SYNTAR 2: Zeg nooit meer zomaar "loopgraaf" tegen een loopgraaf!

Archeologie

Sinds 2018 geeft de Vlaamse Regering jaarlijks een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. Deze onderzoeken trekken weg van de vindplaats en proberen het bredere plaatje te vatten, om zo tot echt nieuwe kennis over het verleden te komen. Wij publiceren elk onderzoek online via de nieuwe reeks SYNTAR. Nummer 2 behandelt Loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog door Dr. Wouter Gheyle (UGent Vakgroep Archeologie), dr. Birger Stichelbaut (Centrum voor Historische en Archeologische Luchtfotografie, UGent Vakgroep Archeologie & In Flanders Fields Museum Ieper), Simon Verdegem (Ruben Willaert NV).

 

Hoe selecteer je waar je opgraaft en waar niet, zonder in te boeten op kennis? Een nieuwe typologie van WO I-loopgraven maakt de keuze eenvoudiger, en leidt tot een efficiëntere besteding van middelen in de archeologie.
 

Zodra een oorlog verandert van een bewegingsoorlog in een statisch front, verschijnen er loopgraven. Dat was zo in de Eerste Wereldoorlog, dat is vandaag de dag het geval in Oost-Oekraïne of Syrië en dat was ook al zo toen de Romeinse legers het Alesia van Vercingetorix belegerden. Sommige loopgraven worden heel bewust en planmatig aangelegd om de eigen stelling te verdedigen of om in alle stilte en ongezien de vijand te naderen. Maar evengoed zijn er heel wat loopgraven die spontaan en bijna instinctief ontstaan, vanuit de natuurlijke reflex om buiten schot te blijven en te overleven.

Doordat loopgraven per definitie uitgegraven structuren zijn, vormen ze een erg dankbaar studieonderwerp voor archeologen. De manier waarop een loopgraaf aangelegd, onderhouden en uitgebouwd is kan ons iets vertellen over het verloop van de oorlog en over bepaalde militair-strategische keuzes. Dat is informatie die in vele gevallen al min of meer gekend is, maar waarbij de archeologie een extra dimensie kan toevoegen. Wellicht nog relevanter is het diep-menselijke aspect dat de archeologie kan belichten: de studie van achtergelaten voorwerpen of de wijze waarop soldaten improviseerden met drainages en schuilplaatsen kan op een heel bijzondere manier inzicht geven in de manier waarop mensen probeerden te overleven aan het front. Niet alleen in de strikte zin van het woord, maar ook in de schuchtere pogingen om wat comfort of menselijkheid aan te brengen in deze woeste omgeving. Geen andere discipline dan de archeologie maakt dit zo tastbaar en brengt het menselijke aspect van de oorlog zo treffend in beeld. 

Strikt gezien is een loopgraaf een archeologisch spoor als een ander. Specifiek voor de Eerste Wereldoorlog worden we in Vlaanderen echter geconfronteerd met het enorme aantal: in de Westhoek alleen al werden duizenden kilometers aan loopgraven aangelegd. Die immense dichtheid maakt dat het eenvoudigweg onmogelijk is om al die loopgraven integraal en conform de boekjes op te graven. Niet alleen logistiek en financieel is dit onmogelijk, ook inhoudelijk zou dit weinig meerwaarde creëren. Maar hoe ga je selecteren zonder in te boeten op kennis, hoe schat je het kennispotentieel in van een site of structuur in en hoe pak je het onderzoek vervolgens best aan? 

Op deze en nog veel meer vragen tracht het syntheseonderzoek Loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog een antwoord te bieden. De studie is gebaseerd op een analyse van meer dan honderd opgravingsrapporten uit de laatste jaren, goed voor in totaal bijna 15 kilometer aan opgegraven loopgraven en aangevuld met een analyse van duizenden luchtfoto’s uit de oorlog. Alle verworven kennis over loopgraven is overzichtelijk gebundeld en samengebracht tot een typologie van loopgraven, die moet toelaten om een loopgraaf eenduidig te beschrijven en waarderen. Daarnaast ontwikkelden de onderzoekers een methodologie die voorschrijft hoe loopgraven best worden opgegraven. Een welgekomen extraatje is een bijzonder handig loopgraafformulier dat elke archeoloog in het veld kan gebruiken. 

Hoewel deze studie zich in de eerste plaats richt tot archeologen, is ze ook ver daarbuiten relevant. Zo zal de nieuwe werkwijze leiden tot een efficiëntere besteding van de middelen, omdat er nu een instrument is dat toelaat om gerichte en onderbouwd keuzes te maken over wat wordt opgegraven (en hoe), en wat niet. Daarnaast zal een eenvormiger manier van registreren leiden tot meer inzicht in het oorlogsgebeuren in al zijn facetten: kennis over het verleden die ook vandaag en morgen waardevol is.

 

Je kan het hele rapport lezen op: https://oar.onroerenderfgoed.be/item/6209 

 

Foto Simon Verdegem: Duitse loopgraaf Kaffehausweg (HOLA-11 Fluxys, Pilkem Ridge), 11/05/2016