Wat betreft archeologie biedt Vlaanderen verschillende vormen van financiële ondersteuning aan, onder de vorm van een premie of een subsidie. We zetten de mogelijkheden even op een rij.

In principe worden de kosten voor het verplicht archeologisch onderzoek bij vergunningsaanvragen gedragen door de bouwheer.

  • Occasionele bouwers kunnen hiervoor een premie voor buitensporige opgravingskosten aanvragen. De premie kan niet aangevraagd worden bij een verkavelingsvergunning. De bouwheer kan de premie aanvragen zodra je het archeologierapport hebt ingediend.
  • Initiatiefnemers van bouw- of verkavelingsprojecten kunnen een archeologisch solidariteitsfonds oprichten. Zo’n fonds vergoedt de eigen leden mits betaling van een bijdrage voor een deel van de kosten van alle archeologische opgravingen waartoe zij verplicht worden.

Wanneer archeologisch onderzoek gebeurt in voorbereiding op restauratiewerken of bij de uitvoering van restauratiewerken, dan kan de opdrachtgever in sommige gevallen een onderzoekspremie of erfgoedpremie aanvragen. 

Vervolgonderzoek is een essentieel onderdeel van de archeologische erfgoedzorg, niet alleen om nieuwe historische kennis te ontwikkelen, maar ook voor een afgestemd erfgoedbeheer en een kwaliteitsvolle ontsluiting van het archeologisch erfgoed dat uiteindelijk ook het publieke draagvlak moet blijven stimuleren.

De studie na het vele graafwerk blijft in de praktijk vaak beperkt tot het niveau van de vindplaats maar mist op die manier het bredere plaatje, de diepgang en de gedetailleerde uitwerking die tot echt nieuwe kennis over het verleden leiden. En daar zit het publiek natuurlijk net op te wachten. Extra onderzoeksstappen vergen extra middelen, die niet op de bouwheer, projectontwikkelaar of landbouwer kunnen verhaald worden. Daarom maakt Vlaanderen jaarlijks via projectsubsidies 1 miljoen euro beschikbaar voor archeologisch vervolgonderzoek.