Archeologische opgraving Arresthuis

Op 10 maart is het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) gestart met een archeologische opgraving op de site Arresthuis. Op deze plek komt het nieuwe 'Memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten'.

In een proefsleuf van de archeologische dienst van Mechelen werden ter hoogte van het Arresthuis archeologische resten gevonden. Een volledig archeologisch onderzoek bleek aangewezen. Hiervoor wordt beroep gedaan op het VIOE. Om het volledige perceel op te graven zet het VIOE tot begin augustus vier archeologen en acht arbeiders in.

De site

De site ligt op de hoek van de Goswin de Stassartstraat met de Tinellaan. Dat is net binnen de 13de eeuwse stadsomwalling. Volgens een 16de eeuwse kaart lag op deze plek een aan beide zijden bebouwd steegje in het verlengde van de huidige Nokerstraat. Op de kaart van Ferraris (1771-1777) en latere kaarten is de steeg niet meer aangegeven.

In 1830 wordt op deze plek het Arresthuis gebouwd. Het van oorsprong U-vormige gebouw wordt in 1850 uitgebreid. In 1878 wordt er een militaire bakkerij in gehuisvest. Een eeuw later doet het dienst als schoolgebouw. In 2009 wordt het gebouw afgebroken voor de uitwerking van de Tinelsite.

De opgraving

In de eerste fase van het onderzoek werd het U-vormig gebouw en een deel van de binnentuin afgegraven met de machine tot op het niveau met de archeologische resten. De voorbije weken ging de aandacht vooral naar de zone van het Arresthuis. De noord- en zuidvleugel zijn voor een groot deel opgegraven. De westvleugel, parallel aan de Goswin de Stassartstraat zal pas in een tweede fase onderzocht worden. Door de diepe kelder zullen oudere sporen hier tot op zekere diepte verdwenen zijn.

Het Arresthuis blijkt veel dieper en zwaarder te zijn gefundeerd dan voorheen was gedacht. De funderingen zijn voor een groot deel opgetrokken in gerecupereerde natuursteen en gaan tot 2 meter diep.

De twee zijvleugels zijn quasi symmetrisch opgebouwd en elk onderverdeeld in een 10-tal ruimtes. In elke vleugel bevinden zich zes kleine "cellen" geplaatst rond een centraal gelegen "gang". Daarnaast komen nog enkele grotere ruimtes voor.

De funderingen komen nagenoeg overeen met het grondplan van de benedenverdieping. Bij de bouw van het Arresthuis heeft men elk opgaand muurwerk voorzien van een 2m diepe fundering. Een aantal van deze funderingsmuren blijkt te zijn afgebroken om nieuwe te plaatsen. Deze bouwsporen kunnen nog niet aan een bepaalde verbouwingsfase verbonden worden.

De ruimte tussen de funderingen is opgevuld met één groot pakket grond. Die is waarschijnlijk afkomstig van de bouwput die gegraven werd voor de bouw van de gevangenis. Het aardewerk in dit pakket dateert uit de 14de tot de 18de/19de eeuw. Opvallend is het groot aantal scherven grijs aardewerk uit de 14de eeuw van ongebruikt vaatwerk waaronder ook 'misbaksels'. Dat wijst op de aanwezigheid van pottenbakkers in de omgeving.

Op dit moment is het opvullingspakket tussen de funderingen uitgegraven tot op de diepte waar oudere sporen aan het licht komen. In de volgende fase van de opgraving zullen deze oudere sporen tussen en onder de funderingen van het arresthuis onderzocht worden. Daarna zal ook de 1ste helft van de binnentuin worden onderzocht.