SYNTAR 16: Veen als venster op het verleden

Al enkele jaren geeft de Vlaamse Regering een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. De onderzoekers verlaten de sites op het terrein, op zoek naar het bredere plaatje. Zo komen ze tot nieuwe, bruikbare kennis over het verleden. In de online-reeks SYNTAR publiceren wij elk onderzoeksrapport dat zo tot stand kwam.
In nummer 16 van deze reeks focussen Raakvlak, Gate en de Universiteit Gent zich op het onderzoek van veen in de oostelijke Vlaamse kustvlakte. 

 

Dit syntheseonderzoek spitst zich toe op de periode van de prehistorie tot de Romeinse tijd. Het project baseert zich op een combinatie van reeds uitgevoerd onderzoek en nieuw natuurwetenschappelijk onderzoek op veen, dat in het kader van dit syntheseproject gevoerd werd. Een mooie vertrekbasis dus voor al wie in de kustvlakte met veen geconfronteerd wordt bij archeologisch onderzoek.

Veen of turf, in westelijk Vlaanderen ook wel ‘daring’ of ‘deiring’ genoemd, is voor archeologen die niet nabij de zee opereren doorgaans een onbekende substantie waar men zich weinig of niets kan bij voorstellen. Het komt voor in natte biotopen zoals rivier- een beekvalleien, maar vooral in onze kustvlakte. Die was lang geleden, pakweg 3000 tot 5000 jaar geleden, één groot zoetwatermoeras. De duinen blokeerden de afvoer van zoet water naar zee, waardoor gedurende een periode van tweeduizend jaar organisch materiaal in natte omstandigheden accumuleerde tot een metersdikke laag. Die laag is door het gewicht van de erboven afgezette sedimenten samengedrukt tot een substantie die, na uitsteken in plaggen en na drogen, uiterst bruikbaar blijkt als brandstof: turf. Of ‘deiring’, dus.

Liefde?

De toenmalige kustbewoners en de huidige generatie archeologen hebben iets gemeen: ze hebben allebei een haat-liefde verhouding met de materie veen. Laten we beginnen met de bewoners van toen. Vanaf de Romeinse periode tot in de middeleeuwen werd veen gedolven als brandstof om zich te verwarmen. Dat zal het veen wel graag gezien gemaakt hebben. Maar als gevolg van al dat gedelf kwam de kustvlakte een stuk lager te liggen. Men groef immers letterlijk een laag van het land weg. Het gebied werd hierdoor gevoeliger voor overstromingen. De gronden onder het gedolven veen waren drassig en dus minder geschikt voor landbouw. Een negatief gevolg van hun liefde voor veen.

Voor een archeoloog in de kustvlakte is veen een zaligheid. Het is stevig en makkelijk te beschuppen. Het geeft mooie, stabiele en kleurrijke profielen die, in tegenstelling tot profielen in zand, leem of klei, niet instorten. Het houdt het grondwater tegen en bevat veel informatie die leesbaar wordt na analyse. Welke archeoloog houdt daar nu niet van? Het bevat ook vaak houtskool of artefacten die een link met menselijke activiteiten kunnen hebben. Op het strand van Raversijde werd zelfs een houten peddel en een ovenpaal gevonden in een veenblok! Het is dus wel degelijk als een potentieel archeologisch sediment te bekijken.

Haat!

Jammer genoeg voor de archeologen heeft de (vooral laatmiddeleeuwse) liefde voor brandstof in Vlaamse steden als Gent, Brugge en Ieper, een deel van het archeologisch bodemarchief letterlijk in rook doen opgaan. En ook de 2 meter boven het veen, afgezet na het jaar 1000 voor onze tijdrekening, is afgegraven om aan het kostbare en geliefde veen te kunnen. Inclusief alle archeologische resten. En daar houden archeologen begrijpelijk genoeg niet zo van. Dit gegeven ligt bijvoorbeeld mee aan de basis van de vele meningsverschillen over hoe intens de Romeinen onze kustvlakte hebben geëxploiteerd en bewoond. Het bewijsmateriaal is immers verdwenen.

Voor de oostelijke kustvlakte is er dankzij dit syntheseonderzoek alvast een prima stand van zaken waarop verder onderzoek zich kan enten. Dit syntheseproject roept op om bij archeologische opgravingen op zijn minst het gevonden veen correct te beschrijven, er stalen van te nemen en ze correct te bewaren voor verder onderzoek in de toekomst. Een waardevolle aanbeveling die onze aandacht meer dan verdient. Het is een kleine moeite die op termijn nieuwe inzichten garandeert.

 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR

Raakvlak bundelde alle bevindingen in een toegankelijke brochure 
Foto: copyright Raakvlak