Een erkenning als ZEN-erfgoed

ZEN-erfgoed staat voor erfgoed Zonder Economisch Nut. Dat wil zeggen dat de eigenaar of beheerder geen doorslaggevende economische opbrengst of nut heeft bij het gebruik en beheer ervan. Voorbeelden zijn een fontein, een kiosk of een kunstmatige grot. ZEN-erfgoed wordt formeel erkend in een beheersplan.

Landschappelijk erfgoedelement als ZEN-erfgoed

Wanneer kan je een landschappelijk erfgoedelement laten erkennen als ZEN-erfgoed?

Je kan een landschappelijk erfgoedelement (punt, lijn of vlak) als ZEN-erfgoed laten erkennen als het voldoet aan de volgende principes:

  • Het element heeft erfgoedwaarde
  • Het element zelf of het beheer ervan heeft geen doorslaggevend economisch nut
  • Het beheer van het element is noodzakelijk om de erfgoedwaarde in stand te houden, te versterken en/of te herstellen

Voorbeelden hiervan zijn trilveen, een hoogstamboomgaard, rabatten, een elzenbroekbos, heide, parkbomen (individueel of in groep). 

Elk erfgoedelement dat een afsluitfunctie van het eigendomsperceel heeft en onderdeel is van erfgoed met een duidelijke economische functie (wonen, horeca…), komt niet in aanmerking voor erkenning als ZEN-erfgoed. Voorbeelden hiervan zijn een walgracht rondom een kasteeldomein of een haag rondom privé-tuin.