Evalueren van de erkenning

De minister kan het agentschap vragen een visitatiecommissie samen te stellen om de werking van het erkend onroerenderfgoeddepot te evalueren. Deze visitatiecommissie kan:

  • alle documenten opvragen die betrekking hebben op de erkenningsvoorwaarden
  • het erkend onroerenderfgoeddepot vragen om toelichting te komen geven
  • het erkend onroerenderfgoeddepot zelf bezoeken om na te gaan of deze blijft voldoen aan de erkenningsvoorwaarden

Bij een negatieve evaluatie kan de minister het erkend onroerenderfgoeddepot schorsen voor een termijn van maximaal vier maanden. Dit heeft ook invloed op de receptieve functie: tijdelijke opslag kan dan worden voorzien in overleg met andere erkende onroerenderfgoeddepots.

Het geschorste onroerenderfgoeddepot heeft de mogelijkheid om te reageren en oplossingen te formuleren om aan de erkenningsvoorwaarden te voldoen. De visitatiecommissie oordeelt of deze oplossingen al dan niet volstaan en formuleert een voorstel tot opheffing van de schorsing of tot intrekking van de erkenning. Op basis van het voorstel neemt de minister een uiteindelijke beslissing. Wordt er geen reactie ontvangen, dan treedt de intrekking van de erkenning in werking.

Het agentschap oefent jaarlijks toezicht uit op de aangewende subsidies van de gesubsidieerde onroerenderfgoeddepots. Wanneer er ernstige tekortkomingen worden vastgesteld, zal het saldo niet of slechts gedeeltelijk uitbetaald worden.

Ook de samenwerkingsovereenkomst met het agentschap wordt geëvalueerd na drie jaar (tussentijdse evaluatie) en zes jaar (eindevaluatie). Als het agentschap bij de tussentijdse evaluatie ernstige tekortkomingen vaststelt, kan het de samenwerkingsovereenkomst vroegtijdig beëindigen. Het recht op subsidie vervalt dan.

Meer informatie over de evaluatie van een erkend onroerenderfgoeddepot vind je in het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, artikel 3.4.13 tot en met 3.4.17