14de-eeuws beschilderd graf ontdekt op het O.L.V.-kerkhof in Brugge

Archeologie

Bij opgravingen op het O.L.V.-kerkhof in Brugge werd een 14de-eeuws beschilderd graf ontdekt. De exacte datering kan verder verfijnd worden aan de hand van het baksteenformaat, stilistische eigenschappen van de schildering, de gebruikte pigmenten en in het beste geval ook op basis van de identificatie van de 'bewoner' van het graf, maar dat is niet zo eenvoudig tenzij er herkenningstekens mee begraven zijn. Alleszins is het niet echt een vroeg voorbeeld van een grafschildering want het bouwt duidelijk voort op de oudere 'modellen'.

En toen werd er geschilderd op de binnenwanden van gemetselde bakstenen graven

Tijdens de middeleeuwen tot volop in de 17de eeuw bloeide in het oude graafschap Vlaanderen een merkwaardige vorm van muurschilderkunst, namelijk de beschildering op de binnenwanden van gemetselde bakstenen graven, waarbij Brugge en bij uitbreiding het Brugse Vrije een belangrijke rol speelde. Hoe verder van Brugge, hoe minder talrijk dergelijke beschilderde graven voorkomen, met uitzondering van Gent waar er dan weer relatief veel zijn. In Zeeuws-Vlaanderen (bv. Aardenburg), Zeeland en sporadisch nog meer naar het Noorden toe vind je veel dergelijke graven.

Eerst werd een trapeziumvormige bouwkuil gegraven en vier bakstenen muurtjes gemetseld. De binnenzijde van deze muren werd dan bepleisterd met een traditionele mortel van kalk en zand, en daarna beschilderd. Omdat doden in de middeleeuwen snel werden begraven, was er voor al deze bewerkingen hooguit een dag tijd. De kwaliteit van de beschildering verschilt van graf tot graf en wordt grotendeels bepaald door de snelheid waarmee moest gewerkt worden. Niettemin getuigen ze van de grote vakbekwaamheid van de schilders die in een korte tijd en in moeilijke omstandigheden hun werk moesten verrichten.

De overledene werd in deze bakstenen kelder bijgezet in een doodskist, waarna het graf werd gesloten, meestal met vlakke stenen zoals hier. De westzijde (hoofdeinde) was meestal breder dan de oostzijde (voeteneinde). De graven hebben doorgaans geen bevloering, want alle overledenen moesten begraven worden in gewijde grond. De lijkkist stond op twee rijen houten balken, bakstenen of op ijzeren staven.

Zo goed als onaangeroerd

Het beschilderd graf van Brugge is interessant omdat het nog onaangeroerd is. Sinds de begrafenis heeft niemand het nog gezien. De schildering werd immers voor de overledene gemaakt. Vlak na de vondst zijn de kleuren nog heel fris door de ideale bewaaromstandigheden, maar deze kunnen vrij vlug vervagen als ze aan het licht blootgesteld worden.

Vrijwel overal komt dezelfde iconografie voor als hier. Aan het hoofdeinde een calvarie met de gekruisigde Christus tussen Maria en Johannes; aan het voeteneinde een gekroonde Madonna met Kind. De gekroonde Maria met bloementak zit op een bankje. Naast haar staat op de rand van haar kleed het zegende Christuskind. Op de lange zijden zien we kruisen en engelen met een wierookscheepje die wierook zwaaien naar Maria en naar de calvarie toe. Allicht staat er ook een heilige met zijn attribuut op een lange zijde.

De iconografische thema’s staan in verband met de hoop die de overledene koestert dat zijn ziel zo vlug mogelijk in de hemel mag komen. Alhoewel hij zélf niets meer kan doen voor zijn zielenheil – daarvoor kunnen enkel nog de levenden bidden en missen opdragen – geeft hij op deze manier uiting aan zijn geloof, godsvrucht en verwachting. Hij richt zich tot de Gekruisigde (Calvarie), onder meer door bemiddeling van Maria (Madonna met Kind) en laat engelen met wierook eer betuigen aan Christus en Maria.

Bijna telkens als je in de O.L.V.-kerk of op het vroegere aanpalende kerkhof grondwerken uitvoert, stoot je op bakstenen grafkelders met beschilderde wanden. Bij de graafwerken voor de verplaatsing van de praalgraven van Karel De Stoute en Maria van Bourgondië werden graven gevonden. Zij bleven in de grond bewaard en zijn zichtbaar via een glazen vloerplaat. Andere graven werden gelicht en zijn tentoongesteld in de Lanchalskapel, een zijkapel. Bij de graafwerken voor het plaatsen van een ondergrondse verwarmingsinstallatie in de kerk enkele jaren geleden, bleek de ondergrond vol bakstenen graven te zitten. De werken voor de verwarmingsinstallatie werden daarom gestaakt en de voorziene verwarmingsinstallatie werd niet geplaatst. Maar zo bleven de graven in situ bewaard. In het verleden zijn veel van die lichtingen mislukt, waardoor we nu, als het mogelijk is, opteren om alles in situ te bewaren.

Lichten van een graf vergt veel voorbereidend werk

Het lichten is een fragiele onderneming die met veel moeilijkheden gepaard gaat. In het ideale geval is er een multidisciplinair team nodig vanaf het begin, bestaande uit de archeoloog, de conservator-restaurateur van muurschilderingen, textiel, hout, metaal, steen al naargelang wat aangetroffen wordt en de fysische antropoloog. In een later stadium de kunsthistoricus. Alleen op die manier is er een garantie dat er gegevens noch materie verloren gaan.

Het is belangrijk dat er meteen na de ontdekking een restaurateur muurschilderingen betrokken wordt. Enerzijds om de beveiliging en conservatie van de schildering aan te vatten, anderzijds ook om het draaiboek of bestek mee op te stellen voor de lichting van het graf en voor de verdere restauratie en de latere presentatie van het graf. Dat wil ook zeggen dat de kostprijs bepaald wordt van voorafgaande conservatie tot en met de presentatie.

De restaurateur muurschilderingen fixeert de beschildering en de pleister, vult de barsten op en bevestigt de loszittende bakstenen. De schilderingen worden na conservatie en vóór het lichten afgedekt met Japans papier. Vervolgens bekijkt de restaurateur de stabiliteit van de constructie. Kan het zand rondom het graf gemakkelijk verwijderd worden? Kan het graf in één stuk gelicht worden met de bodem (als deze aanwezig is) of moeten de wanden ter hoogte van de hoeken doorgezaagd worden om ze per muur te lichten?

De eigenlijke restauratie

Eens gelicht begint de eigenlijke restauratie. Die start met het gecontroleerd drogen van het graf, allicht best in een geklimatiseerde tent. Als het graf te snel droogt, schilfert de verf af en als het te traag droogt, komen er schimmels. De eigenlijke restauratie volgt ook best onmiddellijk op het droogproces omdat het Japans papier er niet te lang op mag zitten want dit kan verfverlies veroorzaken. Maar alvorens men het graf licht, moet men denken aan wat men met de gelichte constructie zal doen. Lichten om niet tentoon te stellen, is niet in verhouding tot de gemaakte kosten. Dus moet je op voorhand een nuttig en verantwoord concept hebben voor de presentatie. Waar ga je het graf tentoonstellen? In welke klimaatomstandigheden zal je het tonen, want het blootstellen aan licht en lucht heeft nefaste gevolgen voor de bewaringstoestand van de pleister en de pigmenten. De tentoonstellingsvoorwaarden zijn immers essentieel. Ultraviolet licht en teveel (verkeerd) licht is nefast voor de bewaring. Deze schilderingen hebben immers meer dan 500 jaar geen licht 'gezien'.

Hoe ga je het graf tentoonstellen?

Tentoonstellen betekent dat je van iets onzichtbaars voor het publiek plots een zichtbaar kunstwerk maakt. Hierbij moet er naast de voor de hand liggende kunsthistorische aantrekkelijkheid van deze schilderingen eveneens oog zijn voor de context. Je wil ook vermijden dat de graven worden gereduceerd tot vier beschilderde bakstenen muurvlakken en dat de context en bijhorende immateriële waarden (begrafenisrituelen, cultus, religie) verloren gaan.

Het is dus duidelijk dat je best de conserverings- en tentoonstellingsproblematiek voor dit graf goed in kaart brengt alvorens het te lichten.

 

Foto beschilderd graf: stad Brugge