Middeleeuwse gewelfschildering ontdekt in de O.L.V.-kerk Brugge

In de stellingen

Wie op dit moment de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge binnenstapt, waant zich alles behalve in een gewijde ruimte. Het meubilair heeft plaatsgemaakt voor metershoge stellingen en pastoors zijn vervangen door werkmannen, restaurateurs, aannemers, architecten… getooid met  beschermingshelmen. Hedendaagse apostelen die de krachten bundelen om het interieur van de kerk opnieuw te laten schitteren. De restauratie bestaat uit verschillende fases. De huidige fase speelt zich af in het hoogkoor, de kooromgang, zijkapellen, oude sacristie en dwarsbeuk. Hier zijn diverse percelen voorzien: de ruwbouwwerken, pleisterwerken en afwerking; de polychromie en schildering op de muren, de houten, stenen en metalen inrichting.

Voor deze eerste fase van de binnenrestauratie krijgt de stad Brugge, bouwheer van het project, van de Vlaamse overheid een restauratiepremie van 1.015.481,28 euro.
Waar ik het meest in geïnteresseerd ben, is de restauratie van de muurschilderingen, meer bepaald de schildering op het gewelf van de kooromgang voor de bidtribune van Lodewijk van Gruuthuse.

Ik heb afgesproken met Ruben Willaert die deze restauratiewerken coördineert. Ik ontmoet hem op het Guido Gezelleplein. Terwijl ik op hem zit te wachten, beeld ik me in dat Gezelle gehaast, in zwart priestergewaad, het plein oversteekt. Zou hij met volle goesting aan zijn dienst beginnen of was hij liever achter zijn schrijversbureau blijven zitten? Gedachten die er niet toe doen.

Engelengeduld

Om de muurschilderingen van naderbij te bekijken, moeten we de stellingen op. Onder het gewelf zijn drie medewerkers aan het werk met scalpel en borstel. Het is de eerste keer dat ik zo’n restauratie van nabij zie. ‘Engelengeduld’ is het woord dat spontaan bij me opborrelt. Ik voel me wat schuldig dat ik hen uit hun concentratie haal, maar ze beantwoorden geduldig mijn vragen.

Onder het gewelf

In 2007 ontdekte de firma Examino de gewelfschildering. Tijdens het vooronderzoek bleek dat ook de ribben polychroom waren afgewerkt en de gewelfsleutel beschilderd was. De mijter op de gewelfsleutel is nog zichtbaar, het gezicht er onder is helaas weggekapt. Eén van de vele lacunes die de restauratie zelf bemoeilijken. Het team van Ruben Willaert ging in maart 2014 aan de slag. Al snel bleek dat onder een dik pakket dunne kalklaagjes een voorstelling school van drie engelen die een medaillon vasthouden, met daarin een  Onze-Lieve-Vrouw en kind. Als ik goed kijk, zie ik inderdaad engelen, het medaillon,... De rest moet voorlopig met verbeelding opgevuld worden. Voor deze restauratie zijn 150 werkdagen uitgetrokken. Maar door de vele lacunes zal het vermoedelijk wat langer duren.

Uniek

De gewelfschilderingen werden wellicht aangebracht bij de bouw van de bidtribune. Op de schildering werd het jaartal 1469 ontdekt, weliswaar in gehavende, bijna onleesbare cijfers. Dit moet dus nog verder onderzocht worden. Het medaillon met de madonna in een ruitvormige achtergrond is vrij uniek te noemen. Wie de schildering gemaakt zou hebben is nog niet geweten. Middeleeuwse muurschilderingen werden nooit gesigneerd. Er zijn ook nog geen archiefmateriaal noch iconografische documenten gevonden. Dit en de vele lacunes bemoeilijken het totaalbeeld.

Techniek

De medewerkers laten zich hier niet door ontmoedigen en werken onverstoord verder. Voor de retouchering van de lacunes proberen ze twee technieken uit.

  • Aqua sporca: (letterlijk vuil water, dat is het water waarin de aquarelpenselen worden uitgespoeld): met deze ‘kleur’ kan men kleine witte lacunes minder zichtbaar maken en camoufleren. Deze techniek testen ze momenteel op een van de gewelven uit.
  • Tratteggio: Een techniek waarbij de lacune wordt opgevuld met fijne streepjes in aquarel. Van dichtbij kan men zien waar de retouches zitten, maar vanop afstand wordt het beeld terug vervolledigd. De techniek komt eigenlijk uit de restauratie van temperaschilderijen en Italiaanse restaurateurs pasten ze veel toe bij Italiaanse Primitieven. De idee is dat een restaurateur niet mag aanvullen wat verdwenen is, maar kan proberen om de voorstelling visueel te ‘vervolledigen’. Deze techniek werd uitgetest op de architectuurpolychromie van de ribben.

De techniek die wordt toegepast hangt af van het soort muurschildering, de algemene bewaringstoestand en de omvang van de lacune. Heel grote lacunes worden doorgaans zichtbaar gelaten.

Op gewijde grond

Om mij een voorbeeld te geven van een andersoortige schildering neemt Ruben mij mee naar de Debaenstkapel. De neogotische schildering die hier werd aangebracht, werd in de tweede helft van de 20ste eeuw overschilderd met een dikke laag blauwe verf. Deze laag wordt nu met een compres met solvent verwijderd. De onderliggende schildering is gelukkig nog vrij intact wat de restauratie vereenvoudigt.

Hij toont me ook Sacramentskapel waar de neogotische muurschildering die in 1861-1863 uitgevoerd werd naar ontwerp van Jean-Baptiste Bethune, gereinigd wordt.

Alle werken van deze eerste fase moeten eind volgend jaar afgerond zijn. Ik ben benieuwd naar het vervolg en neem me voor dit project te volgen. Wie weet welke geheimen de kerk nog prijsgeeft?

Op weg naar huis, bedenk ik me dat de job van restaurateur me wel goed zou liggen. Urenlang met dezelfde materie bezig zijn, laag voor laag iets verborgens blootleggen, niet te hoeven multitasken,… Ik vergeet waarschijnlijk de spierpijn, de tijdsdruk, onverwachte obstakels,…. Als ik mijn nieuwe ambitie aan mijn vriend bekendmaak, mompelt hij iets van ‘dyspraxie’. Wat zoveel wil zeggen als ‘schoenmaker blijf bij je leest’.

Met dank aan Ruben Willaert, Catheline Metdepenninghen en Marjan Buyle