Jaar van het spoor 2021: Lijn 12 Antwerpen - Essen; een kleine geschiedenis (deel II)

Verleden week vertelde erfgoedconsulente Leni je meer over het spoorwegerfgoed op de drukke spoorverbinding tussen Antwerpen en Essen. De komst van het spoor in de 19de eeuw had een enorme impact op de maatschappij. Afgelegen dorpen werden plots vlot bereikbaar. Deze week zoomt Leni in op de impact van de spoorweg op de dorpen langs lijn 12.

De schoonheid van de hei en het ontstaan van het dorp Heide met zijn Joodse gemeenschap en kinderkolonies

De locatie van de spoorlijn is mee bepaald door lobbywerk van de Antwerpenaren die toegang wensten tot de zandduinen van de Kalmthoutse heidegronden. Het is dan ook geen verrassing dat het gemeentebestuur van Kalmthout concessies verkocht voor de zandontginning op de hei. De monumentale Vossenbergen waren rond de eeuwwisseling volledig afgegraven. Om het zand vlot naar Antwerpen te transporteren werd in 1891 een spoor in de uitgestrekte heide gelegd. De aftakking lag ter hoogte van het huidige station van Heide en is nog herkenbaar in het tracé van de Guido Gezellelaan. De lijn liep vervolgens door de Withoefse hei diep de hei in. Na het verdwijnen van de spoorlijn bleef de Cambuus nog enkele decennia de enige getuige van de drukke zandontginning in de hei. Deze houten barak evolueerde van een onderkomen voor de zandontginners tot een café midden in de hei voor het pas ontstane heidetoerisme.

De Cambuus van moeder Kee deed eerst dienst als onderkomen voor de zandontginners, en zich later tot enigste rustplek voor toeristen middenin de uitgestrekte heidevlakte.© oudheidkundige kring Kalmthout

Dankzij de vlotte spoorverbinding ontdekten de Antwerpenaren de verlokkingen en romantiek van de uitgestrekte, woeste hei. Net als in andere afgelegen streken kwamen schilders samen om in de open lucht en vrije natuur de schoonheid van het heidelandschap te vereeuwigen. Deze groep schilders staat gekend als de Kalmthoutse school. Naast het café van moeder Kee aan de Cambuus, verrezen aan de afslag van het spoor voor zandontginning begin 20ste eeuw enkele hotels voor het heidetoerisme. Al snel volgden buitenverblijven voor de welgestelde Antwerpenaren en verrezen villa’s in cottagestijl.

 

De historische kern van Kalmthout lag meer noordelijk, aan de kerk van Kerkeneind en de (verdwenen) kapel in de omgeving van het huidige Marktplein. Dankzij de spoorlijn en het heidetoerisme ontstond een volledig nieuwe bewoningskern. Het nieuwe dorp Heide was geboren, op een locatie waar tot het midden van de 19de eeuw enkel een uitgestrekte heidevlakte lag.

Opvallende stadsbewoners die de schoonheid van de heide opzochten, waren leden van de Joodse gemeenschap. In Heide streek een grote Joodse gemeenschap neer, verschillende hotels gefinancierd en/of uitgebaat door Joden en mooie buitenverblijven volgden. Dit leidde tot de komst van een Jesjivah in 1929 en de bouw van de enige plattelandssynagoge van België in 1927. Na de tweede wereldoorlog keerden slechts weinig Joden terug, waardoor de synagoge en de Joodse villa’s de enige getuigen zijn van hun belangrijke aanwezigheid in de beginjaren van het dorp. De synagoge is beschermd als monument en zal na restauratie in gebruik blijven als synagoge. De synagoge blijft het verhaal van de Joodse geschiedenis van Heide vertellen.

 

 

In het pas ontstane gehucht Heide streek ook een belangrijke Joodse gemeenschap neer. Zij financierden de bouw van de enige plattelandsynagoge van België. © oudheidkundige kring Kalmthout

De hei werd niet enkel bewonderd om zijn schoonheid maar ook de gezonde lucht had een aantrekkingskracht. Her en der werden kolonies gebouwd, waar kinderen en jongeren les konden volgen en tegelijk genieten van de gezonde buitenlucht. Kolonie De Diesterweg is de meest bekende van deze kolonies. Ze kwam in gebruik in 1904 en zou de eerste openluchtschool van België zijn geweest. Kinderen uit de lagere Antwerpse sociale klassen verbleven in deze kolonie, op wandelafstand van het station, voor onderwijs in gezonde buitenlucht. Tot enkele jaren geleden vonden hier nog steeds bosklassen plaats voor de Antwerpse stedelijke scholen. De Diesterweg en de andere kolonies in Heide onderscheiden zich door hun omvang duidelijk van de villa’s uit dezelfde bouwperiode.

Foto links: Op wandelafstand van de Diesterweg ligt het Kamp van Brasschaat, met onder meer een betonnen testfort uit 1889. Tijdens wandelingen in de openlucht klommen ook de kinderen van de Diesterweg al op dit prachtig stukje militair erfgoed.
Foto midden: De kinderen van de openluchtschool Diesterweg kregen tekenles in openlucht.
Foto links: De Diesterweg, de eerste openluchtschool van België, werd gebouwd in Heide.
© oudheidkundige kring Kalmthout

Industriële ontwikkeling en de strijd om de hei

De zandontginning is niet de enige industrie die gebruik maakte van het spoor. Nog voor het ontstaan van het dorp Heide, werden de woeste gronden tussen Kalmthout en Kapellen gegeerd door de aanwezigheid van kleilagen. Er ontstond eind 19de eeuw, gedurende enkele decennia, een belangrijke baksteenindustrie. Elke steenbakkerij had hierbij zijn eigen aftakking naar de nieuwe spoorlijn voor een vlot transport van hun producten naar Antwerpen. Enkele grote vijvers in Kapellen-Bos en Heide zijn relicten van die kleiontginning. En ook het toponiem Rode Weg verwijst nog naar deze nijverheid.

Het bekende arboretum van Kalmthout is een andere getuige van de komst van nieuwe industrieën dankzij de spoorverbinding. Charles Van Geert had een boomkwekerij in Borgerhout. Hij maakte zijn kwekerij in Borgerhout ten gelde als bouwgrond, waarna hij in 1856 een nieuwe kwekerij startte vlakbij het station van Kalmthout. Door haar locatie schuin tegenover het station van Kalmthout, is het Van Geertenhof nog steeds een echte eyecatcher voor elke treinreiziger. Na de aankoop van de kwekerij door Robert en Jelena Debelder in 1952, groeide het arboretum uit tot een bekende botanische tuin. Bezoekers gebruiken nog steeds het station van Kalmthout als vlotte toegang naar het arboretum.

 

Het arboretum van Kalmthout is gelegen aan de spoorovergang van het station. Het mooie Van Geertenhof nodigde de treinreizigers uit in de boomkwekerij. © oudheidkundige kring Kalmthout

 

Naast passagiers- en goederentransport, had deze spoorlijn ook een militair gebruik. Het kamp van Brasschaat werd verbonden met deze spoorlijn door een aftakking ter hoogte van Kapellen. Het fort van Kapellen was één van de eerste betonnen pantserforten in de buitenste fortengordel rond Antwerpen en had als doel de belangrijke spoorlijn te verdedigen. De spooraftakking naar het fort van Kapellen is nog herkenbaar (ook al zijn de sporen verwijderd). Verder naar het militaire kamp van Brasschaat zijn de sporen wél bewaard. Dit spoor heeft een toeristische bestemming gekregen, want in de zomermaanden kan je hier met spoorfietsen van het fort van Kapellen naar het kamp van Brasschaat rijden.
De vlotte verbinding en gekendheid van de heide leidde ook tot bekendheid van de hei. Vanaf 1900 zouden Antwerpenaren zich mee inzetten voor de bescherming van de hei als landschap en natuurreservaat. Nieuwe plannen van het gemeentebestuur voor het verlenen van zandconcessies en verkavelingen werden aangevochten, onder meer door de KVNS. Zo heeft de komst van de spoorlijn en het hieraan gekoppelde toerisme onrechtstreeks bijgedragen aan een van de eerste beschermde landschappen van België, de Kalmthoutse Hei beschermd in 1941. .

De erfenis van deze spoorlijn

De pastoor waarschuwde in 1902 zijn gelovigen voor de Diesterweg, “dat een parochiaan, door den satan bezeten, aan de geuzen der stad een grond had verkocht, waarop een slechte school zou verrijzen”. De bouw van de synagoge en de komst van de Joodse gemeenschap ontlokte de pastoor en kerkfabriek uitspraken over het “vreemde gespuis” bij het spoor. Deze woordkeuze illustreert treffend de tegenstellingen begin 20ste eeuw tussen de oorspronkelijke inwoners van Kalmthout en de nieuwkomers. De gekende angst voor het onbekende! Het verhaal van Kalmthout toont duidelijk aan dat de komst van de spoorlijn midden 19de eeuw het dorp ingrijpend heeft gewijzigd en de morfologie van het dorp nog steeds bepaalt.