Rijke verleden van Kerkom onthuld

Archeologie

Archeologisch onderzoek in Kerkom onthult sporen van bewoning uit de 16de eeuw, de volle middeleeuwen, de Romeinse periode, de ijzertijd én het neolithicum. Daarmee beschikt het landelijke Kerkom onverwacht over een bijzonder rijk verleden.

Naar aanleiding van rioleringswerken voerde het Vlaams Erfgoed Centrum in 2019-2020 een grootschalig archeologisch onderzoek uit in het centrum van Kerkom in Vlaams-Brabant. De verwachtingen van dit onderzoek waren hooggespannen, want Kerkom was tot op dat ogenblik een archeologische blinde vlek. Het enige wat onderzoekers wisten is dat de toren van de Sint-Martinuskerk dateert uit de tweede helft van de 13de eeuw. Dat wil zeggen dat er in de late middeleeuwen al sprake was van een nederzetting in het centrum van Kerkom. Daarover wisten ze weinig, over de perioden daarvoor zelfs nog minder. Nochtans was het bijna niet mogelijk dat Kerkom archeologisch blanco was. Het ligt historisch namelijk op een interessante plek om zich te vestigen: op het kruispunt van de Velpe met de Molendries. 

Archeologen stonden te springen om te beginnen aan een vooronderzoek in Kerkom. De resultaten daarvan waren veelbelovend. Het leverde sporen op uit de 16de eeuw rond de Sint-Martinuskerk. Langs de Kerkomsesteenweg ontdekten de onderzoekers resten uit de volle middeleeuwen, de Romeinse periode, de ijzertijd én het neolithicum. Op basis van deze resultaten volgende een uitgebreid archeologisch onderzoek.  

 

Zoals gezegd was het al eerder duidelijk dat Kerkom een middeleeuwse kern heeft. Het archeologisch onderzoek bevestigt dat. Rond de Sint-Martinuskerk werden twee natuurstenen opslagkelders en een oventje teruggevonden uit de 16de eeuw. De onderzoekers vermoeden dat het gaat om sporen van ambachtelijke activiteiten. Momenteel is niet zeker over welke activiteiten het precies gaat. Ze lijken alleszins van korte duur. Vondsten uit de 17e eeuw ontbreken bijna volledig en ook historische kaarten tonen dat de terreinen later dienst deden als akker. De kelders en het oventje houden mogelijk verband met het Hof van Kerkom, een landhuis dat ook nu nog naast de kerk staat. Ooit was het de zetel van één van de vier feodale jurisdicties van Kerkom. Bij dergelijk officiële plaatsen hoorde meestal een domein met allerlei activiteiten. 

 

Langs de Kerkomsesteenweg vonden de archeologen een huisplattegrond uit de volle middeleeuwen en een erf uit de ijzertijd. Terwijl de middeleeuwse sporen zich langs de straatkant bevonden, lag het ijzertijderf (zie foto boven) achteraan op het terrein. Het bestond uit een hoofdgebouw en een bijgebouw. 

 

Daarnaast was zeker een deel van het erf afgebakend en lag er nog een waterkuil, een eenvoudige waterput (zie foto boven), net buiten die omheining.

 

Plan Kerkomsesteenweg

Aan de overzijde van de Kerkomsesteenweg stootten de archeologen op sporen uit de Romeinse periode én een enorme concentratie van stenen voorwerpen uit het neolithicum. De concentratie van stenen voorwerpen strekt zich uit over zowat de volledige lengte van de geplande pijpleiding. Dat is meer dan een kilometer! Het onderzoek is nog niet afgerond maar de onderzoekers vermoeden dat het om een midden-neolithische vindplaats gaat. Die periode wordt gekenmerkt door grote sites op plateaus nabij riviervalleien; een landschappelijke beschrijving die helemaal klopt voor Kerkom. 

Hoe gaat het nu verder? De opgravingen aan de kerk en het ijzertijderf waren afgrond voor de huidige noodsituatie. De rest van het onderzoek is nog volop aan de gang. Er wordt gezocht naar een oplossing om de Romeinse site ‘in situ’ te kunnen bewaren, zonder de geplande rioleringswerken in het gedrang te brengen. 

 

Foto's: Vlaams Erfgoed Centrum