Evalueren van de erkenning

Het agentschap kan erkende archeologen evalueren volgens artikel 3.5.8 tot en met 3.5.14 van het Onroerenderfgoedbesluit. Daarvoor kan het agentschap:

  • de erkend archeoloog vragen alle documenten die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden te bezorgen
  • de erkend archeoloog vragen een toelichting te komen geven
  • een archeoloog en de door hem of haar gebruikte infrastructuur te bezoeken

In uitzonderlijke gevallen kan het agentschap overgaan tot schorsing van een erkend archeoloog. Een schorsing duurt maximaal vier maanden en kan door het agentschap worden opgelegd wanneer de archeoloog niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of bij:

  • het niet naleven van het Onroerenderfgoeddecreet, het Onroerenderfgoedbesluit of de Code van de Goede Praktijk voor Archeologie en Metaaldetectie
  • onvoldoende toezicht op het veldwerk of correcte registratie
  • het oplopen van een veroordeling voor een misdrijf dat de beroepsethiek als archeoloog aantast
  • het niet naleven van de opvolgingsvoorwaarden

De geschorste archeoloog heeft de mogelijkheid om te reageren en oplossingen te formuleren die hem terug in regel stellen. Op basis van de ontvangen reactie beslist het agentschap over het opheffen van de schorsing of het intrekken van de erkenning. Ontvangt het agentschap geen reactie, dan wordt er overgegaan tot intrekking van de erkenning.

De archeoloog kan tegen de intrekking van zijn erkenning beroep aantekenen bij de bevoegde minister.