Vaststelling van het bouwkundig erfgoed in Antwerpen

Inventaris

Geert Bourgeois zette op 14 maart 2019 zijn handtekening onder het ministerieel besluit tot de vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen. Aan dit ministerieel besluit ging een grootschalig openbaar onderzoek vooraf. 

Het openbaar onderzoek

De provincie Antwerpen is na Limburg de tweede van de vijf provincies waarvan de inventaris van het bouwkundig erfgoed volgens de nieuwe procedures in het Onroerenderfgoeddecreet is vastgesteld. Nieuw daarbij is de organisatie van een grootschalig openbaar onderzoek. 

Iedereen kreeg de kans om tussen 1 juni en 30 juli 2018 opmerkingen of bezwaren in te dienen over de 15.610 erfgoedobjecten die in het besluit opgenomen konden worden. Via een online kaart van de provincie Antwerpen kon je voor ieder bouwkundig object alle administratieve en inhoudelijke gegevens opvragen. Ook kon je bezwaar maken tegen de schrapping van 747 bouwkundige objecten uit het vorige vaststellingsbesluit van 2014.

Het openbaar onderzoek leverde 229 bezwaarschriften op. Na behandeling van de bezwaren: 

  • werden 33 panden bijkomend uit het vaststellingsdossier geschrapt, omdat bleek dat deze gesloopt of ingrijpend verbouwd waren.
  • kregen 80 fiches een aangepaste afbakening op het plan.
  • werden 47 objecten vastgesteld met aangepaste erfgoedkenmerken.
  • werden 56 objecten vastgesteld met een aangepaste beschrijving. 
  • werden 30 objecten vastgesteld met een aangepaste benaming. 

Na verwerking van de opmerkingen en bezwaren van het openbaar onderzoek en rekening houdend met het advies van de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed, bevat het nieuwe ministeriële besluit in totaal 15.578 bouwkundige objecten.

Procedure

Het ministerieel besluit tot vaststelling van de inventaris van het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen werd op 19 maart 2019 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Het agentschap Onroerend Erfgoed zet op dat moment het volledige dossier op de besluitendatabank.

Naast het besluit zal je daar terugvinden: 

  • het digitale plan met alle vastgestelde aanduidingsobjecten.
  • de lijsten met erfgoed dat niet langer vastgesteld is. 
  • de behandeling van het advies van de Vlaamse Commissie voor Onroerend Erfgoed en van de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend.

Rechtsgevolgen

De rechtsgevolgen van het ministerieel besluit gaan op 29 maart 2019 van kracht. Deze rechtsgevolgen stimuleren het behoud van en de zorg voor het bouwkundig erfgoed:

  • Je kan een afwijking vragen van de normen voor energieprestatie en binnenklimaat als dat nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden.
  • Je kan in aanmerking komen voor een erfgoedlening.
  • Zonevreemde gebouwen kunnen gemakkelijker een nieuwe functie krijgen.
  • Bij sociale woningen met erfgoedwaarde wordt renovatie gestimuleerd door afwijkingen op het prijsplafond.
  • Opdat nieuwe eigenaars de rechtsgevolgen vernemen, moet elke akte of overeenkomst bij eigendomsoverdracht vermelden dat het goed is opgenomen in de vastgestelde inventaris en welke de rechtsgevolgen zijn. 

De lokale overheid staat samen met de eigenaar in voor de zorg voor het bouwkundig erfgoed opgenomen in het vaststellingsbesluit. Als je voor een vastgesteld bouwkundig relict of geheel een stedenbouwkundige vergunning of een omgevingsvergunning voor sloop aanvraagt, speelt de erfgoedwaarde een rol. De vergunningverlenende overheid; meestal de stad of gemeente, en in uitzonderlijke gevallen het Vlaams Gewest, moet in haar beslissing duidelijk motiveren hoe ze met de erfgoedwaarden rekening heeft gehouden bij het nemen van haar beslissing.

Voor administratieve overheden geldt ten slotte de zorg- en motiveringsplicht, een rechtsgevolg dat enkel geldt na het doorlopen van een vaststellingsprocedure met openbaar onderzoek, en dat dus voor het eerst toegepast kan worden voor het bouwkundig erfgoed in de provincie Antwerpen. 

Een gemeente, een OCMW, overheidsdienst, provincie of andere administratieve overheid moet voor alle werken of activiteiten die de overheid zelf uitvoert of waarvoor het de opdracht geeft, onderzoeken of ze een directe impact hebben op het geïnventariseerd erfgoed. Daarbij moet die overheid motiveren welke maatregelen er genomen zijn om aan de zorgplicht te voldoen.

Meer informatie over de vaststellingsprocedure en de rechtsgevolgen ervan.