Archaeologia Belgica - Intergenerationele overdracht

Archeologie

Archeologen kennen ongetwijfeld het roemruchte tijdschrift uit lang vervlogen tijden, Archaeologia Belgica. Enkele maanden geleden lanceerden wij een oproep aan alle auteurs en rechthebbenden om mee te werken aan de digitale ontsluiting van ‘ARBE’. Het agentschap Onroerend Erfgoed wil hen allemaal bedanken voor hun bereidheid om dit mogelijk te maken. 

 

Intergenerationele overdracht, is dat niet wat ons, erfgoedfanaten, de hele tijd bezighoudt? Soms bouwen mensen een monument om de herinnering aan een bijzondere gebeurtenis levend te houden. Of ze zorgen dat de betekenis van een monument begrijpelijk blijft voor de volgende generaties. Anderen spannen zich in om verloren boodschappen, vele generaties oud, opnieuw te ontdekken en ze een nieuwe stem te geven die gehoord kan worden door onze nazaten. 

Die vertalers en ontdekkers hebben de nood, soms de plicht, om die boodschappen op een duurzame manier te delen. Dat doen ze wel vaker door te schrijven en te hopen gelezen te worden. Tussen 1950 en 1984 kozen tientallen archeologen ervoor om de resultaten van hun wetenschappelijk onderzoek met de archeologische onderzoeksgemeenschap te delen via de reeks Archaeologia Belgica (ARBE). Er verschenen 254 nummers in de reeks. 

Een reeks publicaties noem je natuurlijk beter een document dan een monument, maar evenzeer als bij vervagende muurschilderingen of verruigende vloeiweiden, was ook de relevantievan ARBE aan het eroderen. ARBE is betekenisvol als drager van informatie, want die kan tot kennis worden omgezet. En kennis is nu eenmaal waar het om draait. Maar dan moet die drager wel vlot toegankelijk zijn. Fysieke toegankelijkheid in een bibliotheek is niet meer voldoende voor de jongste generaties onderzoekers. Anno 2021 betekent toegankelijkheid: digitaal, van overal, in Vlaanderen en daarbuiten, zonder of met weinig moeite, uit een luie zetel, desnoods vanop een harde stoel. Hierdoor viel kennisoverdracht tussen de generaties stil, ergens tussen de stoel van de onderzoeker en de rekken van de bibliotheek. De pandemie zette dat nog wat meer in de verf.

De reeks Archaeologia Belgica is al geruime tijd niet meer te koop en hoewel meerdere bibliotheken de reeks aanbieden, werd ze hoe langer hoe minder geraadpleegd omdat ze alleen analoog bestond. Digitalisering en online plaatsen van de hele reeks leek dus een evidente oplossing. Echter, vanwege de ouderdom van ARBE en de huidige auteurswet is dat een complexe taak. Toen de reeks gepubliceerd werd, ging men veel losser om met auteursrechten en werden er (voor zover we weten) geen duidelijke contracten getekend voor overdracht van die rechten. Een zoektocht in de archieven van de Nationale Dienst voor Opgravingen, onze rechtsvoorganger die de reeks uitbracht, leverde alvast niets op. 

We hadden dus toestemming nodig van de auteurs. Maar hoe doe je dat? We besloten om de taak heel persoonlijk aan te pakken. Elke auteur van wie we contactgegevens hadden schreven we beleefd aan en brachten we zo op de hoogte van het project. Met hun goedkeuring zouden we in staat worden gesteld om hun teksten opnieuw het doel te laten bereiken dat ze voor ogen hadden toen ze aan het schrijven waren: de kennis die ze door hun studie hadden verzameld delen met de onderzoeksgemeenschap. 

We vroegen hen of ze ons de nodige rechten wilden overdragen en of ze ons misschien in contact konden brengen met mede-auteurs en ex-collega’s van wie we het spoor bijster waren geraakt. Tot onze verheugde verbazing waren ze (bijna) allemaal meteen enthousiast. We kregen de gevraagde rechten en vonden de weg naar e-mail-loze auteurs in de diepste bossen van de Ardennen, en naar erfgenamen van overleden onderzoekers. 

Toen werd het voor ons duidelijk dat ook dit digitaliseringsproject echt erfgoedwerk was. Zo kregen we de rechten op een artikel uit 1956, van een auteur geboren in 1927. In 1956 waren de ouders van de huidige jonge generatie onderzoekers niet eens geboren. Het online plaatsen van die teksten op OAR maakt ze beter toegankelijk voor de jonge onderzoekers, en voor iedereen die kampt met tijdsdruk of een pandemie die het hen onmogelijk maakt Archaeologia Belgica in een bibliotheek te raadplegen. 

Onroerend erfgoed is een brug tussen verleden en toekomst. Dankzij deze auteurs kreeg het agentschap Onroerend Erfgoed de kans om zelf zo een brug te zijn:
Rica Annaert, Anne Cahen-Delhaye, Daniël Cahen, Dirk Callebaut, Marie.-Hélène Corbiau, Guy De Boe, John De Meulemeester, Marc Dewilde, Luc Devliegher, Henri Gratia, Véronique Hurt, Yvan Jadin, Marc Lodewijckx, Claire Massart, Marnix Pieters, André Matthys, Philippe Mignot, Jean-Luc Putman, Roger Putman, Hélène Remy, Rik Van de Konijnenburg, André Van Doorselaer, Luc Van Impe, Marc Van Strydonck, Michel Vanderhoeven, Alain Vanderhoeven, Geert Vynckier. 

We willen hen daarom, in naam van alle erfgoedonderzoekers die nu zijn en hierna wezen zullen, van harte bedanken voor hun jarenlang onderzoek, voor het delen van hun resultaten en natuurlijk om ons de kans te geven het onderzochte erfgoed weer wat verder in de tijd te laten bestaan.