Het archeologisch traject

Wanneer je verplicht bent een archeologienota toe te voegen aan je vergunningsaanvraag, dan stel je een erkende archeoloog aan.

Het archeologisch vooronderzoek

De aangestelde erkende archeoloog voert een archeologisch vooronderzoek uit en stelt een archeologienota op. De archeoloog meldt de archeologienota bij het agentschap of, indien van toepassing, de erkende onroerenderfgoedgemeente. Het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente gaat na of de archeologienota voldoet en zal van de archeologienota:

  • akten nemen
  • akte nemen onder voorwaarden
  • geen akte nemen

Hebben de werken betrekking op percelen die op het grondgebied van meerdere gemeenten liggen, dan behandelt het agentschap het dossier.

Het agentschap of de onroerenderfgoedgemeente brengt de bouwheer en archeoloog binnen een termijn van 15 kalenderdagen op de hoogte. Gebeurt dat niet, dan staat dat gelijk met een aktename. De archeologienota’s waar akte van genomen is, eventueel onder voorwaarden, kan je raadplegen via het e-loket. Je vindt er ook alle archeologienota’s waarvan akte is genomen onder voorwaarden, inclusief de voorwaarden zelf. Je vindt de voorwaarden onder de kaart met het projectgebied.

De archeologienota en de vergunningsaanvraag

Na de aktename voeg je de archeologienota bij je aanvraag tot omgevingsvergunning. Wil je de termijn van 15 dagen liever niet afwachten om de vergunningsaanvraag in te dienen, dan kan je aan de vergunningsaanvraag een archeologienota toevoegen waarvan op dat ogenblik nog geen akte genomen is maar die wel al gemeld is bij het agentschap of de erkende onroerenderfgoedgemeente. In elk geval moet je de archeologienota waarvan akte genomen werd, bezorgen aan de vergunningverlenende overheid vóór die een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag. Je dient deze archeologienota dan in als aanvulling op je aanvraag.

De vergunningverlenende overheid neemt in je vergunning een voorwaarde op dat je de maatregelen uit de archeologienota, en indien van toepassing de mogelijke voorwaarden, moet uitvoeren bij de realisatie van je werken.

Gaat het om een opgraving, dan wordt die voor de aanvang van de bouw- of verkavelingswerken uitgevoerd. Dat kan eventueel gefaseerd gebeuren, afgestemd op de bouwwerken, als dat zo voorzien is in de archeologienota. Bij een behoud in situ betekent het naleven van de maatregelen dat de werken worden uitgevoerd zoals voorzien in de archeologienota, om de archeologische site te sparen.

De archeologische opgraving

Wanneer de maatregel in de archeologienota een opgraving inhoudt, stel je na het verkrijgen van je vergunning een erkende archeoloog aan voor de uitvoering. Na afronding van het veldwerk brengt de archeoloog je hiervan op de hoogte en kan je met de bouw- of verkavelingswerken starten.

Premie voor buitensporige opgravingskosten

De kosten voor het archeologisch onderzoek worden in principe gedragen door de bouwheer: je betaalt de erkende archeoloog voor het geleverde werk. Occasionele bouwers die deze kosten niet kunnen doorrekenen, kunnen een premie voor buitensporige opgravingskosten aanvragen.
 

De archeologieregelgeving uitgelegd.

Lees meer over de archeologienota bij vergunningsaanvragen in de folder voor bouwheren, verkavelaars en ontwikkelaars.