Jaar van het spoor 2021: Lijn 12 Antwerpen - Essen; een kleine geschiedenis (deel I)

Bouwkundig erfgoed

Lijn 12 Antwerpen-Essen is een drukke spoorverbinding ten noorden van Antwerpen. Dagelijks pendelen scholieren en studenten, ambtenaren en havenarbeiders via deze spoorlijn naar hun opleiding of het werk. De nabijheid van de haven genereert veel goederentransport op de lijn. Door de komst van de hogesnelheidslijn Antwerpen-Breda een tiental jaar geleden is het internationaal passagiersvervoer op lijn 12 sterk afgenomen, maar de lijn blijft een belangrijke schakel voor het nationale spoorverkeer in België. Erfgoedconsulente Leni Thiers spoort al heel haar leven met de trein op lijn 12 en neemt jullie mee naar de eerste decennia van deze spoorverbinding.
Deze week focust Leni op het
spoorwegerfgoed langs de spoorlijn. Volgende week lees je meer over de impact van die spoorlijn op de dorpen langs de lijn.

De komst van het spoor in de 19de eeuw had een enorme impact op de maatschappij. Afgelegen dorpen werden plots vlot bereikbaar. Ze traden uit hun isolement en er kwamen wederzijdse uitwisselingen tussen de dorpsbewoners en stedelingen. Die impact is heel duidelijk merkbaar in het dorp Kalmthout, waar de spoorverbinding Antwerpen-Rotterdam uit 1854 deze agrarische gemeenschap de moderne tijden in katapulteerde.

Aankomst van een stoomtrein in het station van Kalmthout.
© oudheidkundige kring Kalmthout

 

De spoorlijn Antwerpen-Roosendaal

De treinlijn Antwerpen-Essen is een deel van de eerste treinverbinding tussen België en Nederland. Om te begrijpen waarom de spoorlijn net in Essen de grens overstak, keren we terug naar 1841. In dat jaar verwierf J.B.J. Gihoul, een kapitaalkrachtig industrieel uit Brussel, het landgoed Hemelrijk als buitenverblijf. In de jaren nadien kocht hij nog meer woeste gronden aan beide zijden van de landsgrens. Toen er plannen ontstonden voor de aanleg van een spoorlijn van Antwerpen naar Rotterdam, kocht Gihoul deze concessie aan voor de ‘Société Anonyme des chemins de fer d’Anvers à Rotterdam’. Maar de Nederlandse regering was voorstander van een meer oostelijk traject, waarbij de treinlijn langs Breda zou lopen.

Lobbywerk van Gihoul bracht de nieuwe lijn echter via Essen en Roosendaal. Hij kreeg hiervoor steun van de Antwerpenaren, die een vlotte spoortoegang tot de zandontginning op de Kalmthoutse hei nodig hadden voor de vele bouwplannen in hun stad. In 1854 reed de eerste trein over het spoor, met een feestelijke stop in de dorpen langs de spoorlijn, Ekeren, Kapellen, Kalmthout en Essen. Kalmthout en Essen waren op dat moment nog kleine landbouwgemeenschappen gelegen tussen uitgestrekte woeste heidegronden. De komst van de spoorverbinding verkortte de reistijd met ettelijke uren en zorgde voor een vlotte bereikbaarheid van deze afgelegen dorpen. Pendelen werd het nieuwe normaal, zowel voor de inwoners van de dorpen langs de spoorlijn naar de markt in Antwerpen, als voor de stedelingen om deze afgelegen streek te ontdekken.

 

De Cambuus van moeder Kee deed eerst dienst als onderkomen voor de zandontginners, en ontwikkelde zich later tot enigste rustplek voor toeristen middenin de uitgestrekte heidevlakte:

© oudheidkundige kring Kalmthout

Dankzij de goede verbinding met Antwerpen en de aanwezigheid van interessante kleilagen in de Kalmthoutse zandgronden, ontwikkelde zich eind 19de eeuw een belangrijke steenbakkerij-nijverheid langs de spoorlijn:

© oudheidkundige kring Kalmthout

Spoorwegerfgoed langs de treinlijn Antwerpen-Essen

Een lijn met zo’n interessante geschiedenis, heeft uiteraard ook veel spoorwegerfgoed. Aan het oostelijk ringspoor rond Antwerpen stonden het station Borgerhout (Antwerpen-Oost), Zurenborg (Antwerpen-Schijnpoort) en Stuivenborg (Antwerpen-Dam). Van beide eerste stations getuigen nog beide duo’s van laat 19de-eeuwse watertorens. Het station Dampoort en de spoorwegbrug getuigen van een zeer bijzondere gebeurtenis, namelijk de verplaatsing van het Damstation in 1907 voor de verhoging van de ringspoorweg voor een betere verkeersdoorgang in de stad.

Het neogotische stationsgebouw Antwerpen-Dam dateert uit 1895-1898 en werd verplaatst in 1907, toen de ringspoorweg en de metalen spoorwegbrug werden gebouwd.

De stations van Ekeren (1882), Kapellen (1854), Heide (1911) en Kalmthout (1897) bieden een mooie staalkaart van dorpsstations tussen 1850 en de vroege 20ste eeuw.
Aan het einde van de lijn ligt de grenspost Essen, met zijn indrukwekkende douane-infrastructuur. Veel is spijtig verdwenen in de loop der jaren, maar de douane-overslagloods, het station en de quarantainestallen zijn gelukkig gespaard gebleven en beschermd als monument.

Deze quarantainestallen werden gebouwd in 1896 om het uit Nederland ingevoerde vee te controleren op besmettelijke ziekten. De stallen liggen ten westen van de spoorlijn met eigen spoor en loskade.