SYNTAR 12: Houtbouw in de Antwerpse Kempen

Archeologie

Al enkele jaren geeft de Vlaamse Regering een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. De onderzoekers verlaten de sites op het terrein, op zoek naar het bredere plaatje. Zo komen ze tot nieuwe, bruikbare kennis over het verleden. In de online-reeks SYNTAR publiceren wij elk onderzoeksrapport dat zo tot stand kwam. 

Nummer 12 in deze reeks toont de onderzoeksresultaten van LAReS Archeologie, dat lokale orde creëerde in de omschrijving van plattegronden van houten gebouwen.

Wanneer archeologen zeggen dat ze een houten huis hebben opgegraven, slaat onze verbeelding soms op hol bij de aanwezigheid van zo een ondergrondse structuur. Maar ze hebben het natuurlijk over restanten van een gebouw, meestal gewoon de sporen van een plattegrond. Niet eenvoudig te interpreteren omwille van periodieke en regionale evoluties. LAReS Archeologie ontwikkelde daarom een leidraad voor determinatie van huisplattegronden, specifiek in de Antwerpse Kempen.
 

 

Sinds de ratificatie van het Verdrag van Malta is het aantal archeologische opgravingen in Vlaanderen spectaculair verveelvoudigd. Niet zelden komen tijdens deze opgravingen bodemsporen van plattegronden aan het licht. De voetsporen van een lang vergane houten constructie. Dergelijke huisplattegronden komen voor in heel Vlaanderen en ze dateren vooral van de metaaltijden tot de volle middeleeuwen. Een lange periode waarin meerdere, vaak regionale bouwevoluties plaatsvonden. 

Noodzaak

Door een gebrek aan Vlaamse, synthetiserende regionale studies over de evolutie van de houtbouw doorheen de tijd, moeten archeologen zich noodgedwongen laten leiden door de gangbare modellen en typochronologieën van buitenlandse sites. Maar die typologieën stemmen dus niet altijd overeen met de sites bij ons. Ondernemend als ze zijn, namen Vlaamse archeologische bedrijven dan maar zelf initiatief en ontwikkelden ze elk hun eigen methodologie. Het resultaat was een gebrek aan eenvormige weergave van gebouwplattegronden in opgravingsrapporten en publicaties. Dat maakt een vergelijkende studie er niet makkelijker op. 

In het noorden van Vlaanderen probeert LAReS Acheologie alvast soelaas te bieden met hun syntheseonderzoek “Een archeologisch perspectief op de evolutie van de houtbouw in de Antwerpse Kempen”, een lijvig rapport in drie volumes. Voor het neolithicum, de metaaltijden en de Romeinse tijd ontbrak voor dit gebied elk typochronologisch onderzoek. Ze maakten daarom, naast een breed literatuuronderzoek, een uitgebreide analyse van alle opgegraven plattegronden uit deze periodes. Dat heeft geleid tot een grondige herziening en nieuwe opdeling van de verschillende types van plattegronden.

Nieuwe typologie

Het zogenaamde vierbeukige type uit de ijzertijd kreeg dankzij dit onderzoek een volledig nieuwe typologie. Die onderscheidt vier types van plattegronden die slechts gedeeltelijk overeenkomen met de reeds beschreven types. Tegelijkertijd zijn ook de dateringen herbekeken, waaruit blijkt dat deze vierbeukige types in gebruik waren van 400 voor Chr. tot 70 na Chr. Wat de Romeinse periode betreft, bleek de reeds bestaande typologie van De Clercq eveneens toepasbaar op de Kempense zandgronden, mits de toevoeging van een mengvorm. 

Voor het volume gewijd aan de middeleeuwen werkte men verder op reeds gevoerd on¬derzoek voor deze regio. Dankzij die bestaande dataset kon men voor deze periode een meer diepgaande analyse uitvoeren en configuratietypen bepalen in relatie tot diverse onderdelen van het gebouw (dakdragende constructie, staanderparen, wanduitvoering, fundering, …). Deze aanpak bezorgt dit deel van het onderzoek een meer theoretische dimensie. 

De onderzoekers hadden veel aandacht voor de landschappelijke inplanting van de plattegronden. Hieruit blijkt dat de hoger gelegen gronden tussen de beekvalleien de voorkeur kregen voor het vestigen van een woonplaats. De evolutie van wonen op lager gelegen flanken naar hoger gelegen zones op de dekzandruggen rond het begin van onze jaartelling, en weer omgekeerd in de volle middeleeuwen, is zowel te linken aan natuurlijke omstandigheden als aan evoluties in de akkerbouw. 

De catalogus van plattegronden, het derde en laatste deel van deze studie, biedt archeologen een gebruiksvriendelijke template om in de toekomst op een uniforme manier gebouwplattegronden weer te geven. Het onderzoeksrapport geeft ook de nodige tips voor een consequente beschrijving van plattegronden en wijst op het belang van doordachte 14C-dateringen. Tot slot zijn er nog talrijke suggesties voor de opmaak van onderzoeksvragen en voor verdere mogelijkheden tot toekomstig onderzoek. 

Dit syntheseonderzoek is niet enkel een praktische hulp voor archeologen op het terrein. Hun eindverslagen zullen in de toekomst ook veel eenvoudiger te toetsen zijn aan andere resultaten. Dit uitvoerige rapport zal zeker zijn nut bewijzen in de Antwerpse Kempen. 

 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR