Onderzoek weg van de vindplaats

Archeologie

Het leven van een archeoloog is soms hard. Lange dagen in weer en wind, bouwheren die je liefst zo snel mogelijk zien vertrekken, kleine budgetten... En dat is alleen nog maar het veldwerk. Na een opgraving volgt een opgravingsrapport, waar je vaak meer werk instopt dan in het graven zelf. Als het niet was voor al die kenniswinst, we zouden er misschien nooit aan beginnen.

 

De honderden opgravingsrapporten die elk jaar gepubliceerd worden in het kader van de zogenaamde Malta-archeologie, zijn op zichzelf al interessant. Maar als je bepaalde resultaten samenbrengt, krijg je een veel breder plaatje te zien, en komt de echt bruikbare kennis naar boven. Sinds 2018 kunnen onderzoekers een projectsubsidie voor syntheseonderzoek krijgen van Vlaanderen, om de resultaten in de breedte uit te spitten. Een jury selecteert elk jaar betekenisvolle, vernieuwende of creatieve projecten met een bijzondere maatschappelijke bijdrage. Onlangs publiceerden wij in de reeks SYNTAR het laatste van 9 syntheseonderzoeken van 2018, de eerste jaargang. Tijd voor een overzicht van het debuutjaar.

 

  • Tracéolab bekeek de gebruikssporen op talloze stenen werktuigen. Met microscopen onderzocht men slijtage en residu’s op silex van tienduizend jaar oud. Zo kwam men te weten welk materiaal ermee versneden werd en of er een handvat aan te pas kwam. Heel specifiek: men ontdekte bewijs dat er in Lommel wel degelijk met pijl en boog werd gejaagd.
  • Universiteit Gent ontwikkelde een methodologie om WO I-loopgravenonderzoek efficiënter en doelgerichter te maken. Dit deden ze op basis van meer dan 100 opgravingsrapporten van bijna 15 km aan loopgraven, en duizenden luchtfoto’s.
  • Archeo The Loop vzw nam opgravingen onder de loep in eenzelfde gebied, gespreid over tien jaar. Hiermee brachten ze de vroegmiddeleeuwse nederzetting Maalte gedetailleerd in beeld. Het resultaat is een reeks sprekende en waarheidsgetrouwe reconstructietekeningen van drie eeuwen ontwikkeling in de rand van Gent.
  • Vlaams Erfgoedcentrum bvba onderzocht de economische omstandigheden in de vroege middeleeuwen. Ging het toen vooral om boerengemeenschappen, of toch eerder om een elite van enkelingen? Het syntheseonderzoek spitte uit dat zich op een site in Rotselaar een goed georganiseerd commercieel landbouwbedrijf van vrije boeren ontwikkelde, waarbij twaalf tot vijftien huishoudens betrokken waren. Twee eeuwen later stond de site echter onder bewind van de plaatselijke adel, maar toch bleef de artisanale activiteit er aanwezig.
  • Stad Antwerpen focuste op 10 jaar opgraven in de burchtzone. Een 4 meter dik stedelijk bodemarchief is een bron van kennis die zich door de eigenheid van het stadsleven en haar vaak woelige geschiedenis, niet altijd even gemakkelijk laat interpreteren. Dit syntheseonderzoek biedt een uniek inzicht in de genese van een stad, van de 11de eeuw tot in de Romeinse periode, en kan relevant zijn voor de archeologie in elke Europese metropool.
  • Triharch maakte een actuele reconstructie van het Romeinse wegennet in Vlaanderen, en zorgde voor het eerst voor een eenduidige terminologie die het onderzoek van heirbanen naar een hoger niveau kan tillen. 
  • SOLVA maakte een reconstructie van de evolutie en het gebruik van het landschap en de vegetatie in de Scheldevallei. Daarmee leverden ze het bewijs dat een landschap steeds in verandering is, ook over een korte periode, en maakten ze begrippen als ontbossing en intensieve akkerbouw tastbaar.
  • Stad Gent onderzocht bijna 3000 fragmenten van kleipijpjes uit de 17de tot 19de eeuw. Een kleipijpje was toen een alledaags en nu dus vaak teruggevonden voorwerp, maar degelijk onderzoek van de pijpconsumptie ontbrak nog. Dit syntheseonderzoek leverde een referentiekader op voor onderzoek van productie, verspreiding en gebruik van kleipijpjes, waarmee elke amateur of professional aan het determineren kan gaan.
  • Tot slot deed Vlaams Erfgoedcentrum bvba een tweede syntheseonderzoek, van een Romeins grafveld in Tongeren. Ze stelden onverwachte gezinssamenstellingen vast en lieten de gezichten reconstrueren van echte Romeinse Tongerenaren. Via interdisciplinair onderzoek konden ze een erg persoonlijke toets geven aan vaak droge opgravingsresultaten, en de inwoners van weleer haast tot leven te roepen.

 

Intussen zijn we begonnen met de publicatie van de syntheseonderzoeken van de lichting van 2019. Ontdek hier wat er nog allemaal zit aan te komen.