SYNTAR 11: Eerste hulp bij WO II-archeologie

Archeologie

 

Al enkele jaren geeft de Vlaamse Regering een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. De onderzoekers verlaten de sites op het terrein, op zoek naar het bredere plaatje. Zo komen ze tot nieuwe, bruikbare kennis over het verleden. In de online-reeks SYNTAR publiceren wij elk onderzoeksrapport dat zo tot stand kwam. Nummer 11 in deze reeks toont de onderzoeksresultaten van een diverse groep onderzoekers, die vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog onder de loep nemen.

Een dikke turf is het geworden, het syntheseonderzoek naar de archeologie van de Tweede Wereldoorlog: bijna 700 pagina’s over zeer uiteenlopende thema’s. Van de Atlantikwall aan de Vlaamse kust tot de Belgische verdedigingslinies in Limburg. Van loopgraven en geschutsopstellingen tot vliegvelden en crashsites. Je bent er even zoet mee, maar het rapport is een absolute eyeopener voor wie begaan is met relicten uit de Tweede Wereldoorlog.
 

 

De basis van dit syntheseonderzoek is een inventaris van opgravingsrapporten waarin structuren uit de Tweede Wereldoorlog werden onderzocht. Er konden maar liefst 172 stippen op de kaart gezet worden. Enkele wijzen op gerichte archeologische opgravingen van structuren uit de Tweede Wereldoorlog, maar in de meeste gevallen gaat het om kleine onderzoeken van oorlogssporen die eerder toevallig aan het licht kwamen bij opgravingen van oudere sites. Het toch wel hoge aantal van 172 vindplaatsen verbaasde ook de onderzoekers. WO II-archeologie is immers een erg prille discipline die bij ons tot voor kort op weinig aandacht kon rekenen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Engeland of Nederland. 
 
Het onderzoek stopt uiteraard niet bij die inventaris. De onderzoekers staan uitgebreid stil bij de methoden die gehanteerd kunnen worden om archeologische sites uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen en te onderzoeken, waaronder de analyse van hoogtekaarten en historische luchtfoto’s, ook wel remote sensing genoemd. Ze analyseren ook de ruimtelijke spreiding van de opgegraven sites en confronteren dit beeld met de realiteit van de Tweede Wereldoorlog. Het zal niet verbazen dat de groep van 172 sites slechts het absolute topje van de ijsberg vormt. Op historische luchtfoto’s zijn sporen van duizenden sites te zien. Er blijkt met andere woorden een enorm archeologisch potentieel te zijn.
 
Naast een grootschalig syntheseonderzoek is dit rapport vooral een status questionis met uiterst waardevolle aanbevelingen voor toekomstig onderzoek. Waar staan we nu en waar willen we heen? Wat is precies de archeologische neerslag van die oorlog en hoe kunnen we die onderzoeken en waarderen? Hoe kunnen we publiek en vrijwillige onderzoekers betrekken bij een archeologisch onderzoek? Vragen die de laatste jaren wel voor de Eerste Wereldoorlog werden gesteld, maar nog niet voor de Tweede.
 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR.

 

Foto bovenaan: Amerikaanse Martin B-26 bommenwerpers boven de Belgische kust op terugweg van een bombardement op de haven van Gent, 5 september 1943 (Copyright US AAF Photo, 8th Army Air Force Combat Camera Unit, England, 8x10 print).