SYNTAR 9: Gentse kleipijpjes

Archeologie

Sinds 2018 geeft de Vlaamse Regering jaarlijks een projectsubsidie voor syntheseonderzoek van archeologische opgravingsresultaten. Deze onderzoeken trekken weg van de vindplaats en proberen het bredere plaatje te vatten, om zo tot echt nieuwe kennis over het verleden te komen. Wij publiceren elk onderzoek online via de nieuwe reeks SYNTAR. 
Het negende nummer van deze reeks bericht over een studie rond kleipijpen, uitgevoerd door de Stad Gent in samenwerking met het onderzoeksbureau Goed in Erfgoed. Zij focusten zich op de geschiedenis van de vroegmoderne en moderne pijpconsumptie. Zowel de professionele archeoloog als het brede publiek krijgen met de publicatie ‘Gentse Kleipijpjes – Gentse kleipijpjes uit de periode 1600-1900 in archeologisch en sociaal cultureel perspectief’ een betere kijk op deze bijzondere materiaalgroep.
 

2926 pijpfragmenten uit 12 verschillende Gentse sites vormen de basis voor het eerste referentiekader voor het onderzoek van de productie, de verspreiding en het gebruik van kleipijpen in Vlaanderen, van de 17de tot de 19de eeuw. ‘Pijpelogie’ op hoog niveau dus!

 

Dat roken slecht is voor de gezondheid, daarvan moet je vandaag niemand meer overtuigen. Toch was tabak vanaf zijn introductie in Europa in de 16de eeuw immens populair. Eerst als medicinale toepassing om vervolgens als genotsmiddel zijn weg te vinden binnen alle lagen van de bevolking. Roken van tabak gebeurde vroeger in pijpen. Sigaren en sigaretten zouden respectievelijk pas in de 18de en 19 de eeuw hun intrede doen. Kleipijpen vormen daardoor een belangrijk deel van onze materiële cultuur en ze worden dan ook frequent aangetroffen tijdens archeologisch onderzoek. Menig depot heeft kleine of grotere ensembles van dat soort pijpen in hun rekken zitten. Zo ook de dienst archeologie van de stad Gent.

Links: Ovale pijp met stempel JBN. Dit merk werd tussen 1831 en 1881 gebruikt door de Belgische pijpenbakker Jean-Baptiste Nihoul uit Nimy. (©Davy Herremans/GIE)

Midden en rechts: Figurale pijpenkop. Vermoedelijk gaat het om een afbeelding van de renaissanceschilder Michelangelo. Soortgelijke pijpen zijn gekend uit de handelscatalogi van het Franse Gambier (bv. 1894, serienummer 626) maar de pijp kan ook van Belgische makelij zijn. (©Davy Herremans/GIE)

 

In tegenstelling tot de ons omringende landen, hinkte Vlaanderen wat achterop in de studie van kleipijpen, soms ook ‘pijpelogie’ genoemd. Reden genoeg om uitgaande van 16 Gentse vondstensembles, afkomstig uit 12 goed gedateerde sites of zo’n 2926 pijpfragmenten aan de slag te gaan. De resultaten vormen een eerste referentiekader voor gelijkaardig onderzoek in andere steden en regio’s in Vlaanderen.

De studie levert niet alleen een heel volledig overzicht van de verschillende soorten pijpen die werden aangetroffen in de geselecteerde sites uit de Gentse binnenstad, ook de geschreven bronnen komen ruimschoots aan bod. Daarenboven beperkt het onderzoek zich niet tot een droge analyse van de overvloedige data. Er is ook een uitgebreide interpretatie van de vele gegevens op socio-cultureel en economisch vlak. Aspecten zoals productie, binnen- en buitenlandse handel, concurrentie, imitaties, sociale patronen… worden diepgaand uitgespit. Zelfs de pijpfragmenten afkomstig van de schietkramen van de Gentse foor op het Sint-Pietersplein leveren een boeiend en tot nu toe veelal onbekend verhaal op.

 

Pijpenmakers aan het werk met de persvormen bij F. Wingender in Chokier rond 1900 (© Province de Liège, Musée de la Vie Wallonne)

 

Voor de professionele archeoloog en de bijzonder geïnteresseerde lezer is deze publicatie ook een tool om zelf aan het determineren, beschrijven, dateren en classificeren te gaan. Een goed uitgewerkt typo-chronologisch model biedt hierbij de mogelijkheid om oude of nieuwe vondsten adequaat te bestuderen. Zo worden pijpfragmenten een gidsfossiel voor het correct en precies dateren van menig archeologisch ensemble uit de periode late 16de – 20ste eeuw.

Met dit syntheseonderzoek hebben de auteurs gezorgd dat de rook om onze hoofden toch wat is verdwenen.

Typo-chronologisch schema van Gentse kleipijpjes in Goudse stijl (©Davy Herremans/GIE)

 

Lees het volledige onderzoeksrapport op OAR

Meer info vind je op de website van het project 'Gentse kleipijpjes'.

Foto boven: Rolster aan het werk in het atelier van M. Levêque in Andenne in 1943 (© Province de Liège, Musée de la Vie wallonne)