De beheersdoelstellingen en de voorschriften voor instandhouding en onderhoud uit het beschermingsbesluit

In het beschermingsbesluit zijn beheersdoelstellingen en voorschriften voor instandhouding en onderhoud opgenomen. Wat betekent dit precies?

De beheersdoelstellingen

De beheersdoelstellingen vind je terug onder artikel 3 van het beschermingsbesluit. Deze doelstellingen moeten de zakelijkrechthouders en gebruikers op weg helpen om de erfgoedwaarden maximaal in stand te houden of te verbeteren. Ze spelen in op de erfgoedwaarden, erfgoedelementen en erfgoedkenmerken opgenomen in artikel 2 van het beschermingsbesluit.

De beheersdoelstellingen geven richting aan of vormen een kader voor het toekomstig beheer van het beschermd onroerend goed. Je moet er rekening houden als je werken wenst uit te voeren aan het beschermd goed. Ook de overheid houdt met deze doelstellingen rekening als ze over deze werken advies moet geven of als ze toelating moet geven voor die werken.

Omdat sommige handelingen schadelijk zijn voor de erfgoedwaarden, zijn een aantal handelingen absoluut verboden. Ook deze kan je lezen in het derde artikel. Voor deze handelingen kan geen vergunning of toelating worden gegeven.

Bijzondere voorschriften

Voor elk beschermd onroerend goed geldt het actief en passief behoudsbeginsel. Dit betekent dat je het beschermd goed in goede staat moet houden door de nodige instandhoudings-, beveiligings-, beheers-, herstellings- en onderhoudswerken uit te voeren en dat het verboden is om een beschermd onroerend goed te ontsieren, te beschadigen, te vernielen of de erfgoedwaarden ervan aan te tasten. Het betekent ook dat je verplicht bent het beschermd onroerend goed als een goede huisvader te beheren en het dus niet mag verwaarlozen. Alle specifieke voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud van het beschermd onroerend goed, zijn opgenomen in artikel 4 van het beschermingsbesluit.

In het Onroerenderfgoeddecreet en Onroerenderfgoedbesluit staan een aantal algemene voorschriften voor de instandhouding en het onderhoud van beschermd onroerend erfgoed:

  • het goed als een goede huisvader beheren en de nodige voorzorgsmaatregelen nemen tegen schade ten gevolge van brand, blikseminslag, diefstal, vandalisme, wind of water
  • de toestand van het goed regelmatig controleren
  • regulier onderhoud uitoefenen
  • onmiddellijk passende consolidatie en beveiligingsmaatregelen nemen in geval van nood

Toelatingsplichtige handelingen

Voor sommige werken aan het beschermd onroerend goed moet je een toelating aanvragen. Sommige werken kunnen namelijk een negatief effect hebben op de erfgoedwaarden. Voor alle werken waarvoor een omgevingsvergunning, milieuvergunning of natuurvergunning nodig is, vraagt de vergunningverlenende overheid advies aan het agentschap

Voor een aantal werken die niet vergunningsplichtig zijn, moeten je voorafgaand aan de uitvoering van de werken, toelating vragen aan het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente.

De werken waarvoor je toelating moet vragen, zijn opgesomd in artikel 5 van het beschermingsbesluit.