Eerste principiële goedkeuring wijziging Onroerenderfgoedbesluit in functie van uitvoering Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid

Regelgeving en beleid

In februari 2021 keurde de Vlaamse Regering de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid goed. De visienota vertrekt van het idee dat de zorg voor het onroerend erfgoed een gedeelde verantwoordelijkheid is voor het Vlaamse en lokale bestuursniveau. Lokale besturen - en vooral erkende onroerenderfgoedgemeenten - krijgen meer verantwoordelijkheid en ruimte om een lokaal onroerenderfgoedbeleid te ontwikkelen. Op 1 april 2022 keurde de Vlaamse Regering de wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet goed. De Vlaamse Regering gaf nu een eerste principieel akkoord aan de wijzigingen van het Onroerenderfgoedbesluit om de uitvoering van de Visienota verder mogelijk te maken.

De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. De verdere uitbouw van een lokaal onroerenderfgoedbeleid wordt gestimuleerd door:
    • een duidelijker taakverdeling tussen het lokale en het Vlaamse bestuursniveau, bijvoorbeeld via de creatie van een inventaris van het landschappelijk erfgoed. Die nieuwe inventaris zal de inventaris historische tuinen en parken, de inventaris houtige beplantingen met erfgoedwaarde, en de landschapselementen uit de Landschapsatlas bundelen.
    • erkende onroerenderfgoedgemeenten de bevoegdheid te geven om de inventaris bouwkundig erfgoed en de nieuwe inventaris landschappelijk erfgoed vast te stellen.
    • erkende onroerenderfgoedgemeenten de bevoegdheid te geven om bepaalde handelingen aan vastgestelde inventarisitems toelatingsplichtig te maken. Deze toelatingsplichten worden zoveel mogelijk gemodelleerd naar de toelatingsplichten die vandaag al voor beschermde goederen bestaan.
    • de meldingsplicht bij beschermde stads- en dorpsgezichten duidelijker te omschrijven. Daarbij wordt gefocust op administratieve vereenvoudiging en efficiënter werken.  
  2. De oprichting van bijkomende erkende onroerenderfgoedgemeenten wordt aantrekkelijker gemaakt door het inschrijven van een structurele subsidie. Op termijn wil Vlaanderen zo komen tot een versterkt onroerenderfgoedlandschap, waarbij alle dertien centrumsteden een erkenning hebben aangevraagd als onroerenderfgoedgemeente. De 287 andere Vlaamse steden en gemeenten zijn minstens lid van een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst.
  3. Erkende onroerenderfgoedgemeenten ontvangen voortaan een subsidie. Het bedrag van de subsidie hangt af van de categorie waarin een gemeente of stad is ondergebracht:
    • Wanneer één van de vijf kunststeden erkend is als onroerenderfgoedgemeente bedraagt de subsidie €90.000 per jaar.
    • Wanneer een centrumstad die geen kunststad is of een gemeente met minstens 2 werelderfgoederen op het grondgebied erkend is als onroerenderfgoedgemeente bedraagt de subsidie €50.000 per jaar.
    • Wanneer een andere gemeente erkend is als onroerenderfgoedgemeente bedraagt de subsidie €10.000 per jaar.
  4. De principes van regiovorming worden doorvertaald naar intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten. De samenwerkingsverbanden moeten zich organiseren conform de indeling in referentieregio’s. Het werkingsgebied van een intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst moet bovendien minstens 100.000 ingeschreven inwoners tellen OF 250 km² groot zijn. Enkel wanneer de oppervlakte van de bijbehorende referentieregio minder dan 500 km² bedraagt, kan het ook volstaan dat het werkingsgebied van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst minstens de helft van de oppervlakte van de referentieregio omvat.
  5. De subsidie voor een erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst bedraagt €120.000 per jaar. De gemeenten die lid zijn, moeten financieel samen minstens evenveel bijdragen aan de werking van de intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst als de Vlaamse structurele subsidie. Dus naast de €120.000 Vlaamse subsidie per jaar ligt er minstens een zelfde bedrag dat de gemeenten die lid zijn samen verzamelen. De gemeenten bepalen onderling en in volle onafhankelijkheid de onderlinge verdeelsleutel, m.a.w. hoeveel elk bijdraagt aan de €120.000 die gemeenten minstens bijleggen.
  6. De subsidies aan erkende intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten, erkende onroerenderfgoeddepots, en erkende onroerenderfgoedgemeenten worden welvaartsvast gemaakt door ze te koppelen aan de evolutie van de gezondheidsindex.
  7. De kost voor archeologisch onderzoek worden gemilderd door:
    • het uitbreiden van de doelgroep voor de bestaande archeologische premies, namelijk de premie voor buitensporige opgravingskosten en de premie voor archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem. Spelers die frequent geconfronteerd worden met archeologie, en die de kosten ervan kunnen doorrekenen aan derden, of die ze kunnen opvangen met opbrengsten die elders gerealiseerd worden blijven uitgesloten. Het gaat dan om overheden, nutsbedrijven of de vastgoedsector. Wel komt er een uitbreiding naar privé-personen en de sectoren onderwijs, sport en zorg.
    • het inschrijven van een nieuwe premie voor de buitensporige directe kost van verplicht uit te voeren archeologisch onderzoek van menselijke inhumatieresten. Deze premie sluit geen initiatiefnemers of bouwprojecten uit. Er wordt een premie toegekend als bij de berekening het premiebedrag minimum €25.000 en maximum €500.000 bedraagt.
  8. Er komen ook een aantal verduidelijkingen op het vlak van handhaving.

Hoe verloopt het nu verder?

Nu gaat de adviesfase in: na deze eerste principiële goedkeuring wordt het advies van de SARO en de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens ingewonnen. Na verwerking van het advies worden de wijzigingen aan het Onroerenderfgoedbesluit opnieuw aan de Vlaamse Regering voorgelegd. De wijzigingen aan het besluit treden dus pas in werking na een definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering. 

Inwerkingtreding op 1 januari 2023

De erkenning van onroerenderfgoedgemeenten is gekoppeld een de beleids- en beheerscyclus (BBC) van de lokale besturen. Die cyclus werkt met driejaarlijkse vaste momenten waarop bijvoorbeeld nieuwe gemeenten een erkenning als onroerenderfgoedgemeente kunnen aanvragen. Het eerstvolgende moment is 1 januari 2023. Dat is daarom ook de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit.

De wijziging van de regels over de erkenning en subsidiëring van intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten treden pas in werking vanaf 2027. Op die manier kunnen de lopende samenwerkingsovereenkomsten worden verdergezet tot het eind van hun looptijd.

Meer informatie over de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid.