Erkenningsvoorwaarden

Je wordt erkend op basis van criteria zoals opleiding en relevante ervaring. Verder moet je werken volgens de vastgestelde Code van Goede Praktijk voor Archeologie en Metaaldetectie. De concrete erkenningsvoorwaarden vind je in artikel 3.5.2 en 3.5.3 van het Onroerenderfgoedbesluit.

Een aantal instanties krijgen van rechtswege een aanduiding als erkend archeoloog. Zij worden erkend via een vereenvoudigde erkenningsprocedure:

  • individuele archeologen werkzaam in een gemeentelijke dienst of een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst
  • universiteiten die een opleiding archeologie aanbieden. Hun erkenning geldt alleen voor de universiteit als rechtspersoon en voor archeologisch onderzoek met het oog op wetenschappelijke vraagstellingen.
  • het agentschap Onroerend Erfgoed als rechtspersoon

 

Opgravingservaring

Om een erkenning aan te vragen, moet je de nodige ervaring kunnen voorleggen: actieve deelname aan een opgraving of een vooronderzoek met ingreep in de bodem. Een vooronderzoek met ingreep in de bodem kan een archeologisch booronderzoek, een proefsleuven- of proefputtenonderzoek zijn. In alle gevallen gaat het om veldwerk op het terrein. De verwerking van veldwerk of de rapportage over veldwerk tellen niet mee. Je kan wel buitenlandse ervaring aangeven of ervaring opgedaan tijdens een opleiding archeologie. Ervaring voorafgaand aan zo'n opleiding geldt niet.

Hoeveel opgravingservaring je moet voorleggen, hangt af van je statuut. Een natuurlijk persoon moet minimaal 1 jaar ervaring kunnen aantonen in de 5 jaar vóór de aanvraag. Een rechtspersoon, zoals een archeologisch bedrijf, moet minstens één natuurlijk persoon in dienst hebben met minimaal 3 jaar ervaring in de 10 jaar vóór de aanvraag tot aanduiding. Eén jaar betekent concreet 240 werkdagen, 3 jaar 720 werkdagen.