Terug naar de Heimat: archeologen identificeren vermiste gesneuvelden

Archeologie

Archeologie is niet zomaar graven. Soms komt het drama van het verleden akelig dichtbij. Dit is het pakkend relaas van de bewegingen van een Duitse soldaat, honderd jaar na zijn overlijden.

Collega Sofie Vanhoutte trekt even wit weg als de naam Gustav Hinkel uit de luidsprekers op de begraafplaats weerklinkt. Ze heeft immers een wel erg bijzondere band met deze Duitse soldaat. Niet dat ze hem ooit echt gekend heeft: hij sneuvelde in 1917, lang voordat zij geboren was. Geen idee dus wat de kleur van zijn ogen was, of hij een zachtmoedig karakter had en hoe hij zich gedroeg na een pint te veel. Maar toch weet ze heel goed wie hij was: ze kent de vorm van zijn onderkaak, zijn schoenmaat en de breedte van zijn schouders. Ze weet perfect waar hij geboren is (in Wetzlar, niet zo ver van Frankfurt) en wanneer dat was (in 1884). Maar vooral weet Sofie hoe hij gestorven is. De vrees van elke soldaat: achtergelaten in de sompige en kille bodem aan het front, ver weg van de Heimat.

Op 18 oktober 2018 stoot een aannemer in Langemark op een onverwachte vondst. Tijdens de renovatie van een woning vindt hij onder de vloer van de voorkamer enkele beenderen die er wel erg menselijk uit zien. De aannemer verwittigt de politie, die op haar beurt de vondst meldt bij het agentschap Onroerend Erfgoed. Een helm, een geweer, onderdelen van schoenen, een lege obus en een veldfles maken immers duidelijk dat het hier om een oorlogsslachtoffer gaat, waardoor de toevalsvondstenregel geldt.

Dat is het moment waarop Sofie verschijnt. Zij legt het lichaam omzichtig vrij en verzamelt nauwgezet alle vondsten en gegevens die bijdragen aan een reconstructie van wat er gebeurd is. Hierbij schenkt ze bijzondere aandacht aan elementen die kunnen leiden tot identificatie, hoe klein die kans ook is: uniformstukken waaruit het regiment of de rang kan blijken, persoonlijke bezittingen zoals een ring of een hangertje, eventuele spullen met initialen erin gekrast, … . 

Dit naamplaatje was de sleutel tot de identificatie van Gustav Hinkel. (Foto Agentschap Onroerend Erfgoed)

Uit het onderzoek blijkt dat de soldaat zich schuilhield in de ruïnes van een woning – mogelijk rustte hij even uit en zocht hij hiervoor een plekje waar hij even beschut was tegen vijandelijk vuur. Die schuilplaats bleek minder veilig dan verhoopt: de woning werd door een granaat geraakt en stortte verder in. Het vallende puin bedolf de soldaat en hij overleed, zonder dat ooit iemand wist waar en hoe hij precies verdween. 

Na de oorlog zijn de teruggekeerde bewoners zich nergens van bewust. Ze slopen de oude woning, voor zover daarvan nog wat rest, en bouwen op precies dezelfde plaats een nieuw huis. De puinlagen met daarin de stoffelijke resten blijven onaangeroerd en worden bedekt door een mooie nieuwe vloer. Meer dan honderd jaar heeft geen van de bewoners geweten wat of wie er onder hun voeten lag in de woonkamer.

Wij weten dat intussen wel. De soldaat werd bedolven met al zijn uitrusting bij zich: niet alleen zijn volledige militaire uitrusting, maar ook al zijn persoonlijke spullen zoals zijn tandenborstel of een kam in bakeliet. Een combinatie van het onderzoek van de vondsten, waaronder een gecorrodeerd naamplaatje dat pas via röntgendoorlichting zijn tekst prijsgaf, en een gouden ring (studie door Simon Verdegem), een fysisch-antropologisch onderzoek van het lichaam (door Katrien Van de Vijver) en een doorgedreven historisch onderzoek leidt uiteindelijk tot een zeldzame match: we kunnen met zekerheid zeggen dat dit het lichaam is van Gustav Hinkel, gesneuveld in augustus 1917 op 33-jarige leeftijd.

 

De opkomst is overweldigend bij de herbegraving in Langemark. (Foto: Birger Stichelbaut)

Op 11 oktober 2019, precies een jaar na de vondst, werd Gustav Hinkel plechtig bijgezet op de Duitse begraafplaats van Langemark, samen met 83 andere Duitse gesneuvelden. De opkomst is overweldigend: meer dan 300 mensen tekenen present, waaronder notabelen, politici en militairen, maar ook gezinnen met kinderen en scholieren. En archeologen, want de meeste lichamen zijn gevonden bij archeologisch onderzoek. Nu maakt het vinden en opgraven van menselijke skeletten deel uit van onze opleiding en job als archeoloog, dus op dat vlak zijn we wel wat gewend. Op het moment dat een skelet echter een naam, een levensverhaal en een identiteit krijgt, verandert er wel wat: een voorwerp wordt plots een mens. Een zoon, vader of broer die met de hulp van de archeologen eindelijk naar huis kan terugkeren. 

 

(Openingsfoto: PhotographytorememberWWOne/Nick Mol)