien een verplichte stof voor elke student archeologie. Het is een bijzonder interessante site, maar ze is vooral bekend door de iconische luchtfoto’s die onomstotelijk het belang van luchtfotografie aantoonde voor het opsporen van archeologische sites.

De opgravingen illustreerden een bijzondere vorm van dodenzorg. De oudste funeraire constructie die werd onderzocht is een grote grafheuvel, omgeven door een dubbele cirkelvormige gracht. De binnenste gracht werd via C14 gedateerd op de overgang van het neolithicum naar de vroege bronstijd, rond 2.000 voor Chr., maar die datering is niet geheel zeker. 

Opvallend is dat de grafheuvel enkele honderden jaren nadien werd gerestaureerd door de buitenste gracht opnieuw uit te graven. Op het opgravingsplan is echter duidelijk te zien dat de nieuw gegraven gracht in het oosten een uitstulping vertoont die er aanvankelijk niet was. Men vermoedt dat het heuvellichaam van de grafheuvel in de loop der tijden als gevolg van de inwerking van de westenwind was verplaatst, en dat het oorspronkelijke tracé van de gracht op deze plek niet meer herkenbaar was. 

Op de overgang van de late ijzertijd naar de vroeg-Romeinse tijd (1ste eeuw voor Chr. tot midden 1ste eeuw na Chr.) werd de site nogmaals heringericht. Rond de grafheuvel werd een vierkante gracht gegraven, wat een soort herinrichting is naar de mode van die tijd. Daarnaast werden nog enkele bijkomende vierkante structuren aangelegd. Verder werden er 68 crematiegraven opgegraven. Ook meer naar het noorden (Konijntje) werden een aantal crematiegraven aangetroffen. Wellicht is dit het topje van de ijsberg, omdat uiteindelijk maar een beperkt stukje werd onderzocht. De rest van het grafveld ligt gewoon nog onder de zoden.

Afbeelding: Het grafveld van Ursel Rozestraat/Konijntje is een begrip in de Vlaamse archeologie. Er werden meerdere begravingen opgegraven, daterend tussen de Bronstijd en de Romeinse tijd (ca. 4.000 tot 1.800 jaar oud). Copyright Onroerend Erfgoed

Meer weten?

Het grafveld aan de Rozestraat was een deeltje van een groter landschap waarin de mens woonde, werkte en stierf. Onder meer via luchtfotografie zijn in de regio Aalter-Knesselare tientallen grafheuvels uit de bronstijd en ijzertijd gekend. Daarnaast zijn in de directe omgeving ook heel wat bewoningssporen aangetroffen. Zo werden in 2008 net ten zuiden van het grafveld sporen van gebouwen uit de ijzertijd aangetroffen. Hoe dit landschap precies georganiseerd was, is voorlopig nog onduidelijk: waar bevonden zich de wegen, de dorpen, de boerderijen en de akkers?

Afbeelding: De opgraving in de Rozestraat toonde de mogelijkheden aan van luchtfotografie voor archeologisch onderzoek. Copyright: Universiteit Gent, vakgroep Archeologie.

Romeinse nederzetting Onderdale

Net ten noordwesten van de dorpskern van Ursel zie je Onderdale, een kleine wijk met een school en een woonzorgcentrum. Naar aanleiding van nieuwbouwprojecten aan beide gebouwen werd ook archeologisch onderzoek verricht. Met bijzondere resultaten: in bijna elke bouwput troffen de archeologen sporen aan uit zowel de ijzertijd (vanaf de 5de eeuw voor Christus) en de Romeinse tijd. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Rozestraat gaat het nagenoeg uitsluitend om bewoningssporen: er werden restanten gevonden van houten huizen, kleine bijgebouwtjes, grachten en erfbegrenzingen. Uit alles blijkt dat het om een vrij dichte landelijke bewoning gaat.

Het grotere plaatje blijft nog enigszins vaag. Zo is nog niet geweten hoe deze nederzetting georganiseerd was en te bereiken was. Er waren duidelijk één of meerdere wegen, maar stonden deze bijvoorbeeld in verbinding met de opgegraven weg in Aalter Woestijne? En wat is het belang van de cuesta, de langgerekte heuvel waarop Ursel zich bevindt en die een soort baken in het landschap vormt? 

Meer weten?

Archeologisch onderzoek wordt vandaag de dag bijna uitsluitend uitgevoerd naar aanleiding van bodemingrepen zoals verkavelingen of nieuwbouwprojecten. Vanaf een bepaald oppervlak moeten zulke bouwprojecten voorafgegaan worden door een archeologisch onderzoek, wat ook in Ursel gebeurde. Particulieren worden in regel niet of nauwelijks geconfronteerd met een verplicht archeologisch onderzoek, omdat een individueel bouwproject te klein is en weinig informatie oplevert.

Opgraven is ook een beetje vernielen: de site wordt weliswaar gedocumenteerd en ontsloten, maar tegelijkertijd fysiek vernield. Daarom proberen archeologen steeds om de sporen in de bodem te bewaren zonder ze op te graven. Die sporen worden dan bewaard voor de toekomst, maar houden enigszins tegenstrijdig ook hun geheimen verborgen. We weten dus eigenlijk niet precies wat we behouden.

Heel vaak stellen bezoekers de vraag of bepaalde archeologische sporen niet zichtbaar gemaakt kunnen worden. Dat is bijzonder moeilijk: in Vlaanderen werd er hoofdzakelijk gebouwd in hout en vakwerk, waardoor de archeologische sporen vandaag niet meer zijn dan wat grondverkleuringen. Maar ook stenen constructies laten zich niet gemakkelijk visualiseren. Na een verblijf van honderden tot duizenden jaren onder de grond zijn de stenen vaak broos en kwetsbaar. Ze langdurig bloot laten, staat gelijk aan een vernieling. De laatste jaren wordt daarom resoluut de kaart getrokken van de story-telling, al dan niet gecombineerd met hedendaagse virual reality. Op die manier maken we de stap van stenen naar mensen.

Afbeelding: In Onderdale, vlak bij het centrum van Ursel, werden heel wat sporen van Romeinse bewoning opgegraven. Copyright Onroerend Erfgoed

Aalter-Woestijne

Tussen maart 2010 en januari 2012 voerde het agentschap Onroerend Erfgoed archeologisch onderzoek uit op een terrein van 20 hectare in Aalter, langs het kanaal Gent-Brugge. Het leverde een schat aan unieke informatie op over een periode die zich uitstrekt van de prehistorie tot de 18de eeuw.
De verwachtingen waren hoog door de luchtfotografische documentatie, kleinschalig onderzoek door de Universiteit Gent in 1989-1990 en het proefsleuvenonderzoek van 2009. Ze werden door de opgraving van 2010-2011 niet alleen ingelost, maar zelfs ruimschoots overtroffen. Ondanks het eeuwenlang ploegen en bemesten was de kwaliteit van wat werd aangetroffen verrassend goed.

Aalter-Woestijne is een zogenaamde ‘alle-periodensite’. De archeologen legden er sporen bloot van meer dan 5000 jaar menselijke bewoning op deze zanderige vlakte aan de vroegere Durme of Hoogkale. Naast woningen uit alle periodes vonden de onderzoekers onder meer restanten van een prehistorische weg die langs meerdere grafheuvels liep, een ritueel centrum uit de ijzertijd met grachten en palissades van honderden meters lang, twee grafvelden en een uitzonderlijk grafmonument uit de Romeinse periode, en een 18de-eeuws militair kamp.

Afbeelding: Reconstructietekening van de imposante grafheuvel die aan het licht kwam bij de grote opgraving door het agentschap Onroerend Erfgoed, naar aanleiding van de ontwikkeling van een bedrijventerrein. Copyright: Yannick De Smet

Meer weten?

De meest in het oog springende vondst is zonder twijfel het restant van het compleet vergeten kasteel van Woestijne. Het werd aan het einde van de 14de eeuw gebouwd door de adellijke familie van Vlaanderen, heren van Woestijne sinds 1376.

De familie van Vlaanderen bekleedde belangrijke functies in de hofhouding van de Bourgondische hertogen en van keizer Karel V. Hun woning, het kasteel van Woestijne, was een vierkant bakstenen gebouw, typisch voor die tijd. Ideaal voor het combineren van een militaire functie met die van residentie van een adellijke familie. Toch is de bewoning van het kasteel maar van korte duur geweest. Onderzoek van het afval in de slotgracht suggereert dat het kasteel honderd jaar na de bouw enkel nog als jachtslot diende. De archeologen vonden er een indrukwekkende hoeveelheid edelhertbot, de grootste ooit opgegraven in Vlaanderen. Het bewijst de hoge sociale status van de familie van Vlaanderen in de late middeleeuwen.

Afbeelding: Het huidige Woestijnegoed, dat in kern opklimt tot de Late Middeleeuwen en vandaag fungeert als event- en congrescentrum. Copyright Onroerend Erfgoed

Aalter-Weverij

In 2019 werd een grote opgraving uitgevoerd langs de Knokkebaan, naar aanleiding van een nieuwbouwproject. Op dit terrein bevond zich voorheen een industriële weverij. Hoewel de 20ste-eeuwse fabrieksgebouwen aardig wat vergravingen van de bodem veroorzaakten, bleken op het terrein toch nog relevante archeologische sporen uit de ijzertijd bewaard. 

In totaal werden drie 10 houten hoofdgebouwen en twaalf kleinere bijgebouwen opgegraven. Het terrein was ingericht door een greppelstructuur die erven afbakende en het terrein ontwaterde.

De bewoning kende minstens twee fases. De eerste fase is te situeren in de 6de-5de eeuw voor Chr. Er kan van uit gegaan worden dat tijdens deze periode twee woonerven op het terrein aanwezig waren, al dan niet tegelijkertijd. Eén kuil kan als haard, oven, of afvalkuil met haard- of ovenresten geïnterpreteerd worden. Van de tweede fase werd een greppelsysteem aangetroffen. Een aantal bijgebouwen kunnen op basis van hun oriëntatie ook tot deze tweede fase gerekend worden.

Afbeelding: Sfeerbeeld van de opgraving in 2019, waarbij bewoningssporen uit de IJzertijd werden aangetroffen. Copyright: De Logi & Hoorne bvba