Waarom een erkenning als IOED aanvragen een goede zaak is?

Erkenningen

Het agentschap Onroerend Erfgoed bereidt het onroerenderfgoedbeleid in Vlaanderen voor en voert het uit. Dat wil zeggen dat we zowel archeologisch, bouwkundig, landschappelijk als varend erfgoed onderzoeken en beschermen. Verder ondersteunen en begeleiden we burgers, lokale overheden, ontwerpers, ontwikkelaars en andere instanties met onder andere adviezen en premies.

In een vorige blog las je waarom je best voor een erkenning als onroerenderfgoedgemeente (of OEG) kiest.

Vandaag lees je waarom sommige gemeenten de krachten bundelen en voor een erkenning als IOED of een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst gaan.

Wat is de meerwaarde van de erkenning als IOED?

Stephan Delaruelle (IOED Erfpunt): “IOED Erfpunt ondersteunt geen OEG’s. Aangezien we een intergemeentelijk samenwerkingsverband zijn, is voor ons de samenwerking met de gemeenten prioritair. Ook het feit dat gemeenten onderling gaan samenwerken rond erfgoed. Je krijgt een soort kruisbestuiving tussen de gemeenten en de verschillende diensten. We zien onszelf een beetje als een erfgoedambtenaar die door de verschillende gemeenten gedeeld wordt en een overkoepelende rol opneemt. Je merkt dit heel hard bij advisering, zowel rond archeologisch, landschappelijk als bouwkundig erfgoed. De meeste vragen komen ondertussen rond bouwkundig erfgoed. Aangezien het advies rond niet-beschermd bouwkundig erfgoed niet meer door het agentschap gegeven wordt, komt dit nu vaak bij de IOED’s terecht. We proberen daarin ondersteuning te geven aan de diensten omgeving, maar adviseren hierin ook de andere diensten. Daarnaast spelen we ook een rol als bruggenbouwer tussen het lokaal niveau en de overheid.”

Koen Demarsin (IOED Zender): “Ook onze IOED ondersteunt geen OEG’s. Ik denk dat de belangrijkste reden voor onze gemeenten om in een IOED te stappen en ook aangesloten te blijven, is dat zij op die manier expertise binnenhalen die zij zelf niet in huis hebben. Zeker als het gaat over wetgeving rond bouwkundig erfgoed, dossiers opvolgen, enzovoort…

Gemeentelijke besturen willen hulp bij advisering, maar ook begeleiding bij het opstellen van een eigen inventaris. De afstand vanuit een gemeente naar een agentschap of overheid is vrij groot, maar door het feit dat wij dicht bij hen en in het veld staan wordt die afstand kleiner, waardoor we heel kort op de bal spelen. De IOED kan bovendien een helikoptervisie ontwikkelen en methodieken en instrumenten aanreiken om de verschillende gemeenten te ondersteunen.”

Jan Decorte (IOED CO7): “IOED CO7 is actief in de zuidelijke westhoek. Hier zijn heel wat kleine gemeenten en twee iets grotere steden. Heel wat van deze gemeenten hebben de middelen en de draagkracht niet om een erfgoedmedewerker rond onroerend erfgoed aan te werven. Dan is het intergemeentelijk niveau wel de oplossing.

Belangrijk is dat we voor zeven gemeenten (waaronder 1 OEG) werken en dat onze deur niet ver is voor de burger. Voor zowel de burger die erfgoedbeheerder is, als voor het brede publiek is de stap naar het agentschap Onroerend Erfgoed dat in Brugge of Brussel zit vaak een stap te ver. Zelfs voor de lokale besturen. Bovendien zit het erfgoedwerk vaak over veel verschillende diensten verspreid. Dan is het belangrijk dat er een IOED is die zijn netwerkfunctie kan uitspelen om die zaken samen te brengen en die versterkend werkt.”

Heel wat van de gemeenten hebben de middelen en de draagkracht niet om een erfgoedmedewerker rond onroerend erfgoed aan te werven. Dan is het intergemeentelijk niveau de oplossing. - Jan Decorte

Nele Provoost (IOED RADAR): “Ook wij merken dat die nabijheid één van de belangrijkste sleutelwoorden is in de IOED-werking. Het is belangrijk dat je netwerkmomenten organiseert en een stuurgroep opzet zodat mensen je gezicht zien. We zetten in op persoonlijk advies en op de netwerkfunctie. En dit vanuit de eigenheid van de eigen regio. We zijn allemaal IOED’s en OEG’s, maar dezelfde labels kunnen een heel andere lading dekken afhankelijk van de eigenheid van de regio, stad of gemeente.”

Tim Vanderbeken (IOED WinAr): “IOED WinAr werkt in een eerder landelijke context, maar ook wij zien dat die nabijheid superbelangrijk is. We riepen daarom een mobiel loket in het leven en proberen zoveel mogelijk in onze verschillende gemeenten aanwezig te zijn en ze te betrekken bij onze werking. Het is fijn om te merken dat er mede dankzij de IOED een intergemeentelijke dynamiek op gang komt en een kruisbestuiving ontstaat tussen de verschillende gemeenten en beleidsdomeinen (mobiliteit, jeugdwerking, sport, socioculturele werking…).”

 

Wat zijn je grootste uitdagingen als IOED?

Nele Provoost (IOED RADAR): “Je bent als IOED een verbinder, maar anderzijds moet je ook neutraal kunnen zijn. Dat levert soms wel tegenstrijdige verwachtingen op als je objectief advies wil geven. Die dubbele houding is niet evident, maar maakt het ook heel uitdagend. Erfgoed is emotie.”

Jan Decorte (IOED CO7): “De grootste uitdaging is al het werk gebolwerkt krijgen. Hoe nabijer je bent, hoe meer werk je krijgt. De werkdruk stijgt enorm, terwijl de middelen vastliggen voor een beleidsperiode van 6 jaar en niet geïndexeerd worden. We gaan keuzes moeten maken in wat we nog wel en niet doen. We merken bijvoorbeeld dat er steeds meer personeelsinzet naar advisering gaat, terwijl voor de lokale besturen ook publiekswerking erg belangrijk is. Je maakt daarom best een goede overeenkomst met de gemeenten. Wat doet de IOED en wat doet de gemeente zelf?

Een andere uitdaging is de regelgeving die de voorbije jaren al wel wat veranderd is. Als lokaal bestuur moet je je elke keer opnieuw aanpassen. Dit is een heel pad dat je moet afleggen als IOED met alle lokale besturen. Niet evident.”

Er wordt meer en kwalitatiever werk verricht, maar dit wil niet zeggen dat een IOED het werk lokaal zomaar wegneemt. Dat is een denkfout. - Koen Demarsin

Stephan Delaruelle (IOED Erfpunt): “De zichtbaarheid naar de gemeenten toe is een belangrijk aspect om rekening mee te houden als IOED. Hiervoor is de publiekswerking belangrijk. Het blijft zoeken naar een goed evenwicht tussen beleidsmatig werk (onder andere adviseren) en publieksacties.  

Een ander aandachtspunt is het zoeken naar een omgang met het takenpakket, mensen en middelen. We proberen ons basispakket van dienstverlening naar de gemeenten toe heel duidelijk af te bakenen. Daarnaast koppelen we er een betalend dienstenpakket aan, bijvoorbeeld voor de opmaak van beheersplannen. Hiervoor vragen we een bijkomende tussenkomst van de gemeenten. Dit blijft een continue evenwichtsoefening.”

Koen Demarsin (IOED Zender): “Ook wij merken dat door de groei van de IOED de vragen alsmaar toenemen. Stippel van bij de start van de IOED daarom een realistisch groeipad uit. Wat kunnen we van elkaar verwachten? In welke mate gaat een IOED actief op het terrein werk gaan uitvoeren? Vertrek je als IOED uit een globale doelstelling of vertrek je dan toch vooral als instrument om lokale besturen met lokale vragen te helpen? Of is het daar ergens iets tussen? Er wordt meer en kwalitatiever werk verricht, maar dit wil niet zeggen dat een IOED het werk lokaal zomaar wegneemt. Dat is een denkfout.”

Veerle Vansant (IOED Oost): “Wij zijn met IOED Oost een kleine intergemeentelijke werking die op zichzelf staat. We zijn niet gekoppeld aan bijvoorbeeld een regionaal landschap of erfgoedcel. Met twee medewerkers runnen we de IOED van A tot Z. Naast de inhoudelijke taken, komt hier ook een groot deel administratie en financiële opvolging bij. Het is een uitgebreid pakket aan taken, met veel benodigde expertise, waar je niet overal even vertrouwd mee bent.”

 

Hoeveel tijd trek je best uit voor de erkenningsaanvraag?

Koen Demarsin (IOED Zender): “We ondervonden dat het belangrijk is om voldoende tijd te geven aan je lokale besturen. Elk bestuur neemt beslissingen op een ander moment en dat kan wat langer duren waardoor je niet door één college moet, maar misschien wel door vier, vijf of zes. In ons geval hebben we er ongeveer acht maanden over gedaan om uiteindelijk de hele cyclus te doorlopen en goede afspraken te maken, zowel naar ondersteuning als financiering toe.”

Tim Vanderbeken (IOED WinAr): “In ons geval nam de omgevingsanalyse 4 tot 5 maanden in beslag, weliswaar niet voltijds. Als je deze goed aanpakt, zal deze je veel werk besparen. Dankzij de omgevingsanalyse leer je je werkingsgebied op een hele ander manier kennen en linken leggen met andere beleidsdomeinen”.

 

Welke gouden tip heb je nog voor wie een erkenningsaanvraag overweegt?

Jan Decorte (IOED CO7):Overleg veel met je verschillende lokale besturen. Zorg dat de violen gelijkgestemd zijn en dat iedereen voor een onroerenderfgoedbeleid wil gaan. Het is handig als je binnen je gemeente één aanspreekpunt hebt die weet waar de verschillende diensten rond werken.”

Stephan Delaruelle (IOED Erfpunt): “Doe aan stakeholdermanagement en organiseer bij aanvang een vergadering of erfgoedcafé waarop je iedereen uitnodigt. Daar komen beleidslijnen uit die je kan meenemen in de rest van je beleidsperiode”.

Nele Provoost (IOED RADAR): “Kies voor een IOED als je het onroerenderfgoedbeleid van je gemeente wil versterken, niet als je het van je wil afschuiven. Er moet lokaal een groot draagvlak zijn en binnen de gemeente een aanspreekpunt blijven.“

 

© Foto IOED Polderrand: Inventarisatie van klokken.