Villa Féron van Horta in de pers

De afgelopen weken verschenen verschillende artikels in de pers over de Villa Féron in Sint-Genesius-Rode, naar aanleiding van de eventuele sloop ervan. De villa is opgenomen in de inventaris bouwkundig erfgoed, maar werd niet beschermd. Collega Leen Meganck lichtte in De Standaard toe waarom dat zo is. Hieronder vind je een integrale weergave van haar opiniestuk. 

Victor Horta is een van de meest vermaarde Belgische architecten. Zijn roem reikt tot ver buiten onze landsgrenzen. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de art-nouveau-architectuur, die rond de eeuwwisseling vernieuwing bracht in een architectuurlandschap dat werd gedomineerd door neostijlen.

Toch gaf het agentschap Onroerend Erfgoed het advies aan bevoegd minister Geert Bourgeois (N-VA) om het landhuis Féron, opgetrokken door Horta, niet te beschermen. Hoe kan dat? Het advies kwam er na zorgvuldig archief- en literatuuronderzoek, na een bezoek aan de woning en na intens overleg met Werner Adriaenssens (KMKG, conservator van de collectie Decoratieve Kunsten 20ste eeuw). De conclusie was dat de verbouwingen sinds 2002 de erfgoedwaarde van de villa te grondig hadden aangetast om nog een bescherming te motiveren.

Was de vraag gesteld geweest vóór de verbouwingen sinds 2002, dan was de opmaak van een beschermingsdossier allicht een evidentie geweest. Maar Villa Féron werd toen niet beschermd. Bij de inventariscampagne in 1975 in Sint-Genesius-Rode werd het gebouw van Horta niet opgemerkt. Niet verwonderlijk in een tijd waar art nouveau niet populair was en Horta nog niet de status had die hij verdient. Het landhuis is pas in beeld gekomen in 2003, een jaar nadat een stedenbouwkundige vergunning was afgeleverd voor de verbouwing ervan. Een alerte buurtbewoner wees de gemeente op de uitzonderlijke waarde van het pand. Dat het landhuis toen niet werd beschermd, is een inschattingsfout die ons nu confronteert met een zwaar verbouwd pand, waarvoor bescherming te laat komt. 

Een gebouw moet voldoende erfgoedwaarde bezitten om voor bescherming in aanmerking te komen. Daarvoor wordt het afgetoetst aan de wettelijk bepaalde erfgoedwaarden en gewogen op basis van een aantal criteria. Een gebouw verdient niet onvoorwaardelijk een bescherming enkel omdat het 'een Horta' is.

 De argumenten pro bescherming: het gebouw vertegenwoordigt een specifiek type (een landhuis) in het oeuvre van een bekende architect. Het getuigt van de periode waarin Horta evolueert naar een meer sobere, bepleisterde of gecementeerde architectuur. De globale volumes van het gebouw zijn nog aanwezig, zij het aangepast. Binnenin vinden we in de drie salons de originele parketvloer, gedeeltelijk bewaarde binnendeuren, en twee schoorsteenmantels waarvan één in art-nouveaustijl. Het gebouw heeft zeker een architecturale waarde als element binnen het oeuvre van Horta. Ook de tuin zou door Horta ontworpen zijn.

Wat doet dan afbreuk aan de erfgoedwaarde van de Villa Féron? De huidige materiële realiteit van het gebouw en de tuinaanleg. Wat ons vandaag rest, is slechts een schim van het oorspronkelijke elegante en lichtvoetige ontwerp van Horta. De ziel van Horta werd door ingrepen in exterieur en interieur hardhandig verwijderd. 

Door de verbouwingen sinds 2002 verdubbelde het gebouw in omvang. De elegante zinken daken werden vervangen door een veel zwaarder leien dak, de schoorstenen werden afgetopt. Het doorlopende balkon, waar Horta erg trots op was, verdween al bij
een eerdere verbouwing. Ook het art-nouveauvenster in de geveltop was al eerder rechtgetrokken.

In de zijgevel werd een volledig moderne deur met glazen luifel ingebracht, een element dat ten onrechte als authentiek wordt ervaren. Het terras in breuksteen, waartegen zich oorspronkelijk beplanting aan vleide, werd vervangen door een nieuwe, 'cleane' versie ervan. De gevelafwerking in 'Holzcement', met daarin discrete siermotieven, verdween en werd vervangen door een egale bepleistering.

Een postkaart uit 1909 toont het landhuis te midden van struiken, jonge bomen en bloemenperken die op het huis aansluiten, om dokter Féron in zijn woonkamer het gevoel te geven dat hij in zijn tuin zat. Vandaag ligt het landhuis op een uitgestrekt, kaal grasveld, waarin slechts enkele bomen nog herinneren aan de tuin van weleer. Wie het gebouw vandaag bezoekt, ervaart het niet meer met de relatie tot de tuin zoals die ontworpen is. In het interieur werd de oorspronkelijke traphal opengebroken om ook hier te verdubbelen in volume. Originele trap en mozaïekvloer eruit, nieuwe trap en moderne marmeren vloer erin. De ruimten waar Horta nog ietwat voelbaar is, zijn de salons aan de tuinzijde. Het deur- en raambeslag werd spijtig genoeg verwijderd, evenals de binnendeuren. 

Er gaan hartstochtelijke stemmen op om Villa Féron alsnog te beschermen: 'Breng de “in veiligheid gebrachte” Horta-elementen terug, reconstrueer de oorspronkelijke houten balkons, en hergebruik of sloop de aanbouw uit 2008.' (DS 29 maart). De realiteit is dat de overheid ook door een bescherming als monument niet kan vragen aan de eigenaar om een gebouw te herstellen 'zoals het oorspronkelijk was'. Een gebouw wordt altijd beschermd in de toestand waarin het verkeert op het moment van de bescherming. Achteraf kan worden gestreefd naar restauratie of reconstructie, maar dat zal altijd afhankelijk zijn van de goodwill van de eigenaar.

Het betekent allemaal niet dat de Vlaamse overheid geen aandacht heeft voor het werk van Horta. Het landhuis Carpentier in Ronse (1899-1903), dat in veel betere staat bewaard bleef, is in 1983 beschermd als monument. In 1999 werd de turnzaal beschermd die hij ontwierp voor de school 'Les Peupliers' in Vilvoorde (1904-1905). Een restauratiedossier is in opmaak. Ook drie woningen uit 1895 in de Twaalfkameren te Gent zijn gevrijwaard als onderdeel van het sinds 1981 beschermde stadsgezicht van de Coupure. 

Het agentschap ging ook in beroep tegen de sloopvergunning voor de Villa Féron. Tussen beschermen en slopen zijn nog veel vormen van erfgoedzorg mogelijk, waarbij het lokale bestuur een belangrijke rol kan spelen.