SYNTAR 5: Wat ooit geweest is gaat nooit helemaal weg

Archeologie

Sinds 2018 geeft de Vlaamse Regering jaarlijks een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. Deze onderzoeken trekken weg van de vindplaats en proberen het bredere plaatje te vatten, om zo tot echt nieuwe kennis over het verleden te komen. Wij publiceren elk onderzoek online via de nieuwe reeks SYNTAR. Het vijfde nummer in deze reeks, “Het DNA van stadswording: de vroegstedelijke nederzetting van Antwerpen, late 9e-11e eeuw”, brengt het verslag van een onderzoeksproject van de Stad Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel.

De titel van deze blog had met enkele kleine aanpassingen een spreuk van Bond Zonder Naam kunnen zijn, maar dat is het niet. Neen, dit verhaal gaat in essentie over de kracht en de mogelijkheden van wat archeologen het bodemarchief noemen. 
 

De term bodemarchief verwijst naar het beter bekende stadsarchief of rijksarchief, speciaal daartoe ingerichte plaatsen waar de geschreven ambtelijke documenten uit het verleden van een stad of van ons land worden bewaard. Bij dit onderzoek bedoelt men met bodemarchief het vier meter dikke pakket van grondlagen dat zich onder de straatstenen bevindt in de burchtzone van Antwerpen, (dat is het gebied tussen de Burchtgracht, Palingbrug en Schelde). Deze grondlagen hebben van alles te vertellen over de evolutie van de stad, vooral wanneer je ze herhaaldelijk en soms onder destructieve dwang ondervraagt. De informatie in het bodemarchief zit vervat in de aard, de samenstelling en de onderlinge relatie van de grondlagen, in de door mensen gerealiseerde ondergrondse structuren zoals funderingen, beer- en waterputten, in de door mens, dier en plant achtergelaten resten in de grondlagen,… 

In het verleden is het bodemarchief vaak omschreven als ‘verontreinigde en onstabiele grond’ die zo snel en grondig mogelijk diende verwijderd te worden. Men stond er echter niet bij stil dat er ook informatie over het verleden van de stad met die ongewenste grond werd afgevoerd. Gelukkig behoort deze praktijk ondertussen zelf tot het verleden en krijgt het bodemarchief de nodige zorgen toegediend, zoals dit onderzoek naar de evolutie van de burchtzone in Antwerpen treffend illustreert.

Drie grote opgravingsprojecten van  ongeveer 10 jaar geleden, uitgevoerd binnen het Antwerpse burchtgebied, werden opnieuw en in onderlinge samenhang bekeken. Niet alleen de opgravingsdocumenten (plannen, foto’s, dagboeken,…) werden opnieuw onder de loep genomen maar ook het vondstenmateriaal en de bodemstalen. Zowel op de vondsten als op de stalen werden nieuwe en bijkomende analyses losgelaten. Tot slot werden de nieuwe gegevens geconfronteerd met de reeds beschikbare archeologische informatie over de burchtzone. Sommige van die gegevens werden al vergaard in het laatste kwart van de 19de eeuw. Dit onderzoek toont aan dat goed gearchiveerde opgravingen nog lang na hun beëindiging kunnen bijdragen tot het genereren van nieuwe kennis, bijvoorbeeld door er hedendaagse onderzoekstechnieken op toe te passen.

Dit syntheseonderzoek leidde tot spectaculaire, nieuwe inzichten over de genese van de stad Antwerpen en dan vooral over de Romeinse periode en over de periode 2de helft 8ste-vroege 11de eeuw. Zo wordt de hypothese van een Romeinse militaire aanwezigheid te Antwerpen (met inbegrip van een zgn. castellum) terug wat prominenter in beeld gebracht. Het is in elk geval aangetoond dat die Romeinse aanwezigheid het niveau van een eenvoudige landelijke nederzetting duidelijk oversteeg. Opmerkelijk is dat heel wat Romeinse bouwmaterialen verwerkt zijn in de 10de-eeuwse constructies binnen de burcht. 
 

Archeologen leggen vlechtwerk uit de 10de-eeuwse burcht vrij. Opgraving A243 Jordaenskaai, 2008-2009
Copyright: Stad Antwerpen, dienst archeologie
 

 

De Antwerpse burcht is niet uit het niets verschenen. Ondertussen is het duidelijk dat er al in de vroege middeleeuwen, rond 900 AD, een Karolingische nederzetting was, beschermd door een aarden wal en gracht. Die nederzetting lag in een zone waar minstens in de 8ste eeuw al allerhande activiteiten plaatsvonden. Wie of wat instond voor de aanleg van de burcht is niet duidelijk, maar wel dat ze een zeer belangrijke impact had op de latere evolutie van de plek. De versterkte nederzetting vertoont veel gelijkenissen met andere versterkingen uit die tijd, voornamelijk in Scandinavië. Deze burcht onderging mogelijk al in het begin van de 11de eeuw een versteningsproces. De aarden omwalling is ongeveer twee eeuwen vroeger dan tot nog toe gedacht vervangen door een stenen burchtmuur. Rond deze stenen burcht ontwikkelde zich een nederzetting met stedelijke allure. Het is die tweedeling, een militaire zone (de burcht) en een handelszone (de stad), die de evolutie van Antwerpen de volgende 1000 jaar zal domineren.

Het onderzoek leverde interessante nieuwe inzichten op over de geschiedenis van Antwerpen en van vroegmiddeleeuwse steden in het algemeen. Die inzichten zijn niet alleen voer voor verder onderzoek voor historici en archeologen, ze zijn ook meteen beschikbaar voor elke Antwerpenaar of bezoeker van de stad. De onderzoekers bundelden hun resultaten immers in het publieksboek ‘Antwerpen, een archeologische kijk op het ontstaan van de stad’, dat zowel in het Nederlands als het Engels beschikbaar is. Hierdoor is het bodemarchief niet alleen een bron van informatie over het verleden maar ook een bron van inspiratie voor de toekomst van deze boeiende stad.

Je kan het hele onderzoeksrapport lezen op OAR.

 

Foto boven: Kunstenaarsimpressie van het versterkte Antwerpen rond het jaar 900 (© Mikko Kriek en de Stad Antwerpen)