Zomerreeks: Erwin Trekels in zes vragen

Erfgoedzorg kent vele facetten en is iets dat we samen doen. Daarom laten we deze zomer een tiental mensen uit de erfgoedsector aan het woord. We stelden ze zes vragen. Deze week laten we Erwin Trekels aan het woord.

Wie is Erwin?

Tijdens mijn architectuurstudie ben ik in contact gekomen met 2 mensen die gemaakt hebben dat ik mij ben gaan toeleggen op onroerend erfgoed: architect Herman van Meer en Jos Gyselinck van Onroerend Erfgoed. Jos gaf toen les en bracht me in contact met Herman waar ik na mijn stage nog jaren lang bleef mee samenwerken. In 2000 richtte ik samen met mijn collega Luc Brasseur ons kantoor op waarbinnen ik mij blijf toeleggen op de restauratie van klein en groot erfgoed.

Werk jij graag in de onroerenderfgoedsector en waarom? Zou je het aanbevelen aan anderen?

Ja, het blijft telkens boeiend en uitdagend. Geen enkel monument is hetzelfde. Elk van deze gebouwen kent een andere geschiedenis van opbouw, aanpassing aan noden of stijlen, afbraak en wederopbouw met diverse bouwsporen tot gevolg. Elk gebouw is ook net anders gebouwd door het gebruik van bak- en natuursteen, de houten dakconstructies, de afwerking, het meubilair. Dit maakt dat geen enkel restauratiedossier hetzelfde is en dat samenwerken met de diverse bouwpartners (ingenieurs, historici en aannemers) altijd boeiend blijft.

Op welke realisatie ben je het meest fier?

Een zeer moeilijke vraag. Ik kan hier niet één dossier echt naar voor halen. Misschien wel het leukste om aan te werken was de Sint-Luciakapel in Vertrijk. Helemaal verwaarloosd, een ruïne haast, die we restaureerden tot een rustpunt op één van de nieuwe wandelwegen in de gemeente Boutersem. Een dossier waar ik naar uitkijk en dat hopelijk binnenkort van start kan gaan, is de restauratie van de Sint-Lambertuskerk van Overlaar; een prachtig romaans kerkje dat zijn oorsprong kent in de 10de eeuw.

Welk boek over een onroerenderfgoedthema heb jij het laatst gelezen?

Het boek dat ik altijd bij de hand heb is Atlas Natuursteen in Limburgse Monumenten van Dreesen, Dusar en Doperé; een geweldig naslagwerk voor alles wat je over natuursteen moet weten. Een ander zeer interessant werk is Neostijlen in de 19de eeuw van o.m. Anna Bergmans dat een mooi inzicht geeft in het hoe en waarom van deze architectuurstijl waarmee we zoveel geconfronteerd worden en die niet altijd naar waarde geschat wordt.

Wat zie jij als de grootste uitdaging voor onze sector?

Het vinden van de juiste vakmensen, materialen en subsidie. Het wordt steeds moeilijker om goed geschoolde mensen te vinden die de oude bouwtechnieken beheersen: oudere ambachtsmensen gaan op pensioen zonder dat ze hun kennis doorgeven. Materialen (bijvoorbeeld ijzerzandsteen) worden schaars. De overheid blijft beknibbelen op het steunen van eigenaars van monumenten waardoor werken fragmentair of verlaat worden uitgevoerd.

Welke Vlaamse erfgoedsite zou iedereen eens een keertje moeten bezoeken?

Mijn geboortedorp Hoegaarden. Op een klein oppervlak vind je tal van diverse monumenten en prachtige landschappen. Vertrekkend op het Gemeenteplein met de prachtige rococokerk van Sint-Gorgonius, de kiosk en het Kapittelhuis, wandel je door het dorp langs oude hoeves met namen zoals het Arendsnest, de Paradijshoeve en de Refugie der 11.000 maegden. Loop verder doorheen de holle wegen en bekijk vanop de heuveltoppen naar het omliggende landshap.