Metaaldetectie 2020: Detectoristen en archeologen op het slagveld

Archeologie

Sommige metaaldetectoristen doen het enkel voor de kick van het vinden, maar anderen zijn erg geïnteresseerd in geschiedenis en archeologie. Deze laatste groep is vaak teleurgesteld dat ze maar zelden of nooit kunnen meewerken aan een archeologische opgraving. Het kan nochtans nuttig zijn voor beide partijen. Wat valt daaraan te doen? 

 

Vrijwilliger of betaald ondernemer? 

Archeologische opgravingen in Vlaanderen gebeuren steeds onder de verantwoordelijkheid van een erkend archeoloog, doorgaans uitgevoerd door commerciële archeologische bedrijven. Onderzoeken van slagvelden of kampementen, die een grote oppervlakte beslaan, vragen een intensieve inzet van metaaldetectoristen. Bedrijven hebben voor dat soort werk vaak een eigen detectorist in dienst, maar soms doen ze een beroep op professionele metaalzoekers. Detectoristen met een uitgebreide expertise in bepaalde types van vondsten en die nauwer betrokken willen zijn bij de archeologie en de voorwerpen die ze vinden, kunnen zo deel gaan uitmaken van de ploeg die het wetenschappelijk onderzoek voert. 

Archeologische bedrijven mogen van de federale vrijwilligerswet echter niet samenwerken met onbezoldigde werklui. Dat opent de deur voor metaalzoekers die hun hobby naar een hoger niveau willen tillen en niet bang zijn van een klein beetje administratie. Zij kunnen zelfstandige in bijberoep worden. Vrijwillige zoekers, de zogenaamde hobbydetectoristen, kunnen dan weer terecht bij overheden die al eens een archeologisch onderzoek uitvoeren, zoals onroerenderfgoedgemeenten, intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s) of het agentschap Onroerend Erfgoed, maar ook bij universiteiten en vzw’s. Let wel op: wie meewerkt aan een onderzoek zonder ingreep in de bodem onder leiding van een niet-erkend archeoloog, moet zelf erkend zijn als metaaldetectorist. In andere gevallen moet dat niet, maar moedigen we het wel aan omdat het een meerwaarde is. 

De samenwerking tussen een metaaldetectorist en een archeoloog kan gaan van historisch onderzoek, het op voorhand prospecteren van een terrein, tot metaaldetectiebegeleiding van de archeologen tijdens de opgraving. Naderhand kan je als zoeker eventueel nog meewerken aan de verwerking en determinatie van de vondsten, of meeschrijven aan een artikel. Het kan een win-winsituatie zijn voor beide partijen. 

Slagvelden

De expertise van metaaldetectoristen komt opvallend goed tot zijn recht op historische slagvelden, legerkampen, conflictzones, … Nauwgezette metaaldetectie is één van de voornaamste manieren om dergelijke sites goed te onderzoeken. Anders dan bij klassieke opgravingen maakt hier de ploeglaag integraal deel uit van de archeologische site. Daarom schakelen archeologen het beste een team van ervaren zoekers in. Projectielen, stukken van wapenuitrusting, paardentuig en andere gebruiksvoorwerpen bevatten een schat aan informatie over militaire acties, de samenstelling van een leger, de militairen zelf en hun dagelijkse gewoonten, … 

Vooral musketkogels zijn een niet te onderschatten type van detectievondsten. Ze hebben misschien nauwelijks een intrinsieke waarde, maar wetenschappelijk en historisch zijn ze van groot belang. Omdat ze rond zijn van vorm, worden ze niet zo gemakkelijk opgepakt door landbouwmachines, en verplaatsen ze zich vooral verticaal in de grond. Hun huidige positie op het slagveld is historisch gezien dus nog tamelijk accuraat. Correct ingemeten groepen van musketkogels kunnen een bepaalde gevechtsactie in beeld brengen. De kogels zelf vertonen fabricage- en gebruikssporen die ons kunnen zeggen of ze ooit afgevuurd zijn, en of ze toen iets geraakt hebben. Soms is het mogelijk te achterhalen welk type wapen er gebruikt werd, of van welk leger de kogel afkomstig is. Men kan zelfs onderzoeken of er nog bloed aanhangt! Jammer genoeg hebben musketkogels bij detectoristen nog te vaak de reputatie van ‘oud ijzer’, waardoor er al veel ongeregistreerd verloren gingen.  

Hoe samenwerken?

Archeologen en metaaldetectoristen kunnen vooral op slagveldsites dus beter samenwerken, opdat elk spoor en elke vondst ingetekend en verzameld wordt. Het levert een massa aan informatie op, het erfgoed vaart er wel bij, en beide partijen kunnen van elkaar leren. Maar misschien zijn er ook wel wat uitdagingen verbonden aan zo’n samenwerking? De metaaldetectorist werkt onder leiding van een archeoloog, en moet daarbij diens richtlijnen volgen. Misschien heeft die laatste liever niet dat de zoeker de vondsten zelf uit de grond haalt en mag hij enkel een prikker in de grond steken, daar waar zijn machine ping deed. Een andere mogelijke bron van teleurstelling voor de detectorist is dat de vondsten nooit in zijn persoonlijke vitrine zullen terechtkomen. Die gaan onherroepelijk naar een depot of museum, samen met de rest van het archeologisch ensemble van de opgraving. De voordelen van een samenwerking zijn echter talrijk. Als zoeker kan je meewerken aan het onderzoek, bijleren over archeologie en die nieuwverworven kennis gaan gebruiken in je persoonlijke zoektochten. Je moet ook geen melding doen van de vondsten, en dat betekent minder administratie. Achteraf kan de archeoloog dan weer gebruik maken van de ervaring van de detectorist en zo zijn eigen kennis over metalen vondsten vergroten. Met andere woorden: een vertrouwensband tussen metaaldetectorist en archeoloog kan wonderen doen voor de archeologie.

We zien de laatste jaren een groeiend wederzijds begrip tussen beide partijen. Men beseft dat een ervaren metaaldetectorist op het terrein een serieuze meerwaarde is voor een archeologisch onderzoek. Tony Pollard, een Brits slagveldarcheoloog, zegt terecht dat hij liever een groep ervaren detectoristen aan het werk laat bij een prospectieonderzoek, dan zelf te moeten worstelen met deze taak. We merken ook dat metaalzoekers zelf steeds vaker vragende partij zijn om te mogen meewerken aan een prospectie of opgraving. Met resultaat! SOLVA organiseerde een grootschalige detectiemarathon op enkele 17de en 18de-eeuwse legerkampen, met meer dan dertig deelnemers. Voor determinaties doet Onroerend Erfgoed regelmatig een beroep op ervaren detectoristen. En de IOED Oost-Haspengouw & Voeren organiseerde samen met enkele zoekers en de gemeente Riemst een tentoonstelling over de verschillende gewapende conflicten in de streek.

Wat brengt de toekomst?

Rest ons enkel nog beide partijen met elkaar in contact te brengen. Hoe vindt een archeoloog de juiste metaaldetectorist, met de nodige expertise en die misschien ook de streek wel kent? Hoe voorkom je dat steeds dezelfde zoekers opgeroepen worden? Hoe krijg je zoiets georganiseerd? Er zijn online meerdere gekende metaaldetectieverenigingen terug te vinden, die de archeologiebedrijven kunnen helpen met het vinden van de juiste detectorist voor hun onderzoek of opgraving. Als zoeker kan je dus het best lid zijn van zo een vereniging. Je kan ook spontaan bedrijven of instellingen contacteren om je diensten aan te bieden. Hun gegevens vind je via VONA, de beroepsvereniging voor Vlaamse archeologische bedrijven. In het onderling contact tussen al deze partijen zou een koepelvereniging voor metaaldetectoristen in de toekomst een belangrijke rol kunnen spelen. Wij hopen dan ook dat die er zo snel mogelijk komt.

Is er een IOED actief in je regio, of woon je in een onroerenderfgoedgemeente, dan kan je zeker en vast ook bij hen terecht voor informatie. Misschien komt er wel een bloeiende samenwerking uit voort? De expertise van de zoekers zou kunnen gekoppeld worden aan het netwerk van de IOED’s, om in de toekomst samen vondstverwerking en determinaties te doen, collega-zoekers te helpen bij het melden van hun vondsten, of om bij te leren over bewaring en conservatie van metalen en andere voorwerpen. Wil je op deze of een andere manier je hulp aanbieden, dan kan je ook steeds terecht bij MEDEA. Deze mensen zullen jullie met veel enthousiasme op weg helpen.

 

Foto: Wim de Sutter