SYNTAR 10: Oog in oog met inwoners van het Romeinse Tongeren

Archeologie

Sinds 2018 geeft de Vlaamse Regering jaarlijks een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. Deze onderzoeken trekken weg van de vindplaats en proberen het bredere plaatje te vatten, om zo tot echt nieuwe kennis over het verleden te komen. Wij publiceren elk onderzoek online via de nieuwe reeks SYNTAR. 

Het tiende nummer van deze reeks, het laatste van de lichting uit 2018, toont de resultaten van een groep onderzoekers van het Vlaams Erfgoed Centrum, die op zoek ging naar het gezicht van enkele Romeinse Tongerenaren. Dat doen ze aan de hand van een combinatie van de modernste technieken. 
 

In de ondergrond van Tongeren liggen de resten van de enige Romeinse stad van ons land: Atuatuca Tungrorum, de hoofdstad van de Tungri. Van oudsher proberen archeologen de vergane nederzetting en bijhorende grafvelden weer tot leven te brengen, door zoveel mogelijk resten in kaart te brengen en te reconstrueren. Nieuwe ontwikkelingen in wat we de bioarcheologie zouden kunnen noemen, bieden sinds kort een verrassende kijk op een aantal inwoners van de Romeinse stad. Een combinatie van DNA-onderzoek, isotopenonderzoek en gezichtsreconstructie werd uitgevoerd op goed bewaarde skeletten, afkomstig van de grafvelden rondom Tongeren. 

 

Cellen

DNA-moleculen, de bouwstenen van ons lichaam, bepalen hoe we eruitzien. Ze bevinden zich in elke cel, dus ook in de cellen van skeletresten die de archeologen opgraven. Dat oude DNA is vaak gedegradeerd of zelfs verloren gegaan, maar met wat geluk kan toch voldoende materiaal gerecupereerd worden om te onderzoeken. Zo is het mogelijk om herkomst, verwantschap (tot in de derde generatie), geslacht, de kleur van de huid, de ogen of het haar van de overledene te achterhalen. Met andere woorden: hoe hij of zij er bij leven heeft uitgezien.

Een skelet bevat naast DNA ook isotopen. Die zijn daar terechtgekomen via voedsel en water, en zijn afkomstig uit de ondergrond. Hun onderlinge verhoudingen verschillen van streek tot streek. Met een isotopenanalyse van oud botmateriaal kan je de regionale verhoudingen meten, en bijgevolg te weten komen waar iemand opgroeide en leefde. Wanneer de isotopensamenstelling van een skelet verschilt van die van de streek waar dat skelet werd opgegraven, gaat het bijgevolg om iemand die van ergens anders afkomstig is. Vooral de verhoudingen van de strontiumisotopen 87Sr/86Sr (afhankelijk van de geologische ondergrond en opgenomen via de voeding) en de zuurstofisotopen 16O/18O (afhankelijk van de temperatuur en opgenomen via het drinkwater) worden gebruikt om de herkomst van mensen en dieren te bepalen.

 

Specialiste Maja d'Holossy reconstrueert het gezicht van een jongen. (Copyright ADC Archeoprojecten)

 

Reconstructie

De techniek van gezichtsreconstructie werd ontwikkeld in het forensisch onderzoek naar vermiste personen en niet-geïdentificeerde stoffelijke overschotten van slachtoffers van misdaden, ongelukken of rampen. De gelijkenis tussen de reconstructies en oude foto’s van de vermiste en overleden personen, bewijst de  betrouwbaarheid van de methode. Het is niet ongebruikelijk dat familie en vrienden het verdwenen individu in de reconstructie herkennen. 

De techniek baseert zich op de vorm en afmetingen van de schedel, de wetmatigheden in de spieropbouw en de gemiddelde weefseldikte op diverse plekken van het gezicht. Dankzij de recent ontwikkelde DNA-techniek kunnen nu ook de juiste kleur van het haar, de ogen en de huid in de reconstructie opgenomen worden. Andere details, zoals de vorm van het kapsel of de aanwezigheid van mogelijke littekens, moeten jammer genoeg overgelaten worden aan de verbeelding van de technicus.

 

Tongeren

Voor dit syntheseonderzoek werden 46 skeletten, afkomstig uit Romeins Tongeren, onder de loep genomen in een grondig DNA- en isotopenonderzoek. Van 3 personen werd een gezichtsreconstructies gemaakt. Zo leren we voor het eerst een aantal Romeinse Tongerenaren van dichtbij en in detail kennen. Fysiek dan toch, want wetenschappelijk onderzoek heeft ook beperkingen. De hier aan het licht gebrachte feiten zijn glashelder, maar hoe we ze moeten interpreteren is niet altijd even duidelijk. Een heldere kijk op het reilen en zeilen van deze inwoners van de Romeinse stad Tongeren, krijgen we immers niet. 

 

De skeletten van een oudere man en twee kinderen, begraven aan de Beukenbergweg in Tongeren. Hun gezichten werden gereconstrueerd.

 

Dat wetenschap niet op alle vragen een antwoord biedt, blijkt vooral uit onderzoek van het grafveld aan de Beukenbergweg, een ontdekking uit 2013. 17 begravingen uit de 1ste eeuw, op één volwassen vrouw na allemaal mannen en kinderen, in een zandgroeve aan de noordelijke rand van de stad. Vooral graf 4 stelt de onderzoekers voor een raadsel. Het is een gemeenschappelijke grafkuil voor drie personen. Nauwkeurige registratie op het terrein en fysisch-antropologisch onderzoek toonde aan dat het gaat om een man van ca. 40 jaar, die op zijn buik is begraven. Rechts van hem ligt een meisje van 2 tot 4 jaar op haar rechterzijde. Het kind omklemt met de linkerarm het rechterbovenbeen van de man. Tussen de benen van de man ligt een jongen van 4,5 tot 6 jaar, eveneens op de rechterzijde neergelegd. De doodsoorzaak van de drie overledenen was niet meer te achterhalen. Enkel de innige pose bleef achter. 

Dankzij gezichtsreconstructies kunnen we het drietal na twee millennia weer in de ogen kijken. Maar het DNA- en isotopenonderzoek heeft deze vreemde begraving alleen maar raadselachtiger gemaakt. Uit de analyse van het DNA is gebleken dat de twee kinderen wel broer en zus zijn, maar niet verwant zijn met de man in het graf. Volgens het isotopenonderzoek zijn ze alledrie uit de regio rond Tongeren afkomstig. Maar het meisje heeft gedurende de eerste anderhalf jaar van haar leven ergens anders gewoond dan de jongen. Dit roept wel wat vragen op over de lotgevallen van dit onfortuinlijke trio. Hoe kwamen ze bij elkaar terecht? Wat was hun werkelijke gezinssamenstelling? Waarom leefden broer en zus niet altijd samen? En was het destijds gebruikelijk dat leden van eenzelfde gezin niet verwant waren?

Archeologen zijn getraind om vondsten te verbinden aan een verhaal. Maar dat verhaal krijgt maar zelden een persoonlijke toets. Dankzij deze vorm van interdisciplinair onderzoek op skeletmateriaal, slagen onderzoekers erin het dagelijkse leven van mensen uit lang vervlogen tijden toch veel dichterbij te brengen, en moeten we minder aan onze verbeelding overlaten. Hoewel een beetje inlevingsvermogen nog altijd van pas komt.
 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR.

Foto boven: Een op zijn buik begraven man aan de Beukenbergweg in Tongeren.