Onroerend erfgoed tijdens Corona - Samen nadenken / elkaar inspireren vanop afstand

De COVID-19 crisis heeft onze cultuursector erg getroffen. Ook de activiteiten rond onroerend erfgoed lagen vrijwel stil. Die stilstand baarde de lokale en regionale erfgoedactoren grote zorgen. Hoe kunnen we mensen warm maken voor erfgoed zonder daarbij hun veiligheid op de helling te zetten? In samenwerking met de erfgoedinstanties PARCUM, Histories, FARO, de intergemeentelijke onroerend erfgoeddiensten (IOED’s) en de onroerenderfgoedgemeenten (OEG’s) organiseerden we drie online netwerkmomenten met boeiende presentaties en ruimte voor dialoog om gemoedsrust te geven en elkaar te inspireren.

In ons kot

Op 15 maart viel het verdict: lockdown. Iedereen moest ‘in zijn kot’ blijven. En zo viel ineens heel de cultuursector stil. Een bezoek aan een evenement was geen noodzakelijke verplaatsing. Het was onmogelijk om de veiligheid van de deelnemers te garanderen. Voor lokale erfgoedactoren vormde die nieuwe situatie een grote uitdaging. Hoe konden ze nu de mensen warm krijgen voor onroerend erfgoed? De grootste hindernis daarbij was de immobiliteit van het erfgoed. Het gaat immers om monumenten, landschappen en archeologische sites.

Het erfgoed komt naar je toe

Sommige zochten naar creatieve oplossingen online: kleurplaten, blogs en vlogs en zelfs een heuse erfgoedbingo. Er werden wandel- en fietstochten langs erfgoeditems uitgestippeld en de mensen thuis werden aangemoedigd om hun lievelingsplekjes te delen. Allemaal leuke acties, maar door de aard van het medium, ook allemaal vluchtig. Het stelde de creativiteit van de erfgoedactoren op de proef. Een wandeling of fietstocht is bovendien na een paar keren evengoed oud nieuws.
Verder viel ook alle persoonlijk contact weg, met het team, de gemeenten en de vrijwilligers. Daardoor kwamen ineens de inventarisopdrachten tot stilstand en er gingen geen vergaderingen meer door. Opnieuw bleven enkele erfgoedactoren niet bij de pakken zitten. Ze reikten hun vrijwilligers de middelen aan om zelf aan de slag te gaan. Maar alleen is maar alleen. Het sociale aspect valt niet te onderschatten. Die babbel bij een frisse pint of een tasje koffie na het harde werk viel weg. Omdat het bovendien veelal om 65-plussers gaat – een risicogroep – was de vrees voor besmetting groot. IOED’s en OEG’s zijn vaak één- of tweepersoonsdiensten. Zonder gemotiveerde vrijwilligers schakelt hun werking een versnelling terug. Het was nog nooit zo duidelijk hoe vitaal persoonlijk contact is.

We blijven elkaar inspireren

Op 15 mei stond het jaarlijkse netwerkmoment voor IOED’s, OEG’s en het agentschap Onroerend Erfgoed gepland. De kerngroep van de IOED’s stelde de vraag of de agenda in teken kon staan van de COVID-19 crisis. Na een bevraging van de leden kwamen al snel drie grote vraagstukken naar voren: ‘continuïteit van de eigen werking’; ‘continuïteit van de publieks- en vrijwilligerswerking’; en ‘inzetten op lokaal toerisme’. Ons team Erkennen en Subsidiëren ging meteen aan de slag en organiseerde maar liefst drie onlinenetwerkmomenten, waarbij diverse sprekers uit de ruime erfgoedsector aan bod kwamen en er ruimte was voor dialoog.

Hoe werken IOED’s en OEG’s tijdens een lockdown?

Op 15 mei vond het eerste onlinemoment plaats. Dat stond in het teken van de verderzetting van de eigen werking van de IOED’s en OEG’s. Hoe kan je in volle lockdown nog inventariseren? Hoe kan je dossiers opvolgen als team vanop een afstand? Hoe kan je nog overleggen en beslissen met erfgoedraden of gemeentebesturen? Hoe kan je brainstormen over nieuwe projecten met verschillende partijen? Nathalie Van Roy, directeur van de dienst Backoffice Beheer van ons agentschap, opende het netwerkmoment met een toelichting over de maatregelen die we namen om een veilige werkomgeving te garanderen. Vervolgens ging Elise Hooft, onderzoeker van het agentschap, verder over voorzorgsmaatregelen bij inventariseren. Liedewij Elsen van de OEG Leuven gaf aan hoe inventariseren bij de stad Leuven plaatsvond. Nadien nam Eric De Bleser, preventieadviseur van Monumentenwacht, het woord. Hij volgt de communicatie van de crisisraad op de voet en vertaalt die informatie voor de werknemers. De IOED’s en OEG’s beschikken vaak niet over een eigen preventieadviseur. Het was dan ook een welgekomen toelichting over gerichte en relevante maatregelen. Tot slot gaf Ine Léonard, specialist erkennen en subsidiëren bij het agentschap, een toelichting over onlinetoepassingen, die het mogelijk maken om vanop een afstand toch overleg, dossieropvolging en brainstroming te verzekeren.

Hoe zetten we de publieks- en vrijwilligerswerking verder?

Op 5 juni konden de IOED’s en OEG’s deelnemen aan het tweede netwerkmoment, dat volledig in het teken stond van de continuïteit van publieks- en vrijwilligerswerking. De deelnemers kregen het woord en met behulp van het onlineparticipatiebedrijf ‘De Betrokken Partij’ werd een onlineplatform gecreëerd. Na een korte inleiding van Jonas Danckers, coördinator bij PARCUM, over de impact van COVID-19 op hun publieksactiviteiten, werden de deelnemers opgedeeld in kleinere ‘break-outrooms’, waarin relevante deelaspecten van publiekswerking werd besproken, zoals online- en offlinemogelijkheden, duurzaamheid, doelgroepen, erfgoeddisciplines en opkomst- en personeelsbeperking. Dezelfde structuur werd herhaald voor vrijwilligerswerking. Eva Wuyts, coördinator van Histories, gaf een toelichting over de impact van COVID-19 op hun vrijwilligerswerking en Gregory Vercauteren, adviseur lokaal en regionaal erfgoedbeleid en sectorcoördinator voor de erfgoedcellen bij FARO, lichte toe wat de huidige visie is op vrijwilligerswerking volgens de crisisraad. Daarna vertrokken de deelnemers opnieuw naar kleiner ‘break-outrooms’ voor een gezonde dialoog rond relevante deelaspecten van vrijwilligerswerking, zoals online- en offlinemogelijkheden, duurzaamheid, informeren en ondersteunen en de opbouw en het behoud van het vrijwilligersbestand. Elk van de kleinere sessies werd ingeleid met een centrale case, vraag of bezorgdheid, die door de deelnemers en sprekers waren aangeleverd.

COVID 19 en lokaal toerisme

Op 19 juni vond het derde en laatste netwerkmoment plaats. Daarbij bogen de deelnemers het hoofd over de kansen, die de COVID-19 crisis heeft gecreëerd, voor lokaal toerisme. Kristof Lataire, coördinator bij Toerisme Vlaanderen, voorzag een uitgebreide presentatie over het lokaal ambassadeurschap en het project ‘Reizen naar morgen’, waarbij duurzaam toerisme wordt gepromoot. Hij legde ook uit dat de plek, het lokale erfgoed, daarin een belangrijke rol speelt. Heel wat IOED’s en OEG’s zochten al naar aanknopingspunten met de gemeentelijke dienst Toerisme of speelden met ideeën om het erfgoedpatrimonium op te nemen in een toeristisch kader. De toelichting van Toerisme Vlaanderen geeft hen nu handvaten om verder mee aan de slag te gaan en hun acties te kaderen binnen een ruimere geheel.

De netwerkmomenten werden enthousiast onthaald. De doelstelling van het initiatief was tweeledig. We wilden de IOED’s en OEG’s eerst en vooral gemoedsrust bieden. Het gevoel dat ze niet alleen zijn met hun vragen en bezorgdheden. Daarnaast wilden we hen inspireren zodat ze opnieuw zin kregen om te streven naar een evidente erfgoedreflex bij erfgoedactoren en publiek allerhande. We kijken dan ook reikhalzend uit naar alle leuke en inventieve acties, die hieruit zullen voortvloeien.