Zomerreeks: Arnout Zwaenepoel in zes vragen

Erfgoedzorg kent vele facetten en is iets dat we samen doen. Daarom laten we deze zomer een tiental mensen uit de erfgoedsector aan het woord. We stelden ze zes vragen. Deze week laten we Arnout Zwaenepoel aan het woord.

Wie is Arnout?

Ik ben bioloog, meer bepaald plantenecoloog, van opleiding en ik werk bij de West-Vlaamse Intercommunale (WVI) waar ik natuurbeheerplannen opmaak en monitoringsstudies uitvoer voor de West-Vlaamse gemeenten, de provincie en het Vlaams Gewest. Ook beheerplannen voor beschermde landschappen, begeleid door Onroerend Erfgoed, behoren tot mijn takenpakket. Ik hou me het meest bezig met graslandbeheer en het beheer van wilde struiken en bomen of cultuurhistorisch waardevolle bomen. Daarnaast publiceer ik ook vaak ook de resultaten van lange termijn-onderzoek in tijdschriften en boeken. In mijn vrije tijd ben ik conservator van het heidereservaat De Schobbejakshoogte (Natuurpunt vzw) in Sint-Kruis (Brugge).

Werk jij graag in de onroerenderfgoedsector en waarom? Zou je het aanbevelen aan anderen?

Ik ben bijzonder geboeid door allerlei verhalen die gekoppeld zijn aan oude bomen. Vaak kun je er eeuwenoude geschiedenissen aan linken. De ontdekking van die verhalen via de bomen vind ik een heel erg leuke bezigheid. In ruimere zin is het aspect van de verwevenheid van landschappen met eeuwenoud gebruik een heel erg boeiend onderzoeksobject. Je kunt er op allerlei manieren aan werken. Persoonlijk vind ik de techniek van interviews met bejaarde mensen een zeer aangename benadering. Je ontdekt er allerlei zaken mee die nergens op papier staan. Je hoeft ook niet per se beroepshistoricus te zijn om die techniek te gebruiken. In die zin kan ik iedereen aanbevelen om de landschappen van zijn eigen streek op die manier te benaderen.

Op welke realisatie ben je het meest fier?

Ik schreef een hele tijd geleden een boek over de natuur in de broeken van de IJzer- en de Handzamevallei. Dat boek was het resultaat van interviews met meer dan 100  mensen uit die streek. Ik vind het tot nog toe nog altijd een van de beste publicaties die ik geschreven heb.  Het boek is ook heel erg toegankelijk voor mensen die niet beroepshalve met natuur of erfgoed bezig zijn. Die brug slaan tussen het wetenschappelijke wereldje en het brede publiek vind ik een moeilijke, maar aantrekkelijke en tegelijk noodzakelijke manier om niet in een ivoren toren te blijven zitten. Als je mensen wil overtuigen van de waarde en kwaliteiten van een landschap , dan heb je die overbruggingsstap absoluut nodig. Een andere realisatie waar ik fier op ben, is het feit dat het galgenbosje in Sint-Andries (Brugge) beschermd werd, nadat ik er een onderzoek uitgevoerd had. Ik vertel er hieronder nog wat meer over.

Welk boek over een onroerenderfgoedthema heb jij het laatst gelezen?

Ik maak momenteel een beheerplan op voor de bomen van het Brugs Kerkhof, een schitterende begraafplaats, opgericht in 1780 en met bomen die geplant werden vanaf 1820 ongeveer. Om mij in de materie in te werken, las ik onlangs een  roman over het verplaatsen van een kerkhof van rond een Parijse kerk naar een nieuwe plaats. Dat boek, Puur van Andrew Miller, vertoont heel veel historische gelijkenissen met hoe het Brugs Kerkhof tot stand kwam. Ook in Brugge werden de kerkhoven van het stadscentrum in 1780 naar de rand van de stad verwezen. Er grepen allerlei gekke gebeurtenissen plaats, zoals het weer ontgraven van lijken om ze terug naar de oude begraafplaats te brengen. Puur vertelt een analoog verhaal op een schitterende manier. Ik kan het boek iedereen aanbevelen die houdt van historisch romans.

Wat zie jij als de grootste uitdaging voor onze sector?

Onroerend erfgoed mag geen statische museumkwestie worden, maar moet het verleden op een respectvolle manier weten te integreren in de huidige samenleving. De eerste voorwaarde is uiteraard dat de waarden van het verleden moeten duidelijk gemaakt worden, vooraleer je er respectvol mee kan omgaan. Dat is een belangrijke taak van iedereen die in de sector werkt. Onbekend is onbemind. Met passie het verleden terug tot leven brengen is de sleutel tot het publiek enthousiasmeren over dat verleden.

Welke Vlaamse erfgoedsite zou iedereen eens een keertje moeten bezoeken?

Er zijn er talloze natuurlijk, maar als ik er eentje heel graag wil aanbevelen, omdat ik zelf de achtergronden ontdekte via eeuwenoud hakhout van haagbeuk dat de poort vormde tot de historiek van een site die teruggaat tot de 13de eeuw, dan kies ik voor het galgenbosje in Sint-Andries (Brugge). Door dat oude hakhout te ontdekken en de site nader te gaan onderzoeken, vond ik samen met collega’s genetici, bodemkundigen, historici en kunsthistorici dat die site voorheen een fort was uit de Spaanse tijd en daarvoor de plaats waar de galg van Brugge opgesteld stond, waar een melaatsenakker lag, waar een linde als gerechtsboom stond…. En al die zaken bleken nog verband met elkaar te houden ook, door de speciale ligging aan de rand van het rechtsgebied van Brugge in de Middeleeuwen. Een absolute aanrader. Je kunt de site vrij bezoeken. Ze ligt in de hoek van de Diksmuidse heirweg en de Koning Leopold III-laan. Ter plaatse vertellen uitlegpanelen het hele verhaal.