SYNTAR 17: De oudste middeleeuwse kastelen van Vlaanderen ontleed

Archeologie

Al enkele jaren geeft de Vlaamse Regering een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. De onderzoekers verlaten de sites op het terrein, op zoek naar het bredere plaatje. Zo komen ze tot nieuwe, bruikbare kennis over het verleden. In de online-reeks SYNTAR publiceren wij elk onderzoeksrapport dat zo tot stand kwam.

In nummer 17 van deze reeks slaan een groep wetenschappers de handen in elkaar. Zij willen de traditionele studie van mottekastelen vernieuwen door toepassing van innovatieve onderzoeksmethodes zoals geoarcheologie en landschapsarcheologie. 
 

 

Net geen 1000 jaar geleden - midden 11de eeuw - werden bij ons de eerste mottekastelen gebouwd, het oudste kasteeltype in Vlaanderen. Deze middeleeuwse versterkingen uit aarde en hout waren het statussymbool van de adel en hadden vaak een belangrijke militaire betekenis. 

Zo'n mottekasteel was omgeven door een houten palissade en bestaat uit twee delen. Het opperhof was een hoog opgeworpen heuvel, de motte, met daarop een houten toren. Moeilijk in te nemen en belangrijk voor de verdediging tegen vijandige passanten. Daarnaast lag het neerhof, het kloppend hart van het dagelijkse leven, waar men woonde en werkte en waar zich meestal een kapel bevond. Het is dan ook niet vreemd dat vele van onze dorpen uit zo'n neerhof zijn gegroeid en dat de burchtkapel vaak dienst ging doen als parochiekerk. 

Kastelen uit aarde en hout

Een houten toren bovenop een aarden hoop, dat klinkt goedkoop en primitief. Maar vergis je niet, we hebben het hier over hét statussymbool van de toenmalige adel. Niet iedereen had de middelen om een mottekasteel te bouwen: je had een grondgebied nodig, met bossen om hout te kappen en vooral veel mankracht onder je onderdanen. De aanleg van een motte was een hele investering. 

De oudste, en meestal ook grootste mottes werden midden 11de eeuw gebouwd op de zuidelijke en oostelijke grenzen van het Graafschap Vlaanderen, langsheen de Dender. Hun militaire betekenis wordt duidelijk wanneer we kijken naar de opbouw: brede grachten en palissades rondom, en uiteraard de hoge toren op de heuvel. Een baken in het landschap en een onbetwistbaar symbool van macht. Later, in de 12de en de 13de eeuw, gingen ook veel lokale heren een mottekasteel bouwen om hun status en dominantie in de regio uit te drukken.

Niet-invasieve onderzoekstechnieken 

De focus van dit syntheseonderzoek ligt op de dynamische en wederkerige relatie tussen het mottekasteel, het landschap en de mens. Naast een synthese van de huidige stand van onderzoek en een inventaris van gekende mottes in Vlaanderen, werd vooral het potentieel van niet-invasieve onderzoekstechnieken bekeken. Die maken het mogelijk om grote oppervlakken relatief snel te onderzoeken met relatief weinig investering en met zeer weinig impact op het aanwezige archeologische erfgoed. Onderzoek van de ondergrond, maar dan zonder te graven. De verworven inzichten laten toe om een toekomstgerichte aanpak en verdere onderzoekspistes te formuleren, zowel in kader van beheer, beleid als onderzoek.

 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR

De reizende tentoonstelling Bult in zicht! van de provincies Oost- en West-Vlaanderen loopt nog zeker tot eind 2024.