Beleidsprioriteiten onroerend erfgoed

In de aanpassing van de strategische meerjarenplanning geef je aan hoe de gemeente de onderstaande Vlaamse beleidsprioriteiten over het onroerend erfgoed uitwerkt. Je beschrijft de acties die de gemeente plant en koppelt hieraan de gewenste effecten en indicatoren. Belangrijk is ook dat je aangeeft op welke manier je participatie organiseert.

Tot en met 31 december 2019

1. De gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid (OEVBP02):

  • De beleidsvisie is integraal: een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten én voor de cultuurhistorische landschappen.
  • De beleidsvisie is geïntegreerd: een visie die is afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg.
  • De beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren.

Opmerking: Wanneer de gemeente haar gemeentelijk meerjarenbeleidsplan aanpast of uitbreidt met het onroerenderfgoedbeleid, kan  je dit bijvoorbeeld aantonen met een - door de gemeenteraad goedgekeurd - document dat bij de erkenningsaanvraag wordt toegevoegd.

2. De gemeente ondersteunt de vrijwilligerswerking die zich inzet voor het duurzame behoud en beheer en de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en onderneemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te ondersteunen (OEVBP03).

3. De gemeente neemt een voorbeeldfunctie op over het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente (OEVBP04).

4. De gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed, en een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, en betrekt deze raad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid (OEVPB05).

Opmerking: Als de erkende onroerenderfgoedgemeente deel uitmaakt van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, dan kan je via deelrapportagecode OEVBP05 aantonen hoe de IOED de gemeente zal ondersteunen bij het uitschrijven en uitvoeren van het ‘regionaal’ onroerenderfgoedbeleid.

5. De gemeente houdt de toelatingen, meldingen en adviezen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, bij in een digitaal register (OEVPB06).

Vanaf 1 januari 2020

1. De gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud, het gebruik en herbestemming van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid (OEVBP01):

  • De beleidsvisie is integraal: een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, voor de monumenten én voor de cultuurhistorische landschappen.
  • De beleidsvisie is geïntegreerd: een visie die is afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg.
  • De beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren.

Opmerking: Wanneer de gemeente haar gemeentelijk meerjarenbeleidsplan aanpast of uitbreidt met het onroerenderfgoedbeleid, kan  je dit bijvoorbeeld aantonen met een - door de gemeenteraad goedgekeurd - document dat bij de erkenningsaanvraag wordt toegevoegd.

2. De gemeente ondersteunt en betrekt de erfgoedgemeenschappen die zij zich inzetten voor het duurzame behoud en beheer en de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en onderneemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te ondersteunen (OEVBP02).

3. De gemeente neemt een voorbeeldfunctie op over het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente (OEVBP03).

4. De gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed, en een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, en betrekt deze raad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid (OEVPB04).

Opmerking: Als de erkende onroerenderfgoedgemeente deel uitmaakt van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, dan kan je via deelrapportagecode OEVBP04 aantonen hoe de IOED de gemeente zal ondersteunen bij het uitschrijven en uitvoeren van het ‘regionaal’ onroerenderfgoedbeleid.

5. De gemeente houdt de toelatingen, de bekrachtiging en de aktename van archeologietnota’s en nota’s en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, bij in een digitaal register (OEVPB05).

6. De gemeente inventariseert het onroerend erfgoed op het gemeentelijk grondgebied en zet instrumenten in om het duurzame behoud en beheer ervan te stimuleren (OEVPB06).