Romeinen under the green

Archeologie

Voor het derde jaar op rij voerde het agentschap Onroerend Erfgoed in 2020 archeologisch onderzoek uit in Sint-Gillis-Waas, in samenwerking met archeologen van studiebureau BAAC Vlaanderen. Deze zomer vormde de derde en laatste fase van een grootschalig opgravingsproject. Het onderzochte terrein situeerde zich tussen de Reepstraat en de Kattestraat, een gebied van ongeveer 9 hectare groot.

De verwachtingen voor deze opgraving waren hooggespannen. Op naburige terreinen, vonden onderzoekers in het verleden al veelbelovende sporen en vondsten. Een proefsleuvenonderzoek in 2018 toonde dat ook langs de Reepstraat veel archeologisch potentieel aanwezig was.

De onderzoekers kregen tijdens de meest recente opgravingscampagne meer dan ze verwacht hadden. Ze troffen in de onderzochte zone uitzonderlijk veel vondsten aan, onder andere zeven gebouwplattegronden uit de Romeinse tijd, sommige geheel en andere gedeeltelijk bewaard. Daarnaast waren er resten aanwezig van een wegtracé, een waterput, verschillende perceelsgreppels en enkele brandrestengraven.

Op basis van hun eerste bevindingen dateren de archeologen de Romeinse sporen tussen het begin van onze jaartelling en het eind van de tweede eeuw. Opvallend zijn de talrijke maal- en slijpsteenfragmenten en de keramiekvondsten, die vaak afkomstig zijn uit de ons omringende landen.

De bodem van een kom in terra sigillata, gestempeld Romeins aardewerk.

Een volledig bewaarde Romeinse schaal.

Fragment van een Romeinse jachtbeker met de afbeelding van een haas.

Op het terrein zijn sporen teruggevonden van zeven gebouwen, waarvan drie zogenaamde Romeinse potstalgebouwen. Het gaat om imposante houten woningen van ongeveer 20 bij 10 meter, waar mens en dieren onder één dak leefden. In een verdiept gedeelte van de binnenruimte verzamelden de bewoners de uitwerpselen van de dieren, om er later de akkers mee te bemesten. Dat is ook goed te zien op een luchtfoto van één van de aangetroffen potstalgebouwen. De grijze vlek links is het stalgedeelte van dit gebouw. Op een tweede foto tonen de (donker gekleurde) Romeinse paalkuilen hoe imposant de gebouwen moeten zijn geweest.

Naast de Romeinse gebouwen is een uitzonderlijk intacte waterput teruggevonden in hout. In de vulling ervan was een dik pakket organisch materiaal uitstekend bewaard, waardoor het ook mogelijk zal zijn een beeld te krijgen van het landschap in de Romeinse periode.

De archeologen troffen ook meerdere houtskoolmeilers aan uit de volle middeleeuwen. Een meiler is een tijdelijke constructie om houtskool te produceren. Dit lijkt erop te wijzen dat er in de periode tussen de tiende en twaalfde eeuw bossen aanwezig waren in de omgeving, waarvan de bewoners gebruik maakten om houtskool te vervaardigen.

Tot de laat- en postmiddeleeuwse sporen behoren meerdere greppels en grachten die vaak lopen over honderden meters op het terrein. Ze zijn de getuigen van een geplande landindeling. De meest recente grachten lijken te passen bij het systeem van de bolle akker, dat zo kenmerkend is voor het Waasland.

Wat zo bijzonder is aan Sint-Gillis-Waas is de oppervlakte van het onderzochte terrein, en het groot aantal aangetroffen sporen. Dat geeft de onderzoekers de mogelijkheid om de evolutie van deze oude nederzettingen te bestuderen in hun geografische omgeving en doorheen de tijd. De onderzoekers van het agentschap gaan in de komende maanden met de verschillende soorten vondsten aan de slag, op zoek naar antwoorden.

Nu de opgraving in Sint-Gillis-Waas achter de rug is, zal een firma op het terrein klei ontginnen. In de toekomst zal de lokale golfclub het gebied inpalmen. Je zal er met andere woorden kunnen sporten op de plek waar vroeger met zekerheid Romeinen hebben gewoond.