Metaaldetectie 2020: Wat leren we uit de Twee Rapporten?

Archeologie

Sinds 1 april 2016 is metaaldetectie en magneetvisserij met focus op archeologische voorwerpen niet langer illegaal. Een versoepeling van de wetgeving waar toen vanuit de beoefenaars van de hobby al lange tijd vraag naar was. De noodzakelijke uitwerking van een omkaderende regelgeving moest een meerwaarde bieden voor de archeologen, die dankzij een systeem van erkenning en verplichte online vondstmelding een zicht zouden krijgen op wat er zoal aan metaal en bijvondsten opgediept wordt in Vlaanderen. Intussen is het hoog tijd voor een evaluerende terugblik, en bekijken we wat dit alles tot nog toe heeft opgeleverd.

 

We doen dit aan de hand van twee onderzoeksrapporten die je gratis kan downloaden. Het eerste rapport geeft een historiek van het ontstaan van die nieuwe regelgeving en haar spelregels, het vergelijkt de Vlaamse wetgeving met die in de rest van Europa, en het geeft een overzicht van alle actoren in dit nieuwe speelveld. In het tweede rapport gaan we dieper in op het aantal meldingen dat is binnengekomen in het eerste werkjaar van de nieuwe meldingsapplicatie, en de conclusies die we daaruit kunnen trekken.

 

Buitenland

Onderzoek van de situatie in Europa toont een diversiteit aan wetgevingen, met vele gradaties van vrijheid of verbod. In het ene land kan er een totaalverbod zijn, terwijl er in een buurland helemaal geen regelgeving is, of een erg liberale houding t.a.v. bijvoorbeeld het eigendomsrecht van de vondsten. Zelfs binnen België zien we ingrijpende verschillen tussen de Vlaamse, Waalse en Brusselse regels. Het maakt handhaving er niet eenvoudiger op. 

Een probleem dat echter in heel Europa lijkt terug te keren, zijn de illegale activiteiten. Plundering van archeologische sites en handel in vondsten is vandaag schering en inslag, zowel in landen met een restrictief als met een liberaal beleid. En overal, met uitzondering van de Spaanse deelstaat Andalusië, stuit een efficiënte handhaving op de grenzen van de beschikbare mankracht en de kennis van de wetgeving bij de handhavingsdiensten, zoals politie en gemeentelijke verbalisanten. Hierdoor gaat kennis over het verleden onherroepelijk verloren.

 

Kenniswinst of -verlies?

De ruggegraat van de nieuwe regelgeving is de meldingsplicht en het principe van erkenning voor detectoristen. Maar Onroerend Erfgoed had al veel eerder een goede samenwerking met meerdere metaalzoekers, die melding van hun vonsten deden via de CAI. Daaruit kwamen enkele uitzonderlijke vondsten naar boven; op basis van sommige werd zelfs een evaluatieonderzoek opgestart in functie van beheer en bescherming van de vindplaats als archeologische site. Dit toont het belang aan van een goede wetenschappelijke opvolging van alle vondsten.

Sinds de meldingsplicht is het aantal vondstmeldingen logischerwijze spectaculair gestegen. Het tweede rapport bekijkt de periode tussen 1 april 2018 en 31 maart 2019, het eerste volledige jaar na de lancering van de meldingsapplicatie. Het aantal erkende metaaldetectoristen evolueerde in deze periode van 1841 naar 2903. Zij deden samen 1966 meldingen. Dat doet vermoeden dat elke zoeker minstens één vondst per jaar doet, maar de realiteit ziet er toch net iets anders uit. Onderzoek van de data wijst namelijk uit dat er slechts 151 ‘unieke melders’ waren, zowat 5% van alle erkende detectoristen. Hoewel deze cijfers enige nuancering kunnen gebruiken (sommigen melden vondsten in bulk, vinden nooit iets of hebben de detector alweer aan de haak gehangen), is dit toch een markante vaststelling. Zou het werkelijk kunnen dat maar een beperkt aantal erkende metaaldetectotisten zich aan de regels houdt?

Wanneer we deze cijfers naast de dagelijkse online activiteiten van de doorsnee metaaldetectorist leggen, zien we een fenomeen dat jammer genoeg weinig goeds doet vermoeden. Terwijl de meting suggereert dat er slechts een handvol echt actieve zoekers in Vlaanderen is, zien we op online fora een bedrijvigheid die niet gelijkloopt met het aantal meldingen dat binnenkomt. Op sociale media (hoofdzakelijk in Facebookgroepen, maar tegenwoordig ook heel veel op YouTube) worden dagelijks nieuwe en vaak spectaculaire vondsten getoond en becommentarieerd die echter nooit, of pas nadat Onroerend Erfgoed contact opgenomen heeft met de zoeker, worden gemeld. Indien het klopt dat er inderdaad veel meer waardevolle archeologische vondsten gedaan worden dan er worden gemeld, betekent dit een serieus kennisverlies. Terwijl de legalisering van metaaldetectie net kenniswinst voor ogen had. Uit een recente bevraging en uit informele contacten is gebleken dat nogal wat zoekers de werkelijke archeologische waarde van hun vondsten te laag inschatten. En hoewel de meldingsplicht helemaal geen repressief instrument is, wordt dit vaak wel zo ervaren. Eén die ook nog eens een te grote administratieve rompslomp met zich meebrengt. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel om de zoekersgemeenschap te overtuigen van de goede wil van Onroerend Erfgoed, en iedereen aan het melden te krijgen.

 

Wat nu?

Uit deze twee rapporten blijkt dat de eerste stap in de legalisering van metaaldetectie succesvol was. De vondsten die gemeld worden zijn op hun manier allemaal waardevol en van belang voor de archeologen, waarvoor dank. De zoekers zijn zich grotendeels bewust van hun activiteiten en het belang ervan voor de archeologie. Ze vragen een erkenning aan, creëren aan een razendsnel tempo een netwerk, en worden detectiespecialisten. 

In de volgende fase moeten er nog heel wat pijnpunten weggewerkt worden. Veel detectoristen zijn blijvend wantrouwig naar de overheid toe en houden niet van het administratieve werk die de verplichte melding inhoudt. Ook al is die melding niet meer werk dan pakweg een filmpje op YouTube zetten. De Code van Goede Praktijk, de bijbel van te volgen regels op en naast het terrein, wordt te weinig gelezen en gevolgd. Het zou het eerste document moeten zijn dat een nieuw erkende metaaldetectorist ter hand neemt en van voor tot achter leest. Maar in de plaats stellen we vast dat vele zoekers na jaren activiteit nog altijd niet begrijpen dat Onroerend Erfgoed geen vondsten in beslag neemt, dat ze zichzelf in de problemen brengen door geen of slechte afspraken te maken met grondeigenaars, en dat de formele vondstmelding wel degelijk een wettelijke plicht is die niet hetzelfde is als een foto op Facebook zetten. 

We zijn alweer een jaar na deze meting. We hopen dat de volgende evaluatie, die er snel zal aankomen, een positieve tendens vertoont. Intussen zit Onroerend Erfgoed niet stil, en werkt hard aan de goede relatie met de metaaldetectiegemeenschap.