Op de zuidwestgrens van Kester bevindt zich één van de oudste en best bewaarde lemen hoevetjes van het Pajottenland: het Van Reepinghens Huizeke, genaamd naar de laatste bewoner Emile Van Reepinghen. Een nieuwe eigenaar restaureert de beschermde hoeve met respect voor de erfgoedwaarden. Dat is gezien de aard van de constructie ver van evident. Bekijk op ons youtubekanaal een gefilmd interview met de belangrijkste betrokkenen. 

Het Van Reepinghens Huizeke is een typische vakwerkhoeve zoals er in de omgeving ooit honderden gestaan hebben. Het mooie aan vakwerk is dat er geen nagels aan te pas komen. De hele constructie is opgebouwd met houten balken, aan elkaar bevestigd met pen- en gatverbindingen. De muren zijn dichtgemaakt met leem. Vakwerkhoeves zijn meestal niet gebouwd door geschoolde vaklui. Keuterboertjes bouwden ze zelf en gebruikten hiervoor het materiaal dat ze voorhanden hadden. Dat maakt dergelijke hoeves extreem vatbaar voor verval. Er zijn er dan ook nog maar weinig overgeleverd.

Het Van Reepinghens Huizeke is gebouwd in de tweede helft van de achttiende eeuw. Het gebouw diende als boerderij, met gewassen op het perceel errond. De laatste bewoner van het pand was Emile Van Reepinghen. In de jaren zestig van de vorige eeuw verliet hij het pand op hoogbejaarde leeftijd. Hij leefde er in alle eenvoud, zonder elektriciteit of telefoonverbinding. De heemkundige kring gebruikte de hoeve in de jaren nadien als museumruimte. In 2003 werd het gebouw en het perceel errond beschermd als monument en als dorpsgezicht.

Toen de nieuwe eigenaar, Jo Wijnant, het huisje kocht, was de langgevelhoeve in slechte staat. Het gebouw was op dat ogenblik al bijna vijf decennia niet bewoond. De fundering was rot, de muren ingezakt en de leem gebarsten. Een restauratie drong zich op. Oorspronkelijk zou de constructie alleen verstevigd worden en het dak vervangen. Het hout was echter zo verzwakt dat deze werkwijze niet veilig bleek. Om het Van Reepinghens Huizeke te redden, moest het geheel gedemonteerd worden en opnieuw opgebouwd. Dat is nu gebeurd, al is het gebouw nog niet winddicht en moet het nog worden afgewerkt.

De demontage was een werk van lange adem. De betrokken aannemer, Ief Willems van Memibo, inventariseerde en nummerde alle onderdelen. Daarna bracht hij ze over naar zijn atelier voor herstel. Onderdelen die hij niet kon recupereren, maakte hij identiek na. Nadien reconstrueerde hij het vakwerk ter plekke naar het oorspronkelijk model. Een gespecialiseerde architect, Willy Bens, adviseerde hem. Catherine Van Rossum van Restauratie met kwaliteit zorgde voor de minutieuze reconstructie van het dak, in riet en Boomse dakpannen. De eigenaar was en is nauw betrokken bij elke fase van het proces.

Bij de reconstructie moesten bepaalde keuzes gemaakt worden. De historische vorm was in alles het uitgangspunt, ook al was dat vanuit een technisch standpunt niet altijd even gemakkelijk. De hoeve maakt bijvoorbeeld een uitsprong die niet loodrecht staat op de lange gevel. Bij de reconstructie is dat gegeven behouden. Hierdoor moesten de dakpannen met een afwijking geplaatst worden. Hier en daar was het wel nodig om compromissen te sluiten tussen oud en nieuw. Zo werd aan de binnenzijde een houtskelet toegevoegd, ter versteviging van de constructie en om isolatie van de muren mogelijk te maken.

Het was geen evidente operatie om het gebouw te ontmantelen. Toch bood deze werkwijze ook voordelen. Bij de heropbouw kon het geheel vijftig centimeter naar voor worden geplaatst, om ruimte te maken voor de historische taxusbomen aan de achterzijde. Deze waardevolle taxussen zijn mee beschermd, maar werden door hun grootte een bedreiging voor het huis zelf. Een tweede voordeel van de demontage was dat er een grondige studie kon plaatsvinden die meer inzicht gaf in de oorspronkelijke bouw van de woning. Twintigste-eeuwse wijzigingen aan het grondplan konden zo beter geïdentificeerd worden.

De vernieuwde woning zal opnieuw bestaan uit een hal, een woonkamer en een slaapkamer, aangevuld met twee aanbouwtjes; de vroegere stal en schuur. Deze indeling gaat terug op het achttiende-eeuwse grondplan; de twintigste-eeuwse ingrepen werden niet hernomen. Om een grotere leefruimte te creëren en meer licht binnen te laten, krijgt het gebouw een nieuwbouwvolume in het verlengde van de woning. De oude leefruimte zal je op afspraak kunnen bezoeken.

De restauratie van het Van Reepinghens Huizeke kan lokaal op veel enthousiasme rekenen, van de gemeente en de heemkundige kring. Ook de buren zijn bijzonder betrokken en begaan. Dat blijkt niet in het minst uit de naam die zij kozen voor hun buurtcomité: ‘De buren van Emile’. Het is mooi om te merken dat het huis van deze bijzondere buurtbewoner zoveel jaar na datum nog altijd tot de verbeelding spreekt. 

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel