Opgraving schijnt licht op laat- en postmiddeleeuwse stadsontwikkeling van Halle

Archeologie

Archeologisch onderzoek in Halle leverde een interessante kijk op de stadsontwikkeling aan de oude stadsvesten. Archeologen van RAAP vonden er resten van een 19de-eeuwse brouwerij, funderingen uit de 18de eeuw, resten van de stadsvesten uit de 14de eeuw en sporen van laatmiddeleeuwse landwinning en stadsuitbreiding langs de Zenne. 

Voor de bouw van een appartementencomplex voerde RAAP in het voorjaar van 2019 een archeologisch onderzoek. Het onderzochte terrein ligt direct ten noorden van de Arkenvest. Hoewel er vandaag op deze plaats vrijwel niets meer van te zien is, suggereert die naam dat hier ooit de stadsvesten van Halle stonden. Dit project bood dus de kans om de stadsontwikkeling aan de rand van de historische binnenstad te onderzoeken.  

Tijdens de opgraving kwamen diverse niveaus aan het licht. Eerst stootten de archeologen op de muurresten van een brouwerij uit de 19de-20ste eeuw. Daaronder lagen grachten met zeer goed bewaarde houten beschoeiing en vlechtwerk. Die grachten hebben waarschijnlijk de Moleborremolen gevoed die net ten westen van het terrein stond. Elders werden de funderingen teruggevonden van een gebouwtje dat minstens dateert uit de tweede helft van de 18de eeuw en waarschijnlijk ouder is. 

Doorsnede van de gracht met goed bewaarde beschoeiing (Foto: RAAP)

Nog dieper volgde een omvangrijke stortlaag uit de late middeleeuwen (tussen 1250-1500), met hoofdzakelijk stadsafval: puin, scherven en dierenbeenderen, maar ook munten en penningen. Die laag verhoogde het niveau en maakte de grond droger, zodat deze dienst kon doen als vruchtbare landbouwgrond. Daaronder zijn dan weer rivierafzettingen aangetroffen. Dit suggereert dat de Zenne toen vaak uit haar oevers moet zijn getreden. Dat was vermoedelijk de aanleiding voor de indamming van de rivier. Het oorspronkelijke loopoppervlak uit de 12de-13de eeuw is door deze overstromingen weggespoeld, maar desondanks vonden de archeologen nog sporen uit deze periode terug.

Doorsnede van de rivierafzetting (Foto: RAAP)

Hoogstwaarschijnlijk hebben de archeologen de oudste bewoningssporen nog niet bereikt. Maar de toekomstige bebouwing zal, met uitzondering van een aantal paalfunderingen, de ondergrond niet dieper verstoren. De oudste resten worden dus veilig bewaard voor toekomstige generaties.