SYNTAR 6: De weg naar het Romeinse wegennet

Archeologie

Sinds 2018 geeft de Vlaamse Regering jaarlijks een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. Deze onderzoeken trekken weg van de vindplaats en proberen het bredere plaatje te vatten, om zo tot echt nieuwe kennis over het verleden te komen. Wij publiceren elk onderzoek online via de nieuwe reeks SYNTAR. Het zesde nummer in deze reeks, “Het Romeinse wegennet in Vlaanderen”, brengt het verslag van een onderzoeksproject van Triharch onderzoek en advies bvba.
Sinds de introductie van het Verdrag van Malta en de verhoogde archeologische activiteit in Vlaanderen, is er heel wat bijkomend onderzoek gedaan op Romeinse wegen. Hoog tijd dus voor een bundeling ervan, en een nieuwe reconstructie van het toenmalige wegennet. 
 

Het is alweer 65 jaar geleden dat Jozef Mertens het laatste synthesewerk maakte van het netwerk van Romeinse wegen in Vlaanderen. De veelheid aan nieuwe onderzoeksresultaten in de laatste jaren vergrootte de vraag naar een nieuw syntheseonderzoek. De nieuwe reconstructie van het wegennet door Walter Sevenants, is gebaseerd op 461 wegvindplaatsen, gesprokkeld uit archeologische rapporten en de Centrale Archeologische Inventaris (CAI). Het grootste deel van de vindplaatsen kwam aan het licht bij preventieve archeologie.

De onderzoekers gebruikten een modellering waarbij zowel culturele als natuurlijke parameters zijn ingecalculeerd. De culturele paramaters zijn nederzettingen, grafvelden, heiligdommen en rechtlijnigheid. De natuurlijke zijn moerassen, grote rivieren, hoogteligging en terreinruwheid. Die modellering lieten ze los op het Vlaamse grondgebied met als doel een reconstructie van het Romeinse wegennet. 41 archeologisch vastgestelde Romeinse wegdelen werden onderzocht, verspreid over 26 Romeinse wegvindplaatsen. Het leidde tot een nieuw totaal van 46 hoofdroutes. Daarvan komen er 18, of 40%, overeen met delen van trajecten die al door Mertens beschreven zijn. Dit betekent dat er sinds de synthese van 1955 28 nieuwe hoofdroutes zijn ontdekt. 
 

 

Wanneer je de reconstructiekaart bekijkt, valt meteen op dat verschillende gebieden niet ontsloten lijken te zijn via één van die hoofdroutes. Waren delen van het IJzerbekken, het noorden van het Waasland, de Limburgse Kempen en het zuiden van de Brabantse Leemstreek werkelijk moeilijk bereikbaar voor reizigers in de Romeinse tijd? Wellicht niet, en gaat het hier slechts om een weerspiegeling van onze nog te beperkte kennis. De historische realiteit is ongetwijfeld anders, en in die gebieden is er dus nog heel wat archeologisch potentieel.

Bij de uitvoering van dit onderzoek bleek de moeilijke raadpleegbaarheid van opgravingsdocumentatie een reëel probleem. Maar ook inhoudelijk stootte men op moeilijkheden, zoals onnauwkeurige dateringen en een gebrek aan eenduidige terminologie om wegonderdelen te benoemen. Daar beantwoordt dit syntheseonderzoek aan. Het rapport reikt een volledige terminologie voor onderzoek en registratie van wegen aan, en doet bijkomende aanbevelingen voor toekomstig archeologisch onderzoek. Zo hoopt men meer gedetailleerd syntheseonderzoek van de Romeinse wegen mogelijk te maken. 

 

Je kan het hele rapport lezen op OAR