Evaluatie van het bestaande beschermd erfgoedbestand

Bescherming

Hoor of lees je in de media berichten over de opheffing van bepaalde beschermingen? Vraag je je af waarom deze beschermingen worden opgeheven? Dat komt omdat we momenteel volop inzetten op een evaluatie van het volledige bestand beschermd erfgoed waarbij gezocht wordt naar die sites die overduidelijk niet meer aan de huidige criteria voor bescherming voldoen. Zo willen we tot een sterker en meer coherent beschermd bestand komen.

Waarom deze evaluatie?

Het beschermd bestand van landschappen en monumenten is sinds de jaren 1930 gestaag gegroeid. Maar het beschermingsbeleid in Vlaanderen is niet altijd even consequent doorgevoerd: zowel geografisch, als over de jaren heen en qua methode stellen we verschillen vast. Bovendien heeft niet elk beschermd goed de tand des tijds even goed doorstaan.

De evaluatie van het beschermde bestand heeft tot doel te komen tot een weloverwogen, representatieve en evenwichtige staalkaart van  het onroerend erfgoed die getuigt van het leven in Vlaanderen.

Hoe kwamen we tot deze opheffingen?

We startten in 2021 met de uitwerking van twee pilootprojecten: het ‘verdwenen en aangetast erfgoed’ en een project over windmolens in Vlaanderen. Beide projecten zijn ondertussen afgerond. In de loop van 2022 zullen op basis hiervan 55 opheffings- en wijzigingsdossiers in procedure worden gebracht. 23 dossiers werden al opgestart.

De opheffing van deze beschermingen is mogelijk omdat het beschermde goed door een calamiteit (brand, gasexplosie) of na een vergunde sloop verdwenen is. Of omdat de erfgoedwaarden die de basis vormden om de bescherming te verantwoorden, zijn verdwenen of onherstelbaar aangetast. We letten er op dat een opheffing geen hiaat creëert in het beschermde bestand. De wijzigingen betreffen regularisaties van in het verleden vergunde verplaatsingen waarvan het beschermingsbesluit nooit werd aangepast.

Hoe verloopt de procedure van een opheffing?

De opheffing van een bescherming verloopt steeds in twee fasen. Voorafgaand aan de voorlopige opheffing wordt het advies van de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed (VCOE) ingewonnen. Op basis van dit advies tekent de minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed de voorlopige opheffing. Nadien volgt een openbaar onderzoek van 30 dagen. Op basis van de ingediende bezwaren beslist de minister al dan niet tot het ondertekenen van het definitieve opheffingsbesluit. De rechtsgevolgen van de bescherming blijven geldig tot na de ondertekening van het definitieve besluit.

Snelle screening

Sinds de zomer van 2021 werkten we aan een snelle screening van het beschermde bestand. Tegen eind 2022 zullen we door alle beschermingen gaan om beschermingen te detecteren die overduidelijk niet meer aan de hedendaagse selectiecriteria voor bescherming voldoen. In de loop van 2022 maken we de eerste resultaten van deze oefening bekend. Uit deze oefening zullen in de toekomst nog een reeks opheffingen van beschermingen volgen.

Foto: de molen van Grotenberge in Zottegem (copyright Onroerend Erfgoed).