Europees jaar van de spoorwegen

Industrieel erfgoed

2021 is door de Europese Unie uitgeroepen tot Jaar van het Spoor. Een jaar lang zijn er in heel Europa (online) evenementen en initiatieven die het gebruik van de trein als veilig en duurzaam vervoermiddel promoten. Maar het spoor, dat is ook erfgoed! En daar gaan wij de komende maanden over bloggen.

Eén van de Europese doelstellingen trok meteen onze aandacht: ‘Voortbouwen op de kracht van het spoor om de collectieve verbeelding te stimuleren, met name door de geschiedenis en het cultureel erfgoed van het spoor, waarbij wordt herinnerd aan de bijdrage die het spoor heeft geleverd aan het creëren van Europese welvaart en aan de rol van het spoor bij de ontwikkeling van geavanceerde technologieën’;

Laat dat nu net een kolfje naar ons hand zijn: de geschiedenis induiken. In onze inventaris van het onroerend erfgoed vind je tal van spoorrelicten: wachthuisjes, loodsen, viaducten, spoorwachterswoningen, spoorwegbeddingen, kolensporen, ... Maar het hoeft niet altijd over infrastructuur of gebouwen te gaan. Vaak is ook het landschap gevormd in functie van de spoorwegen. Houtkanten langs spoorlijnen tonen ons bijvoorbeeld traditioneel hakhoutbeheer, waarbij aanplantingen dienden als erosiebestrijding. Of wat dacht je van de smalsporen die archeologen aantreffen op sites waar de Eerste Wereldoorlog in alle hevigheid woedde?

De eerste treinrit in België

In de lagere school leren we allemaal over die eerste Belgische treinrit. Een historische gebeurtenis in 1835. De spoorlijn tussen Brussel en Mechelen werd ingehuldigd, en het was voor het eerst in de geschiedenis dat er een trein op het Europese continent reed. De allereerste stoomlocomotief ooit reed in Groot-Brittannië, waar de trein werd gebruikt om de mijnbouw in Noordoost Engeland te verbeteren. Omdat we daar de mosterd haalden rijden onze treinen nu nog altijd aan de linkerkant. Door te geloven en te investeren in de mogelijkheden van de “ijzeren weg” nam men een politiek en economisch risico. Maar het draaide goed uit, en de spoorwegen werden één van de grootste succesverhalen uit de Belgische industriële geschiedenis. Vandaag is het spoorwegnet in België één van de dichtste ter wereld.

Stedelijke en landschappelijke verandering

Dankzij de trein kon de gewone man of vrouw zich makkelijker en verder verplaatsen. Het toerisme kreeg een boost, wat er bijvoorbeeld voor zorgde dat kuststeden als Oostende en Blankenberge succes kenden en bouwkundig rijkelijk konden worden vormgegeven. In andere steden legde men een royale boulevard aan van het station naar het centrum. Die straat was het eerste wat de reizigers te zien kregen, en de aanblik moest bijblijven. Jammer genoeg was dat ook de redenering van de Duitsers die in 1914 de Leuvense Bondgenotenlaan in brand staken (en niet het station uiteraard): iedereen die aankwam in Leuven moest zien tot wat de bezetter in staat was.
Onze steden en dorpen en de nog resterende open ruimte ertussen, zijn allemaal getekend door de geschiedenis van het spoor. In een kleine rondvraag bij onze collega’s bleken de verhalen over het erfgoed van de spoorwegen in Vlaanderen al gauw op te borrelen. Die verhalen willen we in 2021 in de kijker zetten in een aantal blogs. Stationsarchitectuur, de spoorlijn Antwerpen-Essen die een grote impact had op het toerisme in en de ontwikkeling van de regio, de tramsite in Schepdaal die beheerd wordt door Herita, het spoorverkeer tussen Brussel en de Westhoek in de tweede helft van de 19e eeuw, spoorlijnrelicten in de landschapsatlas… ze komen allemaal aan bod in de loop van het komende jaar.
Een overzicht van alle acties en plannen van Europese Unie vind je op hun website.