Zomerreeks: Dimitri Stevens in zes vragen

Erfgoedzorg kent vele facetten en is iets dat we samen doen. Daarom laten we deze zomer een tiental mensen uit de erfgoedsector aan het woord. We stelden ze zes vragen. Deze week laten we Dimitri Stevens aan het woord.

Wie is Dimitri?

Ik ben coördinator van het expertisecentrum PARCUM en adviseur religieus erfgoed. Na mijn masteropleiding Monumenten- en Landschapszorg (nu Erfgoedstudies) aan de Universiteit Antwerpen kwam ik in 2012 bij PARCUM (toen CRKC) terecht waar ik mee verantwoordelijk was voor de uitbouw van de werking over onroerend religieus erfgoed. Ik volg als adviseur religieus erfgoed de regio Antwerpen op.

Ik woon met mijn vrouw, dochter en zoon in Vremde.

Werk jij graag in de onroerenderfgoedsector en waarom? Zou je het aanbevelen aan anderen?

Erfgoed ligt me na aan het hart en dan zeker ons religieus erfgoed. Sinds ik bij PARCUM werk, heb ik al veel kennis opgedaan over parochiekerken en de objecten die daarbij horen, waaronder beschermde cultuurgoederen. Het blijft een boeiende omgeving. Ik heb ooit een student overtuigd om voor een erfgoedstudie te kiezen en sindsdien kom ik hem vaak tegen in de sector. Zo ook veel andere studenten die stage deden bij PARCUM en intussen hun weg hebben gevonden.

Op welke realisatie ben je het meest fier?

Waar we op dit moment nog steeds vruchten van plukken is de inventarisatie van het religieus erfgoed in Vlaanderen. In 2012-2013 was ik verantwoordelijk voor een bevraging over o.a. erfgoedaspecten van parochiekerken bij 1786 kerkfabrieken in Vlaanderen. De resultaten brachten we samen in de Atlas van het religieus erfgoed. Ook stond ik mee aan de wieg van de databank over neven-en herbestemming van religieuze gebouwen en werkte ik samen met collega’s een methodiek uit voor het opstellen en implementeren van een kerkenbeleidsplan.

Welk boek over een onroerenderfgoedthema heb jij het laatst gelezen?

Op en rond mijn bureau liggen heel wat boeken die ik soms vastneem om een stukje in te lezen. Een tijd geleden stierf mijn grootvader. Van hem kreeg ik het overzichtswerk Westerse Kunst - Van de catacomben tot het einde van de 15de eeuw (1965) met boeiende stukken over vroegchristelijke kerken. Een ander boekje (2001) dat ik las, gaat over het diepzinnige concept van de merkwaardige kapel van Wereldmissiehulp in Boechout, in 1997 uitgevoerd door de Italiaanse kunstenaar Paolo d’Orazio.

Wat zie jij als de grootste uitdaging voor onze sector?

Ik zie veel uitdagingen voor de (onroerend)erfgoedsector. Om er enkele te noemen: het is belangrijk dat we op verschillende niveaus blijven samenwerken en daarbij onze doelgroepen niet uit het oog verliezen. Jezelf durven in vraag stellen en zoeken naar kwaliteitsvolle laagdrempelige connecties met de multidiverse samenleving. We moeten met de sector ook blijven inzetten op digitalisering. Want die trein is al een tijdje vertrokken.

Welke Vlaamse erfgoedsite zou iedereen eens een keertje moeten bezoeken?

Ik heb in mijn job al het genoegen gehad om op zeer unieke plekken te komen. Vaak publiek toegankelijk, maar soms ook niet. Twee plekken waar voorheen niemand kwam maar die sinds kort ontdekt kunnen worden zijn Abdij van Park (niet toevallig mijn bureau) en de Sint-Godelieveabdij te Brugge, waar we met PARCUM en het agentschap Onroerend Erfgoed meewerken aan een project van Toerisme Vlaanderen. Verder raad ik iedereen aan om ook eens de dichtstbijzijnde parochiekerk binnen te wandelen.