Over potten en gekliefde schedels… eenheid en conflict in de wereld van de Bandkeramiek

Archeologie

In een vorige blog vertelden we over het ontstaan en de verspreiding van de cultuur van de Bandkeramiek. Die verspreidde zich vanaf de 6de millennium voor Christus razendsnel over Europa. De Bandkeramiekers waren immigranten uit het Oosten. We schetsten als het ware een grote gelukkige gemeenschap die zich al huppelend door Europa verspreidde, in volledige harmonie, met bloemen in het haar en een gedomesticeerd grassprietje tussen de tanden. Varkentjes, schaapjes en koetjes gezellig meesjokkend. Die eenheid zou mettertijd wel wegebben. Gezien het grote verspreidingsgebied van de cultuur en het gebrek aan internet is dat natuurlijk niet onlogisch.

Afbeelding: Een reconstructie van het ‘binnenwerk’ van een typisch Bandkeramisch huis van de site Herxheim. (Copyright Rudolf Wild [CC BY-SA 4.0] van Wikimedia Commons)

Peace...

Aardewerken uit de site van Wange-Overhespen

De Bandkeramische cultuur toonde in het begin ervan een grote eenheid in de manier waarop ze woonden, werkten én aardewerk versierden. Rond 5300 voor Christus kwam daar langzaam verandering in. Er ontstonden in de Bandkeramiek in het algemeen twee grote regionale ‘stijlen’: de westelijke en oostelijke Bandkeramiek. Deze worden ook wel Flombornstijl en Notenkopkeramikstijl genoemd, naar de versiering van het aardewerk. Vanaf ongeveer 5000 voor Christus lijkt deze tendens zich verder door te zetten, met een verdere opdeling in regionale stijlvarianten. Dat deze verschillende stijlen in aardewerk ook diverse politieke of economische groepen vertegenwoordigden, is eerder onwaarschijnlijk.

Afbeelding: Een selectie van aardewerk uit de sites van Wange-Overhespen. Je ziet de typische ‘banden’ waarnaar de Bandkeramiek is vernoemd. (Copyright: KULeuven)

Het lijkt er immers op dat de verschillende boerendorpen en clusters van de Bandkeramiek economisch en politiek zeer autonoom waren. Alle nederzettingen zijn opgebouwd volgens eenzelfde patroon, maar we zien wel dat er naarmate de tijd vordert hier en daar grotere woningen opduiken. De gemeenschap investeerde hier duidelijk meer moeite in, wat wijst op het ontstaan van een sociale hiërarchie binnen de dorpen, en misschien ook binnen de clusters. Ook in de begraafplaatsen  werden bepaalde personen duidelijk met meer ‘égards’ begraven. Rijkere graven bevatten symbolische bijgiften zoals bijboorbeeld schelpen van de stekeloester of disselbijlen. We kennen die uitingen van sociale ongelijkheid vooral van de latere fasen van de Bandkeramiek.

Dat er geen sprake was van een grote politieke en bestuurlijke organisatie uit zich in het gebrek aan  grotere (stedelijke) centra die als hoofdplaats konden dienen. Er zijn ook nauwelijks andere regionale centrale plaatsen gekend, bijvoorbeeld voor cultusdoeleinden. Een uitzondering is de merkwaardige site van Herxheim in Duitsland.

Rituele gracht van Herxheim met menselijke skeletresten

Hier stond ongeveer 300 jaar lang een Bandkeramisch dorp. Dat werd naar het einde van de bewoning toe omgeven door twee smalle maar diepe grachten. Bij archeologisch onderzoek werden in deze grachten resten van meer dan 500 mensen opgegraven. Sommige skeletresten vertoonden sporen van ontvlezing en sommige schedels werden los van hun lichaam gedeponeerd. Van sporen van geweld op deze resten is echter geen sprake. Maakte de site en deze vondsten onderdeel uit van een cultus en welbepaald ritueel gebruik? Naast deze menselijke resten werd er vrij veel gebroken aardewerkfragmenten aangetroffen. Een aanzienlijk deel daarvan was van ver afkomstig, bijvoorbeeld Noord- Frankrijk en Bohemen. Deze merkwaardige plaats had dus duidelijk een belang dat het lokale, en zelfs het regionale, oversteeg.

Afbeelding: Een gedeelte van de rituele gracht van Herxheim, met menselijke skeletresten (Copyright: GDKE, Direktion Landesarchäologie- Speyer)

... and war

Tja, zoals Michael Jackson ooit zong: ‘It’s human nature’, en dus vinden we ook bij de Bandkeramische gemeenschappen sporen van conflicten en geweld.

Naar het einde van de Bandkeramiek toe lijkt er zich een crisis af te spelen. In deze periode gingen verschillende groepen hun nederzettingen omwallen met een gracht en een palissade. De site van Darion in Wallonië is daarvan een goed voorbeeld. Deze bouwwerken vergden een aanzienlijke inspanning. Ongetwijfeld heerste er toen een gevoel van onveiligheid. Vroeger werd wel eens gewijt aan conflicten met de plaatselijke jager-verzamelaars, maar dat is wellicht niet het geval. Meer waarschijnlijk gaat het om onderlinge twisten.

Waarom ontstond er bij de Bandkeramiekers onrust in de eigen rangen? Eén van de mogelijke redenen was bevolkingstoename. Hierdoor ontstonden er meer en meer kleinere regionale opdelingen die na verloop van tijd nauwelijks nog verbonden waren met elkaar. Het is niet ondenkbaar dat er in deze omstandigheden spanningen ontstonden die uiteindelijk uitmondden in een robbertje vechten.

Kleinschalige conflicten konden ook escaleren tot een georganiseerde gebeurtenis op grotere schaal. Dat bewijst de vondst van enkele massagraven. Zo werd bij Talheim in Duitsland een kuil gevonden met de resten van 34 mannen, vrouwen en kinderen. Hun skeletresten vertoonden sporen van grof geweld: onderbenen werden gebroken en schedels ingeslagen. Mogelijk gaat het om een bijna volledige dorpsgemeenschap, uitgemoord bij een doelbewuste raid. Een aantal andere gekende massagraven vertoont ongeveer hetzelfde beeld. Het merendeel van de slachtoffers zijn mannen en jonge kinderen. Een deel van de vrouwen werd waarschijnlijk geroofd.

Het einde

Het grootste raadsel van de Bandkeramische cultuur is het einde ervan. Rond 4950 vóór Christus verdween de cultuur spoorloos. In het Rijnland werd zij opgevolgd door onder andere de Rössencultuur. In Vlaanderen kunnen we spreken van een echt archeologisch hiaat. Het is pas met het verschijnen van de middenneolithische Michelsbergcultuur vanaf ongeveer 4400 vóór Christus, dat we terug duidelijke sporen van bewoning vinden op de leemgronden. 

De Bandkeramiekers hadden met hun komst een proces in gang gezet dat eeuwen later zou culmineren in de algemene praktijk van de landbouw. Vanaf hun komst zien we dat hun ideeëngoed ook tot bij de lokale jagers-verzamelaars bekend werd en langzaam wortel schoot.

Meer informatie over de Vlaamse sites van de Bandkeramiek vind je in onze Inventaris.

 

Erwin Meylemans