De Sint-Trudo abdij is gelegen in het centrum van de stad Sint-Truiden. De abdij kent een geschiedenis van meer dan 1100 jaar. De stichting ligt aan de oorsprong van de stad Sint-Truiden. De archeologische waarde heeft dit jaar geleid tot de voorlopige bescherming van het abdijdomein als archeologische site. 

Een edelman van Frankische afkomst, Trudo genaamd, stichtte de abdij in het midden van de 7de eeuw. Het was een van de oudste kloosterstichtingen in Vlaanderen. Na de dood van Trudo en diens heiligverklaring werd het klooster een pelgrimsoord. Al gauw ontstond errond een nederzetting die in de 11de eeuw uitgroeide tot de versterkte stad Oppidum Sancti Trudonis. De stad zou blijven groeien en uiteindelijk de naam Sint-Truiden krijgen. 

Relatief snel na de stichting van de abdij gingen de monniken volgens de Regel van Benedictus leven. De orde floreerde. In de 11de eeuw werd onder abt Adelardus een Romaanse abdijkerk gebouwd die met haar meer dan 100 meter lengte de grootste in de wijde omgeving was. Groot genoeg om al die pelgrims in te ontvangen.

De abdij groeide op korte tijd uit tot een van de belangrijkste in onze streken. De Romaanse kerk werd vrij snel door brand verwoest, maar volgens hetzelfde plan weer opgebouwd. Tal van branden en verwoestingen volgden. Telkens weer werd de kerk opgebouwd, telkens weer volgens hetzelfde plan. Het gebouw bleef indruk maken. Ook het scriptorium van de abdij werd gerenommeerd.

1323 was een bewogen jaar. Er waren op dat moment onrusten in de stad. De monniken van Sint-Trudo verlieten de stad voor een verblijf in het nabijgelegen Donk. Na veertien maanden keerden ze terug. Dat moet hen deugd gedaan hebben. Ze lieten het vochtige kerkje van Donk achter zich en betrokken opnieuw de ruime gebouwen in de stad.

De orde bleef een belangrijk rol spelen in Sint-Truiden. Echter, ook dit klooster ontsnapte niet aan het algemene verval van benedictijnen. Jongere orden zoals de franciscanen en dominicanen werden alsmaar populairder. Toch wist de abdij zich nog enkele eeuwen te handhaven.

De abdij bleef bestaan tot de Franse Revolutie. In 1796 vluchtte de laatste abt met zijn monniken naar Duitsland. Gelukkig brachten zij eerst de relieken van de Sint Trudo en een aantal manuscripten in veiligheid. Deze monniken hadden niet het geluk van hun voorgangers enkele eeuwen eerder. Zij konden niet terugkeren. De meesten stierven in ballingschap.

Na de onafhankelijkheid van België werd op het vroegere abdijterrein het Klein Seminarie ingericht en vonden de basisschool en het College er onderdak. De gebouwen doen nu nog altijd dienst.

Op de abdijsite vonden in de 20ste eeuw verschillende opgravingen plaats. Dat onderzoek heeft aangetoond dat er nog overblijfselen uit de vroegste periodes van het klooster aanwezig zijn. Dat is interessant want over vroeg- en volmiddeleeuwse kloosters in Vlaanderen weten we nog maar weinig. Zeker de onbebouwde delen van het terrein zijn daarom van onschatbare archeologische waarde. 

Links

Reacties (0)

Reageer op dit artikel