De bewogen geschiedenis van een beschermde Britse oorlogsbrug

Bouwkundig erfgoed

Genietroepen van het Britse Tweede Leger trokken exact honderd jaar geleden onder helse oorlogsomstandigheden een tankbrugje op over de Kemmelbeek, nabij de beruchte Vierstraat Ridge. De brug bestaat nog steeds en is sinds 21 maart 2018 beschermd als monument. Dankzij inscripties op de brug kon de g

Bardenbrug. Dat was de naam van de brug over de Kemmelbeek, tussen de gehuchten Hallebast en Vierstraat, pal op de grens tussen Ieper en Heuvelland. De Kemmelbeek kronkelt er ten westen van de hoogte bij Kleine en Grote Vierstraat, in Britse oorlogsbronnen ook gekend als de Vierstraat Ridge. Ten noordoosten van de brug mondt de inmiddels rechtgetrokken Kemmelbeek uit in Dikkebusvijver.

Helse oorlogsomstandigheden

De brug bleef tijdens de oorlog in geallieerde handen. Daar waar de Duitse frontlijn zich tot aan de Mijnenslag van 7 juni 1917 op minder dan 2,5 kilometer bevond – ter hoogte van Hollandse Schuur – naderde ze in de lente van 1918 tot op 700 meter van de brug, ten westen van de huidige Kriekstraat. Op 25 april 1918, toen de Slag bij de Kemmelberg in volle hevigheid losbarstte, hadden Duitse troepen namelijk de Britse stellingen ter hoogte van Vierstraat Ridge ingenomen. Demarcatiepaal 15 langs de Vierstraat herinnert nog steeds aan deze meest vooruitgeschoven Duitse positie.

De brug over de Kemmelbeek, met zicht op de Vierstraat Ridge. De hoge populieren staan op de Britse militaire begraafplaats Klein Vierstraat British Cemetery.

In de zomer van 1918 zag het uitgeputte Duitse leger zich genoodzaakt om hun frontlijn in te korten, door zich op verschillende plaatsen terug te trekken. Hiervan wilde de geallieerde legerleiding profiteren door aan de hand van kleinschalige aanvallen een gunstiger vertrekpositie te bekomen voor een grootschalig geallieerd eindoffensief. Tijdens deze Ontzettingsgevechten (18 augustus – 6 september 1918) konden de geallieerden Kemmel, Dranouter, Nieuwkerke, Ploegsteert en Nieppe innemen. Toen het Britse Tweede Leger eind augustus 1918 ontdekte dat de Duitsers de in het voorjaar van 1918 felbevochten Kemmelberg verlaten hadden, was volgens generaal Plumer het moment aangebroken om de Duitse troepen van de Wytschaete Ridge te verjagen. Hij deed hierbij onder meer een beroep op de pas aangekomen Amerikaanse troepen.

Maar het Duitse leger was niet van plan om deze heuvelrug bij Wijtschate zo maar prijs te geven. De 27ste Amerikaanse en Britse 41ste divisie slaagden er tijdens de Battle of Vierstraat Ridge niet in om tijdelijk verworven posities aan de voet van de Wytschaete Ridge te handhaven. In het dagboek van de betrokken 12th Batallion East Surrey Regiment wordt gewag gemaakt van vele onnodige verliezen door chaos en gebrek aan informatie bij de aflossing van troepen, door overmoed bij de weinig ervaren Amerikanen, door het moeilijk te verdedigen terrein, door moordend Duits mitrailleurvuur en door een krachtige Duitse tegenaanval. Er wordt ook vermeld hoe de Duitse artillerie de zone achter de Vierstraat Ridge in de nacht van 4 op 5 september hevig met gas en granaten bestookte. Onder deze artilleriebeschietingen werd er onafgebroken doorgewerkt aan het brugje.

De brug en de Military Medal

Op de brug zijn inscripties terug te vinden, die als volgt kunnen geïdentificeerd worden: “245 - G[…] - A.T.Cy (?) – R.E. - 7 aug. 1918”. Voluit wordt dit: “245th (Guernsey) Army Troop Company Royal Engineers 7 August 1918”.

Inscripties op de zijkant van de borstwering.

De 245th (Guernsey) Army Troop Company Royal Engineers, kortweg 245 A.T.Coy R.E., was een genie-eenheid, afkomstig van het Britse Kanaaleiland Guernsey. In haar dagboek werd dag per dag genoteerd welke werken de eenheid uitvoerde en of ze hierbij de hulp kreeg van andere eenheden. De 245 A.T.Coy R.E. was sinds juli 1918 gekantonneerd ten zuiden van Poperinge. Ze werd ingezet bij de uitbouw van de verdedigingsstellingen, bij het plaatsen van camouflageschermen langs de wegen, bij de inrichting van watervoorzieningen, badinstallaties en hoofdkwartieren,…

Volgens dit dagboek startte de vierde sectie van de 245 A.T.Coy R.E. op 4 september 1918 in de namiddag met de bouw van een tankbrug langs de weg Hallebast-Vierstraat. Op 6 september werd gespecificeerd dat dit een brug over de Kemmelbeek betreft. Dit werk werd ononderbroken verdergezet, in drie shiften. Ook delen van de 3de sectie van de 245 A.T.Coy R.E. werkten mee aan deze brug. Op 7 september was de tankbrug klaar, aldus het dagboek. Deze brug moest de deelname van tanks aan het offensief mogelijk maken.

Fragment uit het dagboek van de 245 A.T.Coy R.E.

Volgens het dagboek was het weer op 4, 5 en 6 september mooi, maar op 7 september werd de bouw afgerond onder kille weersomstandigheden. Zoals hoger reeds aangegeven, kan aangenomen worden dat de bouw van de brug plaatsvond onder bijzonder moeilijke oorlogsomstandigheden. Twee mannen van de 245 A.T.Coy R.E. werden bij deze werkzaamheden door een gasaanval verrast. Dit kan ook afgeleid worden uit het feit dat Sergeant Peter Tostevin, die de bouw van het brugje leidde, samen met zijn eenheid op 13 september 1918 een Military Medal uitgereikt kreeg omdat ze het brugje onder granaatbeschietingen hadden opgetrokken. “Smart bridge building. Men decorated in the field. Bridge Building under shellfire” luidde de titel van de Guernsey Evening Press die op 7 juni 1919 aandacht schonk aan deze onderscheiding.

Het raadsel van de datering

Blijkbaar was de brug niet stevig genoeg, had de brug te veel schade geleden of sukkelden te veel mensen of voertuigen in de Kemmelbeek, want op 11 oktober 1918 werkte de compagnie opnieuw aan de brug: er werden borstweringen uit betonstenen toegevoegd, evenals bijkomende steunberen. Wanneer deze werken afgerond werden, wordt niet vermeld. De 245 A.T.Coy R.E. vertrok op 23 oktober 1918 naar Bissegem.

De omstandigheden waarin deze borstweringen en steunberen werden opgetrokken, waren ongetwijfeld veel rustiger dan begin september 1918. Op 11 oktober was namelijk de eerste fase van het Bevrijdingsoffensief afgerond en was de Ypres Salient bevrijd.

Aangezien de inscripties zijn aangebracht op de zijkant van een borstwering, betekent dit dat deze pas ten vroegste op 11 oktober 1918 zijn aangebracht. Vreemd genoeg werd op de brug “7 augustus 1918” aangebracht, dit terwijl de eerste fase van de bouw van de brug volgens het oorlogsdagboek afgerond was op 7 september 1918. Dat de brug pas in september werd opgetrokken, wordt bevestigd door de gegevens met betrekking tot de toekenning van de Military Medal aan Peter Tostevin. Het lijkt er sterk op dat er een vergissing is gebeurd bij het aanbrengen van de datum.

Ontwerp geprefabriceerde betonnen steen en balk type Arques.

Zicht op noordoostelijke borstwering en vleugelwand.