Herbestemming en hergebruik van onroerend erfgoed is steeds meer aan de orde. Door de bevolkingsaangroei en het toenemende belang van duurzaamheid komen in onbruik geraakte monumenten steeds vaker in het vizier van lokale besturen en projectontwikkelaars. Herbestemming neemt dan ook een belangrijke plaats in het huidige onroerenderfgoedbeleid in. Maar zulke projecten ontstaan nooit vanzelf. Er zijn vele afwegingen te maken en vele beslissingen te nemen. Wat opgaat voor het ene monument, doet dat niet noodzakelijk voor het andere. Aan de hand van zijn jarenlange ervaring met beschermd erfgoed stelde Karel Robijns, specialist Erkennen & Subsidiëren bij ons agentschap, een reeks beoordelingscriteria op die een hulpmiddel kunnen zijn bij het zoeken van een geschikte nieuwe functie. 

Beschermde historische gebouwen en sites zijn vaak belangrijk voor de identiteit van een bepaalde buurt. Maar soms verliezen ze hun functie en komen ze leeg te staan. De zoektocht naar een nieuwe invulling van die beeldbepalende gebouwen is niet altijd evident. In 2014 maakte het agentschap reeds een technische handleiding voor het voeren van herbestemmingsonderzoek. Maar hoe weet je nu of je de juiste beslissingen neemt? Daarvoor ontwikkelde ik een handige herbestemmingswijzer, een check list om je project te toetsen op vlak van relevantie, haalbaarheid en meerwaarde.

Het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) beheert een databank met praktijkvoorbeelden van herbestemming, die intussen meer dan honderd Vlaamse kerken telt. Recent publiceerden wij op onze website nog enkele blogs over zulke projecten, zoals de Schoolkerk in Sint-Niklaas en de Sint-Alfonsuskerk in Leuven. Ook voor kloosters, kastelen, boerderijen en industriële panden is men steeds vaker op zoek naar een nieuwe functie, dikwijls noodgedwongen. Bij dergelijke beslissingen ga je niet zomaar over één nacht ijs. Er gelden tal van factoren bij het herbestemmen van erfgoed, en de betrokken partijen staan zelden op één lijn. Het agentschap Onroerend Erfgoed tracht de erfgoedwaarden intact te houden, terwijl de eigenaar doorgaans meer belang hecht aan functionaliteit. Het gebruik van een goede methodologie kan opdrachtgevers een heel eind op weg helpen om tot een geschikte herbestemming te komen.

Het atelier van de Vlaamse Bouwmeester organiseerde dit jaar, in samenwerking met het agentschap, hun jaarlijkse Meesterproef in het kader van herbestemming. Opdrachtgevers die zich hiervoor inschreven kregen een team van jonge ontwerpers aangewezen om voor hun project een verfrissende herbestemming uit te tekenen. Maar de meesten eigenaars houden liever zelf de regie in handen. Voor hen werkte ik een reeks criteria uit rond de fysieke ingreep, de nieuwe functie en het beslissingsproces. Daarnaast zijn er nog enkele vrijblijvende aanbevelingen die een meerwaarde kunnen bieden. Het gaat hier niet om een exacte wetenschap, zelfs niet om een officiële methodologie van het agentschap Onroerend Erfgoed. Het is eerder mijn persoonlijke check list, die ik gebruik om tot een onderbouwde beslissing te komen, en die de belangen van eigenaar en erfgoed verenigt.

Aandachtspunten

Wat betreft de fysieke ingreep op het erfgoed, is het van belang dat de toegevoegde elementen en de erfgoedelementen van elkaar te onderscheiden zijn, maar tegelijk ook eenheid van concept vertonen en elkaar versterken in functie en vormgeving. De nieuwe ingreep moet herkenbaar en duurzaam zijn. Omkeerbaarheid is daarbij geen vast uitgangspunt, en mag niet in de weg staan van de mogelijke meerwaarde van nieuwe toevoegingen. Maar tegelijk moet die ingreep ook kwalitatief hoogstaand zijn. Hij mag  geen inbreuk zijn op de ruimtewerking van het erfgoed, en moet de aanwezige erfgoedwaarden en cultuurgoederen respecteren.

Ook aan de nieuwe functie zijn criteria verbonden. Zij moet een meerwaarde betekenen voor de historische site en haar omgeving, en respect vertonen voor het monument, zijn oorspronkelijke functie en zijn waarde binnen de erfgoedgemeenschap. Daarnaast moet de nieuwe functie het duurzaam en noodzakelijk onderhoud en de instandhouding van het erfgoed in de hand werken én tegelijk financieel rendabel zijn.

Het herbestemmingsproces zelf moet onderbouwd, transparant en consistent verlopen. Dit wil zeggen dat de genomen beslissingen gebaseerd zijn op voldoende kennis van de erfgoedwaarden en cultuurgoederen, en passen binnen een goedgekeurd beleidsplan. De erfgoedwaarden zijn afgewogen tegenover de meer functionele noden, zoals toegankelijkheid, veiligheid, energiezuinigheid en sociaal-economische belangen. Tot slot moeten alle ingrepen bouwhistorisch en archeologisch correct begeleid zijn, en degelijk gedocumenteerd.

Naast deze noodzakelijke criteria zijn er een aantal aandachtspunten die zeker geen must zijn, maar wel een grote meerwaarde kunnen zijn voor herbestemmingen. Zo spelen maatschappelijke relevantie, voorbeeldfunctie en vernieuwend karakter altijd in het voordeel van een project. Opdrachtgevers kunnen draagvlak creëren door bepaalde bevolkingsgroepen actief te betrekken bij de totstandkoming van hun project, of door duiding over de site op te nemen in het eindresultaat. Integrale toegankelijkheid en bezoekbaarheid dragen hier eveneens toe bij. Je kan zelfs door Onroerend Erfgoed erkend worden als open erfgoed.

Hoe meer van de bovenstaande punten je kan afvinken, hoe beter je project zal scoren als ‘goede herbestemming’, en hoe groter de maatschappelijke aanvaarding zal zijn. Beoordeel je echter de meerderheid van de criteria als negatief, dan kan je best je herbestemmingsproject herbekijken. Zoals reeds gezegd is deze werkwijze helemaal niet dwingend of ‘officieel’, maar ze draagt wel bij tot een transparante en eerlijke argumentatie voor alle betrokken partijen.

Voorbeeld 1 -  Schoolkerk in Sint-Niklaas, omgevormd tot klaslokalen

Het nieuwe volume met klaslokalen heeft een kwalitatief hoogstaande vormgeving en onderscheidt zich duidelijk van de erfgoedelementen. De muurschilderingen en lambriseringen blijven goed zichtbaar en krijgen zelfs een betere beleving dankzij de niveaus in de nieuwe toevoeging. De nieuwe functie van de leslokalen en bezinningsruimte leunt nauw aan bij de waarden van de broedergemeenschap, die de kerk bouwden en beheren. Het herbestemmingsproces was een mooie afweging van erfgoed tegenover functionele en technische wensen en brandweereisen.

Voorbeeld 2 – Sint-Alfonsuskerk in Leuven, omgevormd tot restaurant van een WZC

Door de plaatsing en vormgeving van de nieuwe keuken wordt de ruimtewerking van de kerk volledig gerespecteerd. Ook alle technieken werden quasi onzichtbaar weggewerkt. De functie van rustoord geeft opnieuw een sociale betekenis aan het voormalige klooster. De rol van de kloosterkerk, als plaats van bijeenkomst voor de bewoners, keert terug in de nieuwe functie als restaurant. Door het behoud van het altaar, dat respectvol is afgeschermd met een neutraal gordijn, blijft de kerk bruikbaar voor de eredienst.

Voorbeeld 3 – Celestijnenklooster in Leuven, omgevormd tot campusbibliotheek

Na een grondig bouwhistorisch en archeologisch onderzoek schreef eigenaar KULeuven een architectuurwedstrijd tot herbestemming uit. De site, die in het verleden reeds vele transformaties onderging, kreeg een nieuwe, hedendaagse toevoeging op de plaats van de verdwenen pandvleugel. Parking, fietsenstalling en (deels ondergronds) boekendepot werden verstopt achter de historische kloostermuren. Het binnenhof met boom bleef gevrijwaard. Door de publieke functie van de universiteitsbibliotheek maken de bezoekers kennis met de restanten van het klooster. Zo is er een leesruimte ondergebracht in de oude eetzaal. In de pandgang worden tentoonstellingen georganiseerd.

Je kan meer info over een dergelijke methodologie vinden in ‘Conservation principals, policies and guidance’ (Historic England, april 2008).

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel