Inventaris bouwkundig erfgoed legt vergrootglas op Koninklijkelaan in Berchem

Bouwkundig erfgoed

De stad Antwerpen en de opleiding Erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen werkten in het academiejaar 2019-2020 samen met ons aan de inventaris van het bouwkundig erfgoed van de Koninklijkelaan in Berchem. Vandaag staan de nieuwe en herwerkte inventarisfiches online, en is ons erfgoedlandschap weer een 50-tal panden rijker.

 

De erfgoedambtenaren van de stad Antwerpen zijn de motor achter het project. Sinds 2011 zetten zij zich onafgebroken in om het bouwkundig erfgoed in hun stad en alle districten met zorg in kaart te brengen. Voor de eerste keer werken zij daarvoor samen met de opleiding Erfgoedstudies van de Universiteit Antwerpen. Inventariseren is daar al vele jaren een keuzevak. De studenten schreven al honderden inventarisfiches uit, tot nu toe met Gent als werkgebied.

Het vorige academiejaar inventariseerde een groep van 10 studenten als praktijkoefening de interbellumarchitectuur langs de Koninklijkelaan in Berchem. Op basis van veldwerk zijn een 50-tal panden met bijzondere erfgoedwaarde geselecteerd. Onderzoek van de bouwdossiers in het stadsarchief bracht de namen van de ontwerpers, promotoren en individuele bouwheren van deze panden aan de oppervlakte. Een verdere speurtocht in adresboeken, vreemdelingendossiers en genealogische sites vulde het architecturale beeld aan met achtergrondinformatie over de herkomst, het beroep en de sociale status van de oorspronkelijke bewoners van de Koninklijkelaan.

“Het gedroomde scenario: erfgoedambtenaren van stad en agentschap stomen samen de volgende inventarisgeneratie klaar.”

De Koninklijkelaan is de hoofdas van een standingvolle residentiële verkaveling buiten de vroegere Brialmontomwalling. Het project startte aan de vooravond van de eerste wereldoorlog met de bouw van drie statige ensembles van elk drie burgerhuizen ontworpen door Paul Stordiau, Jan Jacobs en Alphonse Pauwels. De bedoeling  was om de verkoop van de percelen te stimuleren. Door oorlogsomstandigheden kwam de verdere bebouwing van de laan echter pas op gang vanaf 1920. Begin 1930 was de bouw afgerond.

Een 50-tal geselecteerde panden vormen een staalkaart van de gangbare typologieën en bouwstijlen, naar de smaak van de betere kringen. Burgerhuizen en rentenierswoningen met een huuretage, ontworpen in conventionele beaux-artsstijl of de meer eigentijdse art deco, veelal met een natuurstenen façade, geven de toon aan. Tot de belangrijkste actoren behoren de architecten Louis Van Rijmenant, Henri Franck & Zoon en Guillaume Peeters, die elk meerdere panden voor hun rekening namen. Ze vestigde zich nadien ook zelf in de wijk.

Opvallende aanwezigen zijn verder Joan Coninck Westenberg, Frank Blockx, Léon Stynen met zijn enige gekende beaux-artswoning, en Lode Van Marcke met twee typische art-decopanden. Naast de hier actieve aannemers en promotoren, vormden de bouwheren een doorsnede van de mercantiele Antwerpse burgerij zoals handelaars, ondernemers, verzekeraars, scheepsagenten en reders. Maar ook hoge officieren, een componist, een impresario en een arts.

In het academiejaar 2020-2021 kent het project een vervolg met twee andere lanen in de wijk: de Elisabethlaan en de Marie-Josélaan. De invoer van die teksten in de inventariswebsite is voorzien in 2023. Dan lanceert het agentschap Onroerend Erfgoed in het kader van de implementatie van de Visienota Lokaal Onroerenderfgoedbeleid het ‘Erfgoedportaal’. Via dit portaal kunnen alle lokale besturen hun gegevens autonoom invoeren in de inventariswebsite van het agentschap.