Heideherstel op ’s-Hertogenheide (1)

Op 3 maart startte het herstelbeheer van ’s-Hertogenheide. Omdat het heidebeheer de afgelopen jaren op een laag pitje stond stond een stukje Hagelandse heide op het punt te verdwijnen. 

Heide van de hertog

Ten zuidwesten van de stad Aarschot ligt een gebied dat eeuwenlang in het bezit was van de heren van Aarschot, die in 1532 de hertogelijke titel kregen. Het gebied kende een gemeen gebruik, waarvan verschillende driftwegen een materiële getuige zijn.  Langs deze wegen brachten de Aarschottenaars hun vee naar de heide om het te laten grazen. In de 17e eeuw kwam het Hertogdom Aarschot in handen van de hertogen van Arenberg. Vanaf de 18e eeuw rationaliseerden zij hun domeinen om de inkomsten te vergroten. ’s-Hertogenheide werd met naaldhout beplant, waardoor het karakter van het gebied drastisch wijzigde. Op het einde van de 19e eeuw maakte het naaldbos plaats voor heide, gemengde bossen, graslanden en akkers. Na de Eerste Wereldoorlog werden de bezittingen van de hertog van Arenberg door de Belgische staat onder sekwester geplaatst. Hierdoor verloor ’s-Hertogenheide haar hertogelijke allure.

Beschermd landschap

Toen er in de jaren 1970 plannen waren om een hoofdweg door het gebied te leggen, kwam er protest. Geologen wezen op de uitzonderlijke combinatie van getuigenheuvels en landduinen in het gebied, terwijl natuurliefhebbers steigerden bij het idee dat dit stukje Kempische topnatuur in het Hageland zou worden aangetast. Het belang van ’s-Hertogenheide werd door de beleidsmakers onderkend en op 13 september 1978, werd het gebied definitief beschermd als landschap. De nieuwe weg werd met twee grote bochten om het gebied heen gelegd, zodat het bekende wandel- en speelgebied gevrijwaard bleef. Later kreeg ’s-Hertogenheide het statuut van Natura 2000-gebied.

Panorama vanaf zuidelijke bosrand, rond 1980 (Foto: Natuurpunt)

 

Kwijnend landschap

’s-Hertogenheide was dan wel beschermd, maar het beheer doofde uit. Hierdoor trad spontane verbossing op. Brandoefeningen van de Aarschotse brandweer, waarbij de heide gecontroleerd in brand werd gestoken, maakte die verbossing ongedaan. Het hielp slechts tijdelijk, want de brandweer bleef niet komen. Intussen groeide de heide langzaam maar zeker dicht. Waar de heide vroeger door begrazing kort en jong werd gehouden, worden de heideplanten nu oud en sterven ze af.

  

Centraal stuifduin, rond 1985 (Foto: Natuurpunt)     
Vergevorderde verbossing, voor de uitvoering van de werken

 

Vijf voor twaalf

In 2013 trok het agentschap Onroerend Erfgoed aan de alarmbel. Samen met de eigenaar, het Agentschap voor Natuur en Bos en het Regionaal Landschap Noord-Hageland werd er gezocht naar een oplossing om het tij te keren. Sinds 2014 wordt er gewerkt aan een geïntegreerd landschaps- en bosbeheerplan om te komen tot een onderbouwde toekomstvisie. Bovendien werd een eerste fase van heideherstel voorbereid. Dit heideherstel werd mogelijk gemaakt met de steun van het agentschap Onroerend Erfgoed (onderhoudspremie landschappen), het Agentschap voor Natuur en Bos (investeringssubsidie natuur) en het Regionaal Landschap Noord-Hageland.

De komende weken zal over een zone van ongeveer vier hectare alle houtige opslag worden afgezet en afgevoerd. Hier en daar zullen enkele jonge bomen blijven staan. Eerst worden de afgezaagde bomen met een lichte rupskraan op hopen gelegd. De aanzienlijke hoeveelheid hout wordt daarna verhakseld, of beter: gechipt. Dit wil zeggen dat het hout in ongelijke stukken wordt verhakseld om als biobrandstof te kunnen worden gebruikt. Het hakselmateriaal wordt met containers afgevoerd.

In een volgende blog kom je meer te weten over het chippen van het hout en nadien het chopperen van de heide.