Beleidsprioriteiten onroerend erfgoed

Wil je een erkenning aanvragen als onroerenderfgoedgemeente, dan moet je voldoen aan een aantal Vlaamse beleidsprioriteiten voor het onroerenderfgoedbeleid, die de voorwaarden voor je erkenning vormen. De gemeente toont in haar aanvraag aan dat ze die Vlaamse beleidsprioriteiten in haar goedgekeurde strategische meerjarenplanning zal concretiseren in actieplannen en acties. Deze beleidsproriteiten vormen de basis voor de jaarlijkse rapportering.  

In je strategische meerjarenplanning geef je aan hoe de gemeente de onderstaande Vlaamse beleidsprioriteiten over het onroerend erfgoed uitwerkt. Je beschrijft de acties die de gemeente plant en koppelt hieraan de gewenste effecten en indicatoren. Belangrijk is dat je aangeeft op welke manier je participatie organiseert. 

Let op: de beleidsprioriteiten die de voorwaarden vormen voor een erkenning, wijzigen vanaf 1 januari 2023.  

Beleidsprioriteiten tot en met 2022 

Tot en met werkingsjaar 2022 gelden er zes Vlaamse beleidsprioriteiten en de bijbehorende rapporteringscodes. Erkende onroerenderfgoedgemeenten rapporteren over werkingsjaar 2022  volgens deze codes. 

  1. De gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die het actief behoud, het gebruik en herbestemming van het onroerend erfgoed op haar grondgebied voor ogen heeft en die complementair is aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid (OEVBP01): 
    De beleidsvisie is integraal: een visie op de zorg voor het archeologisch erfgoed, de monumenten, de cultuurhistorische landschappen én de stads- en dorpsgezichten. 
    De beleidsvisie is geïntegreerd: een visie die is afgestemd met andere beleidsvelden die raakvlakken hebben met de onroerenderfgoedzorg. 
    De beleidsvisie houdt rekening met de noden van de aanwezige onroerenderfgoedactoren. 
    Opmerking: Wanneer de gemeente haar gemeentelijk meerjarenbeleidsplan aanpast of uitbreidt met het onroerenderfgoedbeleid, kan  je dit bijvoorbeeld aantonen met een - door de gemeenteraad goedgekeurd - document dat bij de erkenningsaanvraag wordt toegevoegd. 
  2. De gemeente ondersteunt en betrekt de erfgoedgemeenschappen die zij zich inzetten voor het duurzame behoud en beheer en de ontsluiting van het onroerend erfgoed op haar grondgebied en onderneemt acties om een lokaal draagvlak voor de onroerenderfgoedzorg te ondersteunen (OEVBP02). 
  3. De gemeente neemt een voorbeeldfunctie op over het duurzame behoud en beheer van het onroerend erfgoed in haar eigendom of onder haar beheer en integreert de visie op dat onroerend erfgoed in de beslissingen en plannen van de gemeente (OEVBP03). 
  4. De gemeente bouwt met het oog op expertiseverwerving een consultatienetwerk uit met de diensten en organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor het onroerend erfgoed, en een door de gemeenteraad erkende adviesraad, waarin de aanwezige onroerenderfgoedactoren vertegenwoordigd zijn, en betrekt deze raad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijke onroerenderfgoedbeleid (OEVPB04). 
    Opmerking: Als de erkende onroerenderfgoedgemeente deel uitmaakt van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst, dan kan je via deelrapportagecode OEVBP04 aantonen hoe de IOED de gemeente zal ondersteunen bij het uitschrijven en uitvoeren van het ‘regionaal’ onroerenderfgoedbeleid. 
  5. De gemeente houdt de toelatingen, de bekrachtiging en de aktename van archeologietnota’s en nota’s en de meldingen, afgeleverd in het kader van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, bij in een digitaal register (OEVPB05). 
  6. De gemeente inventariseert het onroerend erfgoed op het gemeentelijk grondgebied en zet instrumenten in om het duurzame behoud en beheer ervan te stimuleren (OEVPB06). 

Beleidsprioriteiten vanaf 2023 

Vanaf werkingsjaar 2023 gelden er gewijzigde beleidsprioriteiten. Gemeenten die voor 15 januari 2023 een erkenningsaanvraag voorbereiden, moeten voldoen aan de gewijzigde beleidsprioriteiten. Er komen onder andere twee nieuwe Vlaamse beleidsprioriteiten bij. 

Vanaf 2023 zijn de volgende erkenningsvoorwaarden voor onroerenerfgoedgemeenten van kracht. De deelrapportagecodes voor aanvragen in BCC zullen hier nog aan aangepast worden. 

  1. de gemeente beschikt over een onderbouwde beleidsvisie die voldoet aan al de volgende voorwaarden:   
    1. ze is complementair aan het Vlaamse onroerenderfgoedbeleid
    2. ze beoogt het behoud, het gebruik en de herbestemming van het onroerend erfgoed dat op haar grondgebied ligt 
    3. ze is integraal    
    4. ze is geïntegreerd 
    5. ze houdt rekening met de noden van de gemeenschap
  2. de gemeente creëert een lokaal draagvlak voor haar beleidsvisie inzake onroerend erfgoed 
  3. de gemeente neemt een voorbeeldfunctie op in de zorg voor het onroerend erfgoed waarvan ze eigenaar of beheerder is inclusief de integratie van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed in beslissingen en plannen  
  4. de gemeente beschikt over de nodige expertise voor een kwalitatieve opmaak en uitvoer van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed
  5. de gemeente betrekt een adviesraad bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van haar beleidsvisie voor onroerend erfgoed. De adviesraad is erkend door de gemeenteraad en bestaat uit een vertegenwoordiging van het lokale erfgoedveld 
  6. de gemeente voert de beslissingen over de aanvragen voor toelating voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem en de meldingen en beoordelingen van archeologienota's en nota's, die uitgereikt zijn in het kader van de toepassing van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 en dit besluit, in de digitale registers van de Vlaamse overheid in binnen een ordetermijn van tien dagen, die ingaat op de dag na de beslissing 
  7. de gemeente voert de beslissingen en adviezen zoals vermeld in artikel 6.5.1, 4°, 6° en 7° in de databank van toelatingen en adviezen in binnen een ordetermijn van tien dagen, die ingaat op de dag na het advies of de beslissing
  8. de gemeente inventariseert het onroerend erfgoed op haar grondgebied en zet instrumenten in om het duurzaam behoud en beheer ervan te stimuleren
  9. de gemeente voert het door haar vastgestelde onroerend erfgoed en de er eventueel aan gekoppelde toelatingsplichten in in het platform dat daarvoor ter beschikking wordt gesteld door de Vlaamse overheid 
  10. de gemeente heeft een gemeentelijk verbalisant aangesteld om de regelgeving over het onroerend erfgoed op haar grondgebied te handhaven 

Meer weten over beleidsprioriteiten? 

Een werkgroep van vertegenwoordigers van lokale besturen en het agentschap werkte een verdiepende nota uit over de beleidsprioriteiten die de voorwaarden vormen voor een erkenning als onroerenderfgoedgemeenten.