Stilte over de slagvelden

Bescherming

Op 11 november 1918 om 11 uur daalde een oorverdovende stilte over de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Zo waren de geallieerden het overeengekomen met Duitsland. Ook al was dat niet van harte. Maar na een vier jaar durende uitputtingsslag was het genoeg geweest. Het westelijke front brokkelde af, beetje bij beetje.

Duitsland implodeert

De Duitse troepen boden nog altijd weerstand, maar het thuisfront stortte in. Economisch torste Duitsland een zware last. Terwijl het hele productieapparaat in dienst van de oorlog draaide, leed de bevolking honger. Overal was er schaarste. Ook politiek balanceerde het land op de rand van de afgrond, toen in steden en zelfs in het leger muiterijen uitbraken. Een revolutionair sfeertje hing in de lucht. Duitsland stevende op een regimecrisis af. En tot overmaat van ramp stortte het zuidelijke front in Bulgarije in. De olie-aanvoerlijnen vanuit het gebied rond de Zwarte Zee dreigden droog te vallen.

Coverfoto: Mensen hakken het vlees uit het karkas van een geslacht paard in de straten van Berlijn. In de laatste oorlogsmaanden van 1918 sloeg de honger in Duitsland toe. Ook bezet België deelde in de klappen. © IWM (Q 110883)

Onderhandelen, of toch niet?

Al van in augustus 1918 gingen in Duitsland en Oostenrijk stemmen op om over vrede te onderhandelen. In de ideeën van de Amerikaanse president Wilson over een rechtvaardige wereldvrede zagen ze kansen voor een eervol akkoord. Oorlogsgeneraal von Ludendorff bleef nochtans tegen beter weten in volhouden dat een overwinning nabij was. Hij wees geheime onderhandelingen op hoog niveau af.

Kantelmoment

Soms kent de geschiedenis kantelmomenten. Alsof dat ene kleine gewichtje in de weegschaal de balans plots doet overhellen. 28 september 1918 was zo’n dag. Die dag vernam het Duitse opperbevel dat Bulgarije de strijd opgaf en Turkije wellicht zou volgen. Dat betekende het verlies van het hele zuidelijke front. Het nieuws sloeg in als een bom. En aan het westelijke front hakte een grootschalig offensief op de Duitse posities in. De verliezen stapelden zich op. Het was onmogelijk voor de oorlogsgeneraals om hun schone schijnvertoning nog langer vol te houden. Von Ludendorff was een zenuwinzinking nabij. De oorlog ging door, maar onderhandelingen waren nu onontkoombaar.

Eenzijdige voorwaarden

Op 4 oktober 1918 stuurde de Duitse kanselier het signaal dat hij over vrede wilde onderhandelen. De koele reactie van Amerikaans president Wilson boorde spoedig de hoop op een gunstige afloop in de grond. Tot onderhandelingen zou het niet eens komen. De geallieerden voerden de gesprekken onder elkaar, zonder Duitsland. Op 7 november presenteerden de geallieerden de rekening: een reeks keiharde voorwaarden. Het was te nemen of te laten. 72 uur kregen de Duitsers, nu onder leiding van onderhandelaar Matthias Erzberger, de tijd om de voorwaarden te slikken.

De Frans-Britse delegatie onder leiding van de geallieerde opperbevelhebber Foch

 

 

De Frans-Britse delegatie onder leiding van de geallieerde opperbevelhebber Foch op 11 november 1918, twee uur na de ondertekening van het wapenstilstandsverdrag. Deze iconische foto is gemaakt in het bos van Compiègne, voor de Franse trein. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, staat de Duitse delegatie voor de onderhandeling van de wapenstilstand onder leiding van de politicus Matthias Erzberger hier niet op. De Duitse onderhandelaars zaten erg geïsoleerd in hun eigen trein, 200m verderop. Er zijn geen foto’s bekend van de twee delegaties samen of van de ondertekening van de wapenstilstand. © Bundesarchiv, Bild 146-1987-038-29 / CC BY-SA 3.0 DE

Eindoffensief

Ondertussen ging de oorlog aan het westelijke front maar door. Sinds augustus begonnen de Duitse troepen te wijken. Op 28 september begon het eindoffensief in België. Ook al plooiden de Duitse troepen zich terug, ze beten soms fors van zich af. Vooral rond Kortrijk vielen nog verschillende slachtoffers. Maar ook de geallieerden lieten zich niet onbetuigd: zij bezetten het luchtruim tot ver achter de opschuivende frontlijn, met de bedoeling de aanvoerlijnen te saboteren. Dat daar ook onbedoeld burgerslachtoffers bij vielen, was een pijnlijk “ongewenst neveneffect”. Zo vielen op 10 november in de avond vier slachtoffers bij een luchtbombardement op het munitiedepot bij het station in Leuven. Tegen 11 november bevonden de tegenstanders zich op een lijn ter hoogte van Gent en Mons. Gent werd net niet officieel bevrijd, hoewel er geen tegenstand meer te verwachten viel. Want om zes uur ’s morgens had Erzberger de wapenstilstand ondertekend. De Duitse regering in Berlijn en het militaire opperbevel in Spa hadden hem daar eerder toestemming voor gegeven via twee gecodeerde telegrammen. Diezelfde dag om klokslag 11 uur zou de wapenstilstand ingaan.

Troepenposities tijdens de Wapenstilstand in 1918

© Onroerend Erfgoed, Hilde Verboven, bewerking van Tasnier & Van Overstraeten 1923: L'armée Belge dans la guerre mondiale, Brussel.

Terugtrekking en wantrouwen

Op het ogenblik van de wapenstilstand bevonden zich nog vele troepen op Belgisch en Frans grondgebied. Voor de mensen ter plekke moet het een rare aanblik hebben geboden: zovele troepen die zich in de richting van de Duitse grens haastten. Officieel waren het geen vijanden meer, maar de Duitse soldaten droegen wel nog wapens en het wantrouwen was torenhoog. Her en der volgden zelfs nog schermutselingen tegen de lokale bevolking. Er was dan wel een wapenstilstand, maar vrede was het nog lang niet.

De keizer zoekt asiel

En de keizer? Al ruim een half jaar had hij zijn tenten in Spa opgeslagen, het hoofdkwartier van de keizerlijke generale staf. Sinds de onderhandelingen begonnen waren, stond Wilhelm II aan de zijlijn. De geallieerden moesten hem niet. Zij wilden enkel met verkozen politici spreken. Voor de keizer was dat het begin van het einde. Ook het Duitse volk trad in verzet tegen het keizerlijke regime, dat het land in die ellendige oorlog had gestort. Hij was er niet meer welkom. In Berlijn was het aftreden van de keizer al uitgeroepen, nog voor de man zelf van iets wist. Op 10 november nam hij vanuit Spa de trein, stapte onderweg heimelijk in een auto over die hem naar de dichtstbijzijnde Nederlandse grenspost voerde. De grenswachters vielen zowat van hun stoel toen de Duitse keizer in hoogsteigen persoon om doorgang vroeg. Enkele uren druk overleg met de regering in Den Haag volgden. Nederland verleende Wilhelm II asiel. In België stond hij op de lijst van oorlogsmisdadigers.

Kasteeldomein van Amerongen in Nederland

 

Kasteeldomein van Amerongen, waar Wilhelm II van november 1918 tot 1920 bij de grafelijke familie Bentinck verbleef. Toen hij het landgoed Doorn op de Utrechtse heuvelrug aankocht, verhuisde hij met zijn hele hebben en houden dat hij eerder uit Duitsland had laten overkomen (59 treinwagons). Hij stierf er in 1941. Foto © Hilde Verboven, 20 juli 2018.

 

De balans van 100 jaar vergeten

De Eerste Wereldoorlog liet behoorlijk wat materiële relicten na, zoals bunkers, oorlogsmonumenten, loopgraven, begraafplaatsen, littekens in het landschap en sporen in de ondergrond. Decennialang deden mensen er alles aan om hun herinneringen uit te wissen. Die vervelende bunkers stonden alleen maar in de weg en de doden moest men maar eens met rust laten. Korte tijd later was er die tweede wereldbrand die de herinnering aan de eerste deed ondersneeuwen. En vergeten deden we met overgave.

Pas sinds enkele decennia veranderde onze houding grondig tegenover wat rest van de Eerste Wereldoorlog. Nog niet zo lang beschouwen we het als erfgoed. Eerstewereldoorlogerfgoed verbindt ons met een stuk verleden waar niemand nog in levende lijve over kan vertellen. Dat is de betekenis die we er nu aan geven. De dragers van een verhaal zijn niet langer de mensen die het allemaal meemaakten. Hun verhalen zijn op objecten overgegaan: de nieuwe schakels in het narratief van onze geschiedenis.

Vervreemd zijn we van de officiële ceremonies die de heroïek van de oorlog en de opofferingsgezindheid van de slachtoffers beklemtonen. Sterven voor het vaderland was een eervolle daad. Een hedendaagse invulling van de oorlogsherdenking legt de klemtoon op verhalen die ons in het verleden trekken en ons anders naar de ons omgevende wereld doen kijken.

De Amerikaanse president Woodrow Wilson die de frontstreek in België bezoekt (juni 1919). Bron: US National Archives:

Erfgoedbalans

De voorbije vijftien jaar hebben verschillende onderzoekers aan de actualisering van onze erfgoedinventaris gewerkt. 1999 individuele relicten of gehelen dragen het label ‘Eerste Wereldoorlog’, waaronder het merendeel bunkers (1046) en oorlogsmonumenten (441). Elke gemeente had wel doden te betreuren en dus richtten ze ook massaal gedenktekens op. Firma’s speelden handig in op die trend. Zij boden een catalogus van monumenten of standbeelden aan waaruit een gemeente kon kiezen. Uit alle nog bestaande monumenten selecteerden onze collega’s de meest artistieke of betekenisvolle en zetten er 150 op de lijst van beschermde monumenten. Nog voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog van start ging, waren alle 162 militaire begraafplaatsen beschermd. Recent volgden alle mijnkratersites. Omdat er zo weinig van bewaard zijn gebleven, kozen we ervoor om ze allemaal te beschermen. Geografisch geven ze de ligging van de vroegere frontlijn rond Ieper weer. Ook zeldzaam zijn de zestien (houten) noodwoningen die in de eerste jaren na de oorlog werden gebouwd om de teruggekeerden naar de frontstreek een onderkomen te bieden. Thematische beschermingscampagnes leidden tot de bescherming van 218 bunkers. De campagne loopt nog en zal gaandeweg naar interbellum bunkers uitbreiden. Voor wederopbouwarchitectuur loopt sinds dit jaar een beschermingscampagne. Ook bomen waren een manier om de oorlog te herdenken. Vandaag telt onze erfgoedinventaris 122 herdenkingsbomen die de herinnering levendig houden, een traditie die men vandaag verderzet. 231 gemeenten zullen op wapenstilstandsdag een nieuwe herdenkingsboom planten.

De Vlaamse overheid ondersteunt het eerstewereldoorlogerfgoed ook financieel. Sinds 2011 ging ruim 15 miljoen euro naar het onderhoud, de restauratie of de opmaak van beheersplannen. Vooral in de aanloop van de honderdjarige herdenking vroegen eigenaars premies aan. In 2017 ondertekende de Commonwealth War Graves Commission een meerjarenovereenkomst voor het onderhoud en restauratie van de militaire begraafplaatsen die onder haar hoede vallen.

Grafiek met alle premies en subsidies voro WO1-erfgoed

Lees je graag meer?

  • In Het elfde uur: 11 november 1918. De gewelddadige laatste dag van de Eerste Wereldoorlog brengt Pieter Serrien honderden getuigenissen van mensen die het meemaakten samen tot een levendig en zeer leesbaar verhaal van de laatste weken en dagen van de oorlog, wat soms verrassend nieuwe inzichten oplevert.
  • David Sinclair laat in De spiegelzaal: het verdrag van Versailles de belangrijkste protagonisten van het einde van de Eerste Wereldoorlog met elkaar in dialoog gaan.
  • Een dure vrede: Wereldoorlog I: van brave little Belgium naar poor little Belgium van Mark De Geest beschrijft treffend hoe bekaaid België, ooit een economische grootmacht,  uit de Eerste Wereldoorlog kwam.
  • Of misschien wil je ook dit wel eens proberen?

 

Hilde Verboven